`Onze oorlog komt nog'

Honderden Irakezen en tientallen coalitiesoldaten sneuvelden deze week bij de zwaarste gevechten sinds de val van Saddam Hussein. In Ramadi, een sunnitische verzetshaard, kijkt de steenrijke familie Al-Khirbit al een jaar hoofdschuddend naar de Amerikanen. `Wij willen geen marionetten zijn.'

RAMADI, 18 OKTOBER 2003

Hij zegt het op een respectvolle, bijna fluisterende toon: ,,Nu gaat u zien waar het mirakel is gebeurd.'' Nawaf al-Khirbit (25), gekleed in een traditionele dishdasha, en zijn jongere broer Abdul Jabar (21), in een modieuze leren jekker, stappen behoedzaam door het puin van wat ooit een prachtige villa moet zijn geweest. De Al-Khirbits zijn niet voor niets een van de rijkste families van Irak, en een van de machtigste traditionele stammen hier in de westelijke provincie Al Anbar. Het mirakel waarover Nawaf het heeft is de redding van zijn twaalfjarige neefje Sultan, vier uur na het Amerikaanse bombardement. ,,Eerst dacht ik dat het een spook was'', zegt Nawaf, ,,het gezicht van de jongen zag krijtwit van het puin.''

Het domein van de Al-Khirbits ligt in de woestijn op een half uurtje rijden van Ramadi, een stad van 420.000 inwoners in de zogeheten sunnitische driehoek, met Falluja een van de voornaamste verzetshaarden tegen de Amerikaanse bezetting.

Er staan verschillende privé-woningen op het familiedomein, een eigen moskee, en de grootste champignonkwekerij in het Midden-Oosten. Wanneer de lunch wordt geserveerd in de madhif, een reusachtige zitkamer waar op vrijdag de fasal, het tribaal recht, wordt gesproken, kan men kan zich bijna voorstellen dat alles pais en vree is in Irak. Bijna, want de ruïne van het hoofdhuis is een voortdurende herinnering aan de dag toen de oorlog in Ramadi arriveerde.

,,Ik was aan het slapen toen ik de vliegtuigen hoorde naderen'', zegt Nawaf. ,,Ik ben in de richting van het hoofdhuis gerend toen de inslag van de eerste bom mij vier meter verderop blies.'' De Amerikanen dropten zes bommen. Er vielen 22 doden, achttien familieleden en vier personeelsleden. Nawafs broer Hussain (28) was een van de slachtoffers, net als de vier dochters en een zoon van een van de zussen, een neef met zijn drie zonen, een andere neef met zijn vrouw en zoon. Nawaf wijst telkens de plaats aan waar de lijken werden aangetroffen. ,,Er waren twaalf doden jonger dan achttien.''

Het bombardement, zo bleek later, was een vergissing, al is dat nooit met zoveel woorden toegegeven. De Amerikaanse media maakten op 11 april vorig jaar melding van een succesvolle actie: bij een bombardement op wat omschreven werd als een intelligence compound van het Iraakse regime was Saddams halfbroer Barzan Ibrahim al-Tikriti, een gewezen chef van Saddams geheime dienst en later zijn bankier, gedood. Barzan was nummer 52 in het Most Wanted-kaartspel. Het enige probleem was dat de coalitietroepen een week later, op 17 april, aankondigden dat al-Tikriti die ochtend levend en wel was gearresteerd in Bagdad. ,,Barzan had hier inderdaad een boerderij'', zegt Nawaf droogjes, ,,maar die ligt wel zes kilometer verderop.''

Nawaf is een gezellige dikkerd, een dokter van beroep. Net als zijn broers is hij bijzonder welgemanierd en spreekt hij perfect Engels. Maar wanneer hij het over het bombardement heeft, komt een bloeddorst naar boven die van generatie op generatie is doorgegeven. ,,Als ik er mijn familieleden mee kon terugkrijgen, ben ik bereid om de helft van het Amerikaanse volk de dood in te jagen. Maar de anderen hebben mij doen inzien dat we zo alleen nog meer onheil over de familie zouden brengen.''

In plaats daarvan besloot de familie wraak te nemen op de Iraakse verrader. ,,Wij zijn ervan overtuigd dat iemand in Ramadi opzettelijk de verkeerde coördinaten aan de Amerikanen heeft gegeven met de bedoeling ons te treffen.'' En wanneer ze de verrader vinden, zegt Nawaf, ,,dan zullen we hem niet onmiddellijk doden. We zullen zijn familie zodanig onder druk zetten dat ze hem uitleveren. Zelfs dan zullen we hem nog niet doden. Nee, we zullen ervoor zorgen dat zijn zoon of zijn broer hem doodt.'' Ze hebben er een goed idee van wie de verrader zou kunnen zijn: iemand uit de omgeving van sjeik Amer Ali Suleiman, een rivaliserend hoofd van de Duleimi-stam, nu voorzitter van de door de Amerikanen gesteunde provinciale regering van Al-Anbar.

