Op een conferentie van inspecteurs blijkt hoe moeilijk het is `minder regels' te verzoenen met `meer toezicht'

`Toezicht' is de Pavlov-reactie op elke ramp, elk ongemak. Al dat toezicht kost extreem veel tijd en geld, merkte Maarten Huygen.

Soberheid siert de Nederlandse toezichthouder. Dat kan ik melden na een dagje confereren in Maarssen met de beroepsvereniging van vaderlandse inspecteurs, onderwijs, arbeid, ziektekostenverzekeringen, openbare orde, brandweer, luchtvaart, scheepvaart, noem maar op. 's Morgens liepen de inspecteurs en inspectrices in een lange stoet over de rechterbaan van de weg langs het Amsterdam-Rijn kanaal van de trein van kwart over negen naar hun vergadercentrum. Uit het zachte geroezemoes kon ik soms het woord ,,knelpunten'' opvangen. Het ontbrak aan flitsende leasebakken, felglanzende of gewaagde sieraden of andere pronkstukken waarmee confererenden indruk op elkaar plegen te maken. Het was een wedstrijd in onopvallendheid. Een goede revisor kleurt een beetje mee met de muur achter hem zodat hij ongemerkt kan inspecteren. Grauw maar lang niet dom, om Gogol te parafraseren. Matige mensen die tot matigheid aanzetten. Een geruststellend gezicht.

Was het dan opzet dat ze bijeenkwamen in de hal van een leegstaande voormalige veevoederfabriek? Een versleten betonnen vloer, een verveloze muur, groot uitgevallen tochtgaten waren in allerijl met houten planken dichtgespijkerd. Tegen mijn rug loeide een soort warmtekanon. Dat was dus de conferentiezaal waar de tafels stonden. De ruimte heet nu De Fabrique. Gelukkig waren de kartingraces in een belendende ruimte nog niet begonnen. Kennen inspecteurs het verschijnsel camp of meenden ze nu echt dat ze zuinig met hun geld om moesten springen? Maar de conferentie kostte wel 200 euro voor niet-leden en vorig jaar kregen ze voor een dergelijk bedrag het Kurhaus. De eigenaar van De Fabrique heeft dus alle eigenschappen die de inspecteurs missen. Guusje ter Horst, de vlot pratende burgemeester van Nijmegen, was na de broodjeslunch te gast bij de inspecteurs in de benauwde Jutekelder nabij de conferentiezaal en zij vroeg zich zelfs openlijk af of voor deze veevoederfabriek wel een vergunning was verstrekt. In Nijmegen had ze meegemaakt dat leegstaande gebouwen zomaar als feestruimte in gebruik werden genomen. Maar nee, stelde de organisator gerust, alle vergunningen waren in orde. Hetgeen weer aantoont dat een goedkeuring door de inspectie nog niets zegt over de kwaliteit.

Al deze anti-opsmuk doet er niet aan af dat inspecteurs belangrijk zijn geworden. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er om toezicht wordt gevraagd. Tik het woord in een databank en je krijgt een oneindig aantal resultaten. ,,Toezicht'' is de Pavlov-reactie op elke ramp, elk ongemak. ,,Toezicht'' is de kater van de ,,marktwerking'' van de jaren negentig. Deze conferentie ging over de druk op de inspecteurs en de druk die ze leggen op anderen. Het publiek wil alles, meer keuze, minder markt, minder regels en tegelijkertijd meer toezicht. Kan dat allemaal?

In de blije jaren negentig moest de toezichthouder ,,klantvriendelijk'' zijn en aan ieders wensen voldoen. Maar Ter Horst, die met een nieuwjaarsrede over dit onderwerp in haar eigen stad opschudding had veroorzaakt, waarschuwde dat dienstverlening niet moet worden verward met handhaving van de wet. Ze merkte op dat het verlenen van een vergunning ,,niet dienstverlenend'' is. Voor een vergunning moeten gebouwen in hun geheel worden geïnspecteerd.

Er zijn steeds meer zelfstandige of zelfs geprivatiseerde overheidsorganen die toezicht vereisen. Wel 109 van de ruwweg 200 miljard aan gemeenschapsgeld wordt nu via verzelfstandigde overheidsorganen uitgegeven. De nomenklatoera die de overheidssalarissen te krap vond – bijvoorbeeld Schipholbaas en pensioenkampioen Cerfontaine – heeft hier enthousiast aan meegewerkt. Het basisidee achter de verzelfstandiging is simpel: je pakt als overheid je portemonnee, geeft die aan een verzelfstandigde of geprivatiseerde ander, stelt regels op hoe die het geld voor jou moet uitgeven. Dat lukt niet goed en dan stel je nieuwe toezichtcolleges aan om de regels te controleren. Er moeten ook aan beide zijden advocaten bij voor de procedures bij gebleken meningsverschillen met het toezicht. Inmiddels valt de verzelfstandigde portemonnee onder allerlei Brusselse regels. Gevolg: nog meer regels en de roep om nog meer en nog beter toezicht. Was het niet eenvoudiger geweest voor de overheid om de portemonnee zelf vast te houden? Een inspecteur die ik sprak, vond van wel.

Los van verzelfstandiging wil het publiek meer informatie over ziekenhuizen, scholen. Hogescholen en universiteiten zijn verzelfstandigd en zij krijgen visitaties waarvan de resultaten worden gepubliceerd. Die visitaties zijn, zo vertelde een inspecteur, papieren exercities en geen controle op de dagelijkse praktijk. Het is een enorm administratief karwei en faculteiten huren soms voor veel geld een bureau in om alle formulieren in te vullen. Het college toezicht zorgverzekeringen heeft de handen vol nu dankzij de marktwerking bijna 200 nieuwe instellingen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten mogen uitvoeren. Met de dienstverlening exploderen ook de premies.

Het zou makkelijk zijn om van al dat toezicht af te zijn. Aan conferentietafels fantaseerden inspecteurs over andere methoden. Ik vertrouw weinig op grote woorden als ,,horizontalisering'' en ,,op maat gesneden kwaliteitszorgsysteem''. Dergelijke termen betekenen meestal precies het tegenovergestelde van wat ze zeggen. Aan mijn conferentietafel woedde een brainstormpje over de vraag of accreditatie geen gemakkelijk alternatief was voor toezicht. ,,Zelfevaluatie'' dus. Dr. J. van Erp van de Erasmusuniversiteit die op het probleem had gestudeerd, zei dat de accrediterende organisaties zelf niet bereid zijn toezicht uit te oefenen. ,,Ze laten het graag over aan een sterke overheid'', zei ze. Ook daar is de roep om meer staatsgezag. Staat, hou me alsjeblief tegen!

In de kale Fabrique verborgen de inspecteurs hun stijgende status. Er werd hard gelachen om de scherpe grappen van de gespreksleider Piet van de Pol, een onderwijsinspecteur die vroeger onderwijzer was geweest. Grauw maar lang niet dom. Gelukkig.