Rand

Gisteren is Briek Schotte begraven. De 84-jarige Flandrien zag het, negen maanden na de dood van zijn vrouw, al een tijdje niet meer zitten. Na zijn hoofd was ook zijn hart kassei geworden. Dan kun je beter gaan.

Briek heeft een mooi leven gehad. Buiten de koers was er alleen spek en eieren, op zondag een rosbiefje en een Leffe voor het slapen gaan, in tijden van nood een schietgebedje. Nooit is hij in zijn leven in de verlokking van babes getreden, of in de kakelzucht van mannequins, of in de valse wimpers van dellen met schraapzucht. Het leven, zo wist hij, is een lijdensweg, een `Hel van het Noorden', demarreren en weer lek rijden, hopeloos ten onder gaan aan een zadelbreuk. Troost vond hij in gebloemde aardappelen met jus, niet in een rok met split.

Briek was gelukkig.

Waar het vandaan komt, weet ik niet, maar wielrenners hebben meer talent voor geluk dan voetballers. Terwijl ze ook wel nadenken, soms zelfs over de kwantumtheorie en over euthanasie. Een renner als Karsten Kroon laat zich niet dribbelen door een schreeuwlelijk als Paul Cliteur. En ook niet door het prozaïsche exhibitionisme van Vanessa. Wielrenners zien er een beetje dom uit, maar ze zijn het niet.

Voetballers zijn hun eigen schaamteloze goudwinkel. Gevangen in de concentrische cirkels van kitsch en cosmetica. Niet gehinderd door sociale satire. Nauwelijks gezegend met de antennes van zelfkennis en kunst. Als in een soap hobbelen ze hun lijdensweg achterna. In Eindhoven, in Madrid, in Manchester. Vaak maken ze van hun ellende een gebed. Iemand als Ronald Waterreus is daar goed in. Geföhnd tot diep in de bek bezingen voetballers hun zelfbedachte overspeligheid.

Er is geen grotere leugen dan koketterie tussen de lakens. Vraag dat maar aan David Beckham en zijn Rebecca. De metroseksueel Beckham mag dan door de lifestyle-industrie zijn opgefokt tot de nieuwe man, in vrouwenkwesties is hij een absolute loser. Eric Cantona, ja, die wist wat neuken was, maar Beckham? Wat zou hij een vrouw meer te bieden hebben dan een dans van tralies? Hij zit gevangen in de kleren van Victoria, in de schoenen van Adidas, in de haartooi van een knettergekke Japanner. Alles wat hij is, wordt hem aangepraat, aangesmeerd. Zo er nog sprake zou zijn van een koppelteken tussen lijden en verlossing dan moet het de bal wezen. Het leren monster van weleer.

Allicht hangt er een Nederlandse huppelkut om David heen die geld wil vangen van de Britse schandaalpers. Diplomaten en hun aanhang zijn nooit te vertrouwen. Maar we moeten ook niet alles geloven. Ik lees dat het Hollandse seksmonster Beckham zou geholpen hebben met het zoeken van woonruimte in Madrid.

Woonruimte: proef het woord. Denk er een bed, een lampenkap, twee kaarsen, neusdruppels en een verfomfaaid zakdoekje op het hoofdkussen bij, en we hebben een schandaal. Opeens danst een prehistorisch libido door de woonruimte, genaamd David Beckham.

Ach roddel, dat stupide verlangen om te doden. Van Bob Dylan wordt nu ook gezegd dat hij zijn hoofd heeft geleend aan een reclamespot over lingerie op de Amerikaanse televisie. De Vietnam-veteraan Dylan als het poëtische commentaar op een fotomodel dat struint in ondergoed en op hoge hakken, kom nou. Het is al even onwaarschijnlijk als Foppe de Haan zien snuiven in Yab Yum.

Fabulatie, steeds weer fabulatie, het heet de moderne tijd te zijn. In elk geval niet de tijd van Briek Schotte, die niet eens van mes en vork is geweest, laat staan van Nike en Bikkembergs. Over Sef Vergoossen wordt ook gezegd dat hij niet was weg te branden uit een Genkse pizzabar. Ik ken Sef: een bal gehakt is voor hem de vreugde van een hand. Sef weet niet eens wat pizza is en een bar klinkt in zijn oren als het pakhuis van de zondeval.

Er is te veel geroezemoes in de sport, te veel rand, te veel bijziendheid. Spelers, coaches en presidenten zijn nu geföhnd tot diep in de bek. Pim Fortuyn achterna. Alsof het daar om zou gaan. Nee dus. Het gaat om de magistrale stugheid van FC Porto, om het genadebrood van Deportivo, om de flitsende uitvouwbaarheid van Chelsea. Wat Beckham met Rebecca doet, is volkomen betekenisloos. Zoals het ook betekenisloos is dat de voetballer Mark van Bommel een geheim verdriet zou dragen waar geen schijnbeweging tegen bestand is.

Schitteren en sterven, is de inzet. Zoals het leven van Briek Schotte is geweest.