De Khirbits hebben het voorbije jaar hoofdschuddend toegekeken hoe de Amerikanen in hun achtertuin te werk zijn gegaan. ,,Ze hebben de verkeerde mensen gekozen'', zegt Jabar, een zachtaardige jongeman die geneeskunde studeert in Ramadi. ,,Ze zijn in zee gegaan met de mensen die hun zakken hebben gevuld onder Saddam, en die nu hetzelfde hopen te doen met de Amerikanen.''

De Khirbits zijn er nog niet helemaal uit of de Amerikanen dit uit kwade wil of uit onwetendheid hebben gedaan. Jabar illustreert het dilemma met een voorbeeld. We zitten thee te slurpen in de madhif. Onze glazen zijn gelukkig tot aan de rand gevuld, wat een teken van respect is. Wanneer de Amerikanen langskomen, zijn de glazen slechts halfvol. Vanuit de madhif kan men de zesbaanssnelweg van Bagdad naar Amman zien lopen. Het is wat hier bekend staat als de `dodenweg', niet omdat er zoveel ongelukken gebeuren, maar omdat hij het jachtterrein bij uitstek is voor wegpiraten die loeren op de GMC-terreinwagens.

,,Wij hadden op eigen initiatief een traject van zo'n dertig kilometer beveiligd, daar waar de snelweg door ons gebied loopt'', legt Jabar uit. ,,We hadden checkpoints opgericht om de carjackers te ontmoedigen. Maar toen hebben de Amerikanen onze mensen gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Tot daaraan toe. Maar niet veel later werden wij uitgenodigd voor een vergadering om het probleem van de carjackings te bespreken. En wie zat er daar ook aan tafel: de persoon van wie iedereen in Ramadi weet dat hij de hand heeft in de carjackings. Kijk, wij doen ons best om te helpen het land te stabiliseren. We hebben daarvoor de hulp van de Amerikanen niet nodig; het enige dat we vragen is dat ze ons niet dwarsbomen.''

Het incident heeft de familie doen inzien dat ze vooral haar eigen reputatie moet waarborgen. De Amerikanen hebben voor de Khirbits drie zetels gereserveerd in het bestuur van de provincie Al Anbar. Maar de familie vertikt het om die zetels in te nemen. ,,Wij willen geen marionetten zijn van de Amerikanen. Onze familie was hier aanwezig lang voor er zoiets als Irak bestond, en we zullen hier nog altijd zijn wanneer de Amerikanen straks vertrokken zijn.''

In de ruïne van het huis in Ramadi wordt Nawaf plechtig. ,,De familie heeft besloten dat dit huis nooit zal worden heropgebouwd'', zegt hij. ,,Deze ruïne zal voor altijd blijven, zodat de generaties na ons nooit zullen vergeten wat de Amerikanen hier gedaan hebben onder het mom van vrijheid en gerechtigheid.''

BAGDAD, 11 OKTOBER 2003

In een van de kantoren van de familie Al-Khirbit in Bagdad zit Abdullah al-Khirbit (30) languit in de leren zetel achter zijn bureau. Binnen de familie Al-Khirbit heeft iedereen zijn welomschreven taak, en Abdullah is de zakenman en degene die de contacten met de buitenwereld verzorgt. Maar het zijn frustrerende tijden voor een Iraaks zakenman.

,,De coalitie runt dit land op exact dezelfde manier als Saddam'', tiert Abdullah. Hij is net terug van zijn dagelijkse bezoek aan het Baghdad Business Center, waar Amerikaanse bedrijven als Bechtel en Halliburton de offerte-aanvragen bekendmaken voor de reconstructiecontracten. ,,Ik weet niet waarom ik er naartoe blijf gaan. Vandaag hadden ze een offerte-aanvraag voor een laserprinter, en een aparte aanbesteding om de inkt voor de printer te leveren! Dat is geen zakendoen, dat is shopping!''

Abdullah is ook boos omdat het naoorlogse Irak zo'n gevaarlijke plek geworden is voor mensen als hij. ,,Onder het vorige regime konden wij zonder angst met onze dure auto's rondrijden. Nu staat mijn BMW in de garage in Ramadi, en verplaats ik mij met de oude Peugeot 406 van mijn secretaresse. Ik ga nooit naar buiten zonder een gewapende lijfwacht en ik heb mijn kantoor verplaatst van het centrum van Bagdad naar dit huis vlakbij de snelweg naar Ramadi om sneller te kunnen ontsnappen als het fout gaat in de stad. Als de Amerikanen zo doorgaan, dan zijn mensen zoals ik op den duur gedwongen het internationaal terrorisme te financieren.''

