Noord/Zuidlijn duurder door procedures

De metrolijn die het noorden en zuiden van Amsterdam moet verbinden, wordt veel duurder. Tegenstand van vooral één advocaat jaagt volgens wethouder Van der Horst de kosten op.

Eerst mislukte de aanbesteding van de Noord/Zuidlijn. De aannemers vroegen meer geld dan de gemeente bereid was aan het megaproject uit te geven. Pas na een tweede aanbestedingsronde werd het startsein gegeven. Voor circa 1,5 miljard euro moest Amsterdam-Noord, en later de rest van Noord-Holland en Amsterdam-Zuid, en op termijn Schiphol, met elkaar verbonden worden. Daarna volgden andere tegenvallers.

Nu al, een jaar nadat het graven is begonnen, is duidelijk dat er geld bij moet: 92 miljoen, maakte wethouder Van der Horst (Verkeer) deze week bekend. De extra kosten worden onder meer veroorzaakt door onverwachte obstakels onder de grond en, volgens Van der Horst, door juridische kosten die de gemeente maakt.

Die kosten zijn onder meer terug te vinden in de post Voorbereiding, Advies en Toezicht (VAT) die volgens de wethouder 38 miljoen euro bedraagt. ,,Er is rekening gehouden met de gestegen kosten van juridische en overige adviezen en vertragingen als gevolg van juridische procedures'', zegt Van der Horst. De juridische hobbels die de gemeente keer op keer moet nemen zijn hem een gruwel.

Henri Sarolea van De Amstel advocaten is de belangrijkste juridische opponent van de gemeente in het algemeen en van Van der Horst in het bijzonder. Stond hij vroeger krakers bij, nu staat hij als advocaat van allerlei tegenstanders van de metrolijn vaak voor de rechter. Sarolea zet zijn vraagtekens bij het bedrag van 38 miljoen: ,,Wat zijn de advieskosten?'' Hij verwijt de gemeenteadvocaten te graaien uit gemeenschapsgeld en bepleit een nauwkeurige uitwerking van de VAT-kosten.

Wie Sarolea tegenover zich vindt, moet goede adviseurs aan zijn zijde hebben. Deze week nog verloor de gemeente een zaak die hij namens een bewonersgroep had aangespannen bij de voorzieningenrechter. Het resultaat was een onmiddellijke bouwstop van een enorm appartementencomplex aan de Veemkade in Amsterdam. Volgens de bewonersgroep was de brandveiligheid door het gemeentelijk nieuwbouwproject in het geding. De rechter stelde de bewonersgroep in het gelijk en oordeelde dat niet verder mocht worden gebouwd tot ,,voor de brandveiligheidsproblematiek een oplossing was gevonden''. Tevens oordeelde de rechter en passant dat het bouwplan, waarvoor de gemeente een vergunning had afgegeven, in strijd was met het Bouwbesluit. De schade die dit voor de gemeente betekent, kon door de ambtelijke rust rond de feestdagen nog niet worden becijferd.

Brandveiligheid is een belangrijk element in het juridische steekspel van procedures dat Sarolea voert met de gemeente. Zo bepleitte hij vorig jaar namens de verenigingen Rover, De Bovengrondse en Stadsvervoerbelang dat het graven van de diepwandsleuven voor het metrostation Rokin moest worden gestaakt. Hij wees erop dat begin oktober 2003 de bouwvergunning voor de inrichting van het metrostation Rokin door de rechter nietig was verklaard, omdat de brandveiligheid onvoldoende zou zijn. `De Bovengrondse' had in een beroepsprocedure om nader onderzoek gevraagd naar de veiligheid van het station.

De bouw van het casco van station Rokin, waarvoor een andere, wel goedgekeurde vergunning was afgegeven, was inmiddels begonnen. Volgens de critici van de Noord/Zuidlijn zou het casco, in wezen een enorme betonnen doos onder de grond, inpassing van extra veiligheidsvoorzieningen in de weg kunnen staan. Straks, zo vrezen zij, is het station te smal om de trappen breder te maken. Zij eisten daarom stopzetting van de bouw. Hier behaalde Sarolea vooralsnog geen succes, want deze eis werd door de rechter verworpen. Van der Horst zei, toen de rechter eerder de bouwvergunning voor de inrichting van het metrostation Rokin nietig had verklaard, dat hij onthutst was. ,,Langs juridische weg proberen de tegenstanders van de Noord/Zuidlijn toch hun politieke gelijk te halen'', zei hij. Volgens hem zijn de verenigingen geen directe belanghebbenden, maar zorgen ze wel voor kostbaar oponthoud. Hij sprak in de media zijn vertrouwen uit dat hij door de Raad van State in het gelijk zou worden gesteld. Volgens de wethouder is de Noord/Zuidlijn als een trein die eenmaal op gang gebracht is: ,,Iedereen mag ervoor springen, maar wij rijden gewoon door.'' Tot hij Sarolea weer op de rails vindt.