Olieproductie Irak op record

De olieproductie van Irak heeft een record bereikt sinds vorig jaar de oorlog uitbrak. In de afgelopen maand is de dagelijkse productie van ruwe olie in Irak ten opzichte van februari toegenomen met 27 procent van 1,89 miljoen vaten (van 159 liter) tot 2,4 miljoen vaten. De export van het land groeide met 32 procent van 1,4 miljoen vaten tot 1,85 miljoen vaten per dag.

Dat blijkt uit gisteren gepubliceerde cijfers van het Internationale Energiebureau (IEA).

Deze instelling van de industrielanden, gevestigd in Parijs, verwacht dat Irak de export de komende maanden verder kan vergroten tot ongeveer 2 miljoen vaten per dag. Het land mikt zelf op 2,2 miljoen vaten, maar het IEA betwijfelt of dat gegeven de omstandigheden haalbaar is.

Ondanks het herstel van de Iraakse olieproductie en de eveneens grote OPEC-productie blijven de olieprijzen hardnekkig hoog.

De productie van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC), inclusief Irak, ging in maart volgens het IEA omhoog met 490.000 vaten tot 28,2 miljoen vaten. Zonder Irak was de hoeveelheid vrijwel onveranderd op 25,8 miljoen vaten. Dat is aanzienlijk méér dan het door de OPEC gehanteerde plafond van 24,5 miljoen vaten.

Het kartel van olieproducerende landen heeft onlangs in Wenen besloten het maximum per 1 april te verlagen tot 23,5 miljoen vaten. Het IEA verwacht echter gezien het hoge prijspeil deze maand nog geen productiebeperking. De OPEC streeft naar een richtprijs (een mandje van zeven oliesoorten) van tussen de 22 en 28 dollar per vat. De huidige marktprijzen liggen ruim boven die marge.

Op de termijnmarkt van Londen schommelde donderdag de prijs van Brent, toonaangevend voor de prijzen driekwart van alle olie in de wereld, rond 33 dollar per vat. Deze week stegen de olieprijs op de termijnmarkt van New York met 4 procent tot 37 dollar.