`Met sprookjes vluchten we deze wereld uit'

Hakim Traïdia (47) werd geboren in Algerije. Zesentwintig jaar geleden kwam hij in Haarlem wonen. Om geld te verdienen speelde hij pantomime op straat. Later werkte hij als acteur bij Sesamstraat. Hij maakt zijn eigen theatervoorstel- lingen en schrijft boeken. Hij heeft een zoon en een dochter.

Wat heb je met Karim behalve dat hij je broer is?

,,Voor mij is een broer heel veel: een broer héb je. In Nederland overkomt een broer je alsof het niet zo belangrijk is. Soms kunnen we op elkaar schieten, maar we schieten ook het beste met elkaar op. We hebben hetzelfde vak, Karim is er door mij in gekomen. Ik heb altijd theater gedaan. Karim schreef altijd, gedichten en verhaaltjes. Ik was zijn eerste lezer, dat was al zo in Algerije. Hij kent mij heel goed, ik ken hem heel goed. Natuurlijk kan ik wel eens boos op hem zijn of wil ik hem even niet zien. Maar bij vreugde en verdriet is hij de eerste die het weet; 't is ook een vriendschap.

,,Als hij Algerije mist, hoeft hij maar honderd meter te lopen om erover te kunnen praten. Ballingschap is moeilijk en verraderlijk. Nostalgie is verraderlijk. Je mist je jeugd. Je verlangt naar die oude school, het paadje dat je liep. Maar de dingen zijn mooier in je hoofd dan ze in werkelijkheid waren. Ik ben niet zo nostalgisch als Karim en wat we doen is ook niet therapeutisch. Als we het over Algerije hebben, zijn onze verhalen als sprookjes uit vervlogen tijden.

,,In grote lijnen zijn we het altijd met elkaar eens. Soms, met een verhaal dat ik schrijf of een opinie die ik heb, wil hij iets anders dan ik, denkt hij anders. Daar kan ik van balen. Omdat hij de grote broer is, zeven jaar ouder dan ik. Hij blijft zich onbewust toch over me ontfermen.''

Uit wat voor een gezin kom je?

,,Ik heb eigenlijk altijd bij mijn oma gewoond, de moeder van mijn moeder. Ik was vier of vijf toen mijn ouders uit elkaar gingen. Mijn jongste broer Aziz en ik gingen met mijn moeder mee naar de stad. Toen ze een vriend kreeg die bij haar introk, had ze totaal geen aandacht meer voor ons; ze had alleen maar oog voor hem. Ik had toen een grote hekel aan hem. Ik ging spijbelen, ik wilde niets meer. Karim zat door de week op het lyceum, als pensionnaire. Hij kwam steeds minder thuis. Hij heeft een heel andere jeugd gehad dan ik.

,,Toen het niet meer ging bij mijn moeder, ben ik bij mijn oma gaan wonen. Ik noemde haar mama azoeza, mama-de-oude. Ik was háár kind. Ik was rebel en ze was streng voor me, maar ze hield veel van me. Ze was trots op me, zorgde voor me. Die plek, Besbes, was voor mij het centrum van de wereld.

,,Geld was er niet. Ik heb een keer een boek van Karim verkocht. Ik las eerst een bladzij, scheurde die uit en verkocht hem aan de pindaverkoper. Die draaide er zakjes van waarin hij de pinda's verkocht. Karim kwam er achter toen hij een keer pinda's kocht bij die man. Hij las die bladzij, hij las altijd alles en zag dat het uit zijn boek kwam. Hij was heel boos. Hij is alle uitgