Schiaparelli was dol op `choc et chic'

Elsa Schiaparelli is de uitvindster van de moderne mode. In Parijs is een grote tentoonstelling aan haar werk gewijd.

,,Ze kon niets zelf maken, maar ze kon kijken en denken'', zegt Pamela Golbin, conservator van het Parijse Musée de la Mode et du Textile, waar een groot retrospectief van de Frans-Italiaanse ontwerpster Elsa Schiaparelli is te zien. ,,Ze heeft in haar leven nog niet de geringste schets gemaakt, laat staan naald en draad ter hand genomen, maar ze is de uitvindster van de moderne mode.''

Het retrospectief was eerder in Philadelphia te zien, maar is in Parijs uitgebreid met accessoires als schoenen, tassen, hoeden, schetsen, foto's en video's, in totaal meer dan 250 stuks. Golbin staat stil bij een van de eerste vitrines. Achter het glas hangt een serie truien met trompe l'oeil-effect. In de ene is een matrozenkraag ingebreid, in de andere een stropdas. ,,Dat is haar eerste ontwerp, uit 1927, gebreid door een Armeense buurvrouw, volgens aanwijzingen van Schiaparelli. Ze begon met sportswear in een tijd dat haute couture nog onverbiddelijk betekende: de mooiste avondjapon scheppen.

De truien zien ze eruit alsof ze nooit gedragen zijn. ,,Dat komt door de Armeense breitechniek. Ze droeg de trui met de stropdas op een lunch, waar ook een Amerikaanse mode-inkoopster aanwezig was. Die bestelde er direct veertig. De opdracht luidde het begin in van een atelier dat op het hoogtepunt van Schiaparelli's carrière, rond 1939, zeshonderd medewerkers telde.''

Anders dan haar tijdgenote en rivale Coco Chanel die in een weeshuis opgroeide, was Elsa Schaparelli (1890-1973) de dochter van een schatrijke, Romeinse oriëntalist. Haar oom was de beroemde sterrenkundige Giovanni Schiaparelli, die `kanalen' op Mars ontdekte. Golbin: ,,Ze groeide op in een artistieke en intellectuele elite. Haar vriendschappen en samenwerking met kunstenaars als Duchamp, Dalí, Giacometti, Cocteau was voor haar vanzelfsprekend.''

Hoewel zeer ongebruikelijk voor een jonge vrouw in die tijd, vertrok `Schiap' in 1910 alleen naar Parijs, en spoedig daarna naar Londen. Daar ontmoette ze een Poolse aristocraat, een avonturier met mystieke belangstelling, met wie ze zich in 1919 in New York vestigde. Na de geboorte van een dochter liet hij Schiaparelli in de steek, voor de danseres Isadora Duncan. Kort daarop keerde ze terug naar Parijs, waar de swingende jaren twintig volop aan de gang waren.

Golbin: ,,De New-Yorkse periode is beslissend geweest. Ze kwam er aan in het jaar dat vrouwen stemrecht kregen, was getuige van de geboorte van een nieuw soort vrouw, die voortaan zelf haar leven bepaalde. Haar afkomst maar ook haar omstandigheden deden de rest: alleenstaande moeder zijn is nog steeds niet eenvoudig, maar destijds was het een schande. Ze was hoe dan ook een buitenbeentje, en daardoor `vrij'.''

Typerend voor Schiaparelli's onafhankelijke geest was ook haar manier van werken. ,,Hedendaagse ontwerpers maken tien, vijftien shows per jaar. Dat wil zeggen, dat ze zich omringen met een team van stylisten. Schiaparelli werkte ook zo, en dat was zeer ongebruikelijk voor haar tijd. Ze was de eerste interdisciplinaire totaalkunstenaar, de eerste artistieke directeur. Ze ontwierp niet, ze formuleerde ideeën, en die liet zij haar medewerkers, leveranciers of kunstenaars in voortdurende samenspraak uitproberen. Als buitenlandse in Parijs had ze oog voor de uitmuntende ambachtslieden hier. Juwelen liet ze maken door Jean Schlumberger, schoenen door Perugia, het kantwerk en de applicaties door Lesage.

,,Ze was de eerste die thema's bedacht voor haar mode-shows, nu gewoon, toen sensationeel. Haar shows waren theatrale spektakels, ook een nieuwigheid. Ze introduceerde wol in avondkleding. Ook van jeansstof maakte ze haute couture – in 1931, toen er alleen nog werkkleding van werd gemaakt. Haar ontwerpen hebben altijd een eenvoudige sluiting. Ze gebruikte gewone gordijnringen als knopen en in 1936 ontwierp ze een avondtoilet, waarin aan de voorzijde pontificaal een plastic rits verwerkt was. Ze was dol op dat soort `choc et chic'.''

Golbin: ,,Alle latere ontwerpers zijn schatplichtig aan haar. Yves Saint Laurent ontleende aan haar zijn typerende, supervrouwelijke silhouet met geaccentueerde schouders en smalle taille, die de benen langer maakt. Sonia Rykiel werd in de jaren '60 en '70 beroemd met haar zichtbare coupenaden – Schiaparelli paste die techniek al dertig jaar eerder toe. De parfumfles in de vorm van een vrouwenbuste van Jean-Paul Gaultier heeft zij bedacht. Het hele zogenaamd `hedendaagse' logo-idee is van haar: overal verwerkte ze de `S' in, al haar parfums hadden namen die begonnen met die letter, van `Shocking' via `Snuff' tot `Succès Fou'. Ze werkte met licenties waarbij fabrikanten producten met haar naam erop maakten – iets dat alle ontwerpers nu doen, maar toen een volkomen nieuw idee.''

Schiaparelli sloot haar couturehuis in 1954. Golbin: ,,Ze had toen collecties ontworpen voor vier verschillende prijsklassen. Achteraf bezien ook weer heel modern, maar het sloeg niet aan. Ze raakte in de vergetelheid, was eigenlijk alleen nog maar bekend om haar `surrealistische' periode, van 1936 tot 1939. Het surrealisme was haar op het lijf geschreven maar ze heeft zoveel meer betekend. Chanel is nog altijd een groot merk, maar zij ontwierp alleen voor zichzelf. Schiaparelli maakte kleding voor alle vrouwen. Dat hebben we willen laten zien.''

Elsa Schiaparelli. Musée de la Mode et du textile. 107, Rue de Rivoli. Di-vr, 11-18, za/zo 10-18. Metro Palais-Royal.