Het is Abdullah die als eerste gewag maakt van een voorstel dat de familie heeft gedaan aan Paul Bremer, de Amerikaanse pro-consul in Irak: trek u terug uit de steden in de provincie Al-Anbar, in de eerste plaats uit Ramadi en Falluja, en verschans u op bases in de woestijn. Nawaf zal dat bevestigen.

,,Het is perfect logisch. Die bases zouden beter verdedigbaar zijn, met minder Amerikaanse slachtoffers als gevolg, en de mensen van Ramadi en Falluja zouden helemaal beter af zijn.''

18 november 2003. In een interview met The New York Times kondigt generaal-majoor Charles H. Swannack jr., bevelhebber van de 82nd Airborne Division, aan dat hij van plan is `vanaf januari of februari' zijn troepen uit Ramadi terug te trekken, en de macht over te dragen aan een plaatselijk bestuur. Ramadi moet een testcase worden voor de machtsoverdracht op nationaal niveau.

20 november 2003. In Ramadi ontploft een autobom voor de woning van sjeik Amer Ali Suleiman, een leider van de Duleimi-stam. De sjeik bleef ongedeerd maar twee van zijn mannen werden gedood en elf anderen gewond. Bron: BBC.

10 februari 2004. Een zelfmoordbommenlegger blaast zichzelf op bij het huis van sjeik Amer Ali Suleiman. Drie bewakers werden gewond, de sjeik bleef ongedeerd. Daags tevoren was hij verkozen in het nieuwe bestuur van de provincie Al-Anbar. Bron: AP.

RAMADI, 27 FEBRUARI 2004

Nawaf heeft niet gelogen: de ruïne van het hoofdhuis ligt er nog altijd onaangeroerd bij. Maar in de vier maanden sinds ons laatste gesprek is er voor het overige veel veranderd in Ramadi. Om te beginnen heeft Abdullah het tegenwoordig veel te druk om scheldtirades te houden over de Amerikaanse manier van zakendoen. Hij heeft een contract in de wacht gesleept om in de Groene Zone in Bagdad een nieuw gebouw op te trekken voor US-AID, het VS-ministerie voor ontwikkelingshulp. De ironie ontgaat hem niet, maar hij heeft zijn uitleg klaar: ,,Ik wil hun geld. De Amerikanen hebben geld bij hopen en ik heb besloten dat een deel daarvan aan mij toebehoort.''

Maar terwijl Abdullah in Bagdad zaken doet met de Amerikanen, is het in Ramadi grondig fout gelopen tussen de Al-Khirbits en de 82nd Airborne Division. Van de beloofde terugtrekking is niets terechtgekomen. In de plaats daarvan zijn Abdullah en andere leden van de familie in de gevangenis beland. ,,Ja, er zijn wat spanningen geweest tussen ons en de Amerikanen'', zegt Nawaf onderkoeld.

In de kitscherig aangeklede woonkamer van het op een na grootste huis op het domein zitten drie broers bij elkaar. Behalve Nawaf en Jabar is voor het eerst ook Fahad (29) van de partij. Fahad is de meest verfijnde van het viertal: zijn raffinement ademt iets uit dat aan royalty doet denken, Ramadi royalty. Fahad komt zelden in Bagdad: ,,Ik hou niet van de stad. Ik heb de open ruimte en de stilte van de woestijn nodig.''

,,De Amerikanen willen ons in hun kamp lokken, omdat ze weten dat wij gerespecteerd zijn'', zegt Fahad over de recente strubbelingen. ,,Ze hebben onze respectabiliteit nodig om hun provinciaal bestuur aanvaardbaar te maken voor de mensen. Wij hebben hen geantwoord: als wij ons bij jullie dievenbende aansluiten, zullen wij het respect van de mensen verliezen.''

Maar de Al-Khirbits zijn gezwicht: ze zijn ermee akkoord gegaan een sjeik af te vaardigen naar een nieuw provinciaal bestuur. Zoals zij het vertellen is het er bijzonder grof aan toegegaan. Op een bepaald moment moet één van de Amerikanen gezegd hebben: ,,Er zijn drie dingen die tegen jullie pleiten: we weten dat jullie hier de scepter zwaaien, we weten dat er in jullie gebied aanslagen worden gepleegd tegen de coalitietroepen en we weten dat jullie boos zijn over dat bombardement. We kunnen hier op twee manieren reageren: we kunnen jullie allemaal doden, of we kunnen jullie geld geven.'' Iemand is toen haastig tussenbeide gekomen, zegt Nawaf, en heeft gezegd: ,,Misschien is er nog een derde weg: dat jullie ons bij het bestuur betrekken.''

De conversatie speelde zich af op 17 januari, in het holst van de nacht in het huis van neef Mizher in Ramadi-stad. Toen de onderhandelingen niet opschoten, zegt Nawaf, zijn de Amerikanen begonnen te graven. ,,En ja, ze hebben wapens gevonden. Ik denk dat ze op voorhand wisten dat ze die wapens zouden vinden. Het was hun plan-B voor als we niet wilden toegeven.'' De Amerikanen arresteerden Mizher en Abdullah, die door Nawaf was opgebeld. In totaal werden twaalf familieleden meegenomen. Abdullah zat een week lang in de cel, Mizher zit nog steeds vast.

,,Ik was op de verkeerde plaats op het verkeerde moment'', zegt Abdullah over zijn arrestatie, ,,dat wil zeggen: in Irak op dit moment in de geschiedenis.'' Volgens Abdullah hebben de Amerikanen hem heel duidelijk gezegd wat ze van de Al-Khirbits verwachten: ,,Er is een andere familie, de Suleimans, en wij willen dat jullie vrede sluiten met hen.''

De haat tussen de Al-Khirbits en de Suleimans zit diep. Beiden maken deel uit van de stam van de Duleimi's, een geslacht dat zijn oorsprong heeft in Jemen, en zich de voorbije eeuwen heeft verspreid over Irak, Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrië. Ergens tijdens het Ottomaanse tijdperk is het grondig misgelopen tussen de twee. Een lid van de stam had een Turkse soldaat gedood, en de voorvader van de Suleimans wist niets beters te doen dan de dochter van de voorvader van de Al-Khirbits als zoenoffer te geven, terwijl de man zelf aan het jagen was. Het is nooit meer goed gekomen.

Ze hebben het generaal-majoor Charles H. Swannack jr., bevelhebber van de 82nd Airborne Division, eens op de man af gevraagd. ,,Vertel het ons nu eens, generaal, wie heeft u die informatie bezorgd?'', vertellen ze. ,,Hij heeft geantwoord dat het een foutje van de piloot was. Hij heeft ons zijn woord gegeven dat het niet de Suleimans waren.''

De Al-Khirbits houden hun antwoord in beraad. Hun wraak is duurzaam. ,,Onze oorlog komt nog'', zeggen ze, ,,wanneer de Amerikanen zijn vertrokken. Dan zullen wij ons wreken op iedereen die met hen heeft samengewerkt. We hebben een lijst met 62 namen, waaronder die van de meeste leden van het provinciaal bestuur.''

Dat de Suleimans ervoor gekozen hebben met de Amerikanen samen te werken verbaast de Al-Khirbits niets. ,,De geschiedenis herhaalt zich'', zegt Fahad. ,,De Suleimans hebben altijd samengewerkt met de bezetter, terwijl wij ons altijd verzet hebben. Er is daar een uitdrukking voor, bil fatra, het verzet zit ons in het bloed.''

Onder Saddam Hussein lag dat iets moeilijker, geeft hij toe. Zeggen dat de Al-Khirbits een oppositie vormden tegen het regime zou overdreven zijn. ,,Maar wij hadden wel voortdurend problemen met Saddam. Hij beschuldigde ons ervan dat wij een rijk binnen zijn rijk wilden bouwen. Mijn vader heeft Saddam ooit in het gezicht gespuwd toen hij op het matje werd geroepen. Als gevolg daarvan is hij gevangengezet, zijn onze familieleden verwijderd van invloedrijke posten en is veertig miljoen dollar van onze tegoeden bevroren.''

De Amerikanen beschuldigen de Al-Khirbits ervan dat zij het verzet tegen de coalitie steunen. Het antwoord van de Al-Khirbits daarop is dubbelzinnnig. ,,Natuurlijk zijn er individuele leden van onze familie die meedoen aan de aanslagen'', zegt Fahad. ,,Maar dat is nooit bevolen door de familie. Wij kunnen niet alles controleren.'' Fahad veroordeelt de aanslagen tegen sjeik Amer Ali Suleiman. ,,Als de mensen van Ramadi hem niet willen, dan hadden ze hem niet moeten kiezen'', zegt hij.

