Rechts wint in Hongaarse schrijversoorlog

Hongaarse schrijvers zijn massaal uit de Hongaarse Schrijversbond gestapt na antisemitische opmerkingen van een bestuurslid.

Om een zaak die eind vorig jaar begon als een storm in een glas water, lijkt nu de 1200 leden tellende Hongaarse Schrijversbond volledig uit elkaar te vallen. Het feit dat inmiddels ruim 130 leden – onder wie Péter Esterházy, György Konrád, Péter Nádas en Magda Szabó – hun lidmaatschap hebben opgezegd geeft aan hoe ernstig de affaire in korte tijd geëscaleerd is.

De bond, opgericht in 1945, diende lange tijd uitsluitend het communistische ideaal, maar toonde tijdens de opstand van 1956 grote moed door zich achter de revolutionairen op te stellen en kreeg daardoor een zekere morele status. Schrijvers met verschillende opvattingen konden elkaar er recht in de ogen kijken.

De gebeurtenissen op een rijtje: in een programma van de voornamelijk op jongeren gerichte radiozender Tilos Rádió (Verboden Radio) deed op kerstavond een duidelijk dronken presentator de uitspraak: ,,Ik zou alle christenen willen uitmoorden.'' Hoogst gegeneerd bood de voorzitter van de zender meteen de volgende dag zijn excuses aan, distantieerde zich van deze uitspraak en ontsloeg de presentator op staande voet. Voor de dichter Kornél Döbrentei, lid van het dagelijks bestuur van de Schrijversbond, was het kwaad echter al geschied. Op een demonstratie bij het gebouw van de bewuste radiozender op 11 januari riep hij op om te protesteren tegen wat hij noemde de ,,morele holocaust van het Hongaarse volk.'' Döbrentei legde de schuld van deze `holocaust' bij de `bebaarden' – waarop de demonstranten spontaan de leus `vuile joden' begonnen te scanderen en een Israëlische vlag in brand staken.

De echte aanleiding voor de golf van opzeggingen was echter de weigering van de voorzitter van de bond, Márton Kalász, om zich te distantiëren van het antisemitisme van bestuurslid Döbrentei. Aangezien Döbrentei niet in zijn hoedanigheid van bestuurslid van de Schrijversbond aan de demonstratie deelnam, vond Kalász dat hij geen stelling hoefde te nemen over diens uitspraken.

Hierop volgde de eerste opzegging al op 16 januari, door Lajos Parti Nagy, en een dag later door Péter Nádas. Een groep prominente schrijvers eiste een verklaring van het bestuur. Na een achter gesloten deuren gehouden vergadering op 2 februari luidde deze: ,,Het orgaan houdt zich, evenals in het verleden, verre van elk politiek extremisme en wenst zich jegens zijn leden niet de taak van de `gedachtenpolitie' aan te meten'.'' Hiermee was voor velen de maat vol en begonnen de massale opzeggingen.

Döbrentei voelt zich overigens doelwit van een hetze en ,,veroordeeld in de naam van een minderheid'' omdat hij het ,,beschimpen van het christendom verwerpt.'' Al deze commotie heeft hem trouwens geen windeieren gelegd. Hij kreeg de alternatieve Kossuth-prijs uitgereikt, de tegenhanger van de hoogste staatsonderscheiding, ter waarde van ongeveer 5,2 miljoen forint (ruim twintig duizend euro), in elk geval één forint méér dan de staatsprijs. Deze prijs – van een particulier fonds voor Hongaarse Kunst – kreeg Döbrentei volgens het curatorium, waarin naast een schrijver een filmregisseur, een architect, een beeldhouwer en een keramist zitting namen, uitsluitend voor zijn dichterlijke kwaliteiten.

Ware de zaak niet zo ernstig, dan kon men de vergelijking maken met een opera buffa. In een onlangs verschenen stuk in Die Zeit waarschuwt Imre Kertész echter voor deze ,,klassieke verschijning van de oude, stupide en boosaardige vorm van antisemitisme dat uiteindelijk tot Auschwitz heeft geleid.'' Hij verwelkomt de beslissing van de schrijvers die de moed hadden om uit te stappen – hijzelf is al sinds 1991 geen lid meer, om een vergelijkbare zaak. Van István Csurka, toen nog toneelschrijver maar inmiddels leider van het extreem-rechtse partij MIÉP (Hongaarse Gerechtigheid en Leven) werd het antisemitisme door de Schrijversbond wel verworpen, waarna Csurka ook opstapte. De slapheid van het huidige bestuur geeft aan hoezeer het machtsevenwicht inmiddels naar rechts verschoven is. Net als in de rest van de Hongaarse samenleving doet het herleven van oeroude sentimenten nu ook de Schrijversbond uiteenvallen.