Selectieve aandacht voor lijden in Gibsons film 3

3In de theologische commentaren op het bloederige lijden in `The Passion of the Christ' wordt al of niet angstvallig gezwegen over de vraag of dat lijden eigenlijk wel past in de joods-christelijke traditie. Dat is namelijk niet het geval. Al in 1961 heeft prof. Beek van de Leidse universiteit er op gewezen dat het hele dogma van het plaatsvervangend lijden van Christus slechts berust op één tekst, die van de profeet Jesaja, ,,om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld [...] door zijn striemen is ons genezing geworden'' (53:5). De joodse commentatoren hebben zo'n moeite gehad met deze tekst dat in de Targum, die de rabbijnse exegese van de tenach (het oude testament) bevat, de notie van het lijden eenvoudig wordt weggelaten. Als kerkganger heb ik dan ook last van plaatsvervangende schaamte wanneer er een directe koppeling gelegd wordt tussen het lijden van Christus en de joodse traditie. Het is niet alleen onsmakelijk, maar ook onjuist.

Het lijdensverhaal van Christus gaat regelrecht terug op het Romeinse ritueel van de moord op de koningsclown, de rex mimus. De evangelieën werden voor een Romeins publiek geschreven en dat kende dit ritueel heel goed van de Saturnalia, het Romeinse carnaval: een stupidus, een onnozele mimus, wordt tot koning uitgeroepen, met een nepkroon gekroond en gekleed in een koningsmantel, om vervolgens gekruisigd te worden, waarna zijn zogenaamde nagelaten goederen onder het volk verdeeld worden. Wie zich in de betekenis van dit wrede Indo-Europese ritueel verdiept, begrijpt beter waarom in de christelijke traditie het plaatsvervangend lijden van Christus zo'n centrale plaats heeft gekregen.