Dat was een week eerder gebeurd. Via een caucus-systeem (kieskringen) werden uit de 102 leden tellende raad der sjeiken tien sjeiks gekozen om te zetelen in het nieuwe provinciaal bestuur. De overige zetels waren voor politieke partijen en de beroepsklasse. Om de reputatie van de familie te waarborgen hadden de Al-Khirbits niet hun sjeik, Hamad, afgevaardigd, maar een vervangbare neef, Anwar, de titel van sjeik gegeven. Anwar was kandidaat om voorzitter te worden van het nieuwe bestuur. ,,Maar op 18 februari, de dag voor de verkiezing van de voorzitter'', zegt Fahad, ,,hebben de Amerikanen Anwar opgepakt. Ze hebben hem pas de volgende dag vrijgelaten, toen de verkiezingen voorbij waren''. Sjeik Suleiman won.

RAMADI, 19 MAART 2004

Het is een dag voordat het bevel over Al-Anbar plechtig wordt overgedragen van de 82nd Airborne Division aan de U.S. Marines. De Marines gaan het heel anders doen dan het gewone leger, dat het voorbije jaar voor een bijzonder harde aanpak had gekozen, die vooral gekenmerkt werd door massale en arbitraire arrestaties van jongemannen. De mariniers willen een `fluwelen aanpak' proberen. In een filmstudio in San Diego hebben ze een Iraaks dorp nagebouwd, waar ze met behulp van figuranten hebben geoefend in het omgaan met de bevolking. Een deel heeft een cursus Arabisch gevolgd, en ze hebben culturele weetjes meegekregen als: geef nooit iemand je linkerhand, toon nooit de zool van je schoen, doe je Ray Ban-zonnebril af wanneer je met een Irakees praat, blijf van de vrouwen af.

De Al-Khirbits worden al weken gepaaid door de Marines, via e-mail, vanuit de marinebasis in Camp Pendleton, Californië. Ze kijken met geamuseerde verbazing naar het gebekvecht tussen de 82nd en de Marines. ,,Soms lijkt het alsof wij met twee vijandige legers te maken hebben'', zegt Abdullah. Maar hij denkt dat de familie zijn voordeel kan doen met de situatie. ,,We blijven zoeken naar een gemeenschappelijke taal met de Amerikanen'', zegt hij. ,,Eerst dachten we dat het Engels was, maar we hebben ons vergist.''

Daags tevoren is generaal-majoor Swannack hoogstpersoonlijk afscheid komen nemen. Hij wilde zich verontschuldigen voor het kwaad bloed tussen de familie en de Amerikanen. Swannack had cadeautjes meegebracht: een gesigneerde foto van hemzelf, met het opschrift `Dank u voor uw steun aan de coalitietroepen', en neef Mizher, die hij in januari had laten arresteren.

Toch verwacht Abdullah niet dat de komst van de mariniers veel gaat veranderen. ,,De Marines zijn niet beter dan de 82nd. Ze zullen proberen het beter te doen maar het zal hen niet lukken. Ze verwachten dat alle verzet tegen hun aanwezigheid ophoudt. En dat is belachelijk. De Amerikanen zullen altijd gehaat worden, ongeacht hun aanpak. Uiteindelijk zullen de Irakezen toch winnen, dus je kan maar beter meteen in het winnende kamp zitten.''

RAMADI, 6 APRIL 2004

In een drie uur durend vuurgevecht met opstandelingen in Ramadi worden twaalf mariniers en veertig Irakezen gedood. De gevechten passen in de algemene chaos die zondag in Irak is uitgebroken. De radicale shi'itische geestelijk leider Muqtada Sadr ontketende zijn Al-Mahdileger tegen de coalitietroepen, dat na zware gevechten de steden Kufa, Najaf en Al-Kut zou hebben ingenomen. Tegelijk begonnen de mariniers een offensief tegen het sunnitisch verzet in Falluja naar aanleiding van de moord op vier Amerikanen op 1 april. In vier dagen tijd sneuvelden hier bijna vijfhonderd Irakezen en vijfendertig coalitiesoldaten. The New York Times spreekt van een `algemene opstand' in Irak.

Minister Rumsfeld van Defensie zinspeelde deze week op een mogelijke uitbreiding van de Amerikaanse troepen. Gistermiddag werd het offensief in Falluja opgeschort om onderhandelingen te beginnen en claimden de Amerikanen Al-Kut te hebben heroverd. Van de `fluwelen aanpak' van de mariniers is niets meer vernomen.

Natuurlijk zijn er leden van onze familie die meedoen aan de aanslagen

In een filmstudio hebben de Marines een Iraaks dorp nagebouwd om te oefenen

Als de Amerikanen zo doorgaan, zijn wij gedwongen het terrorisme te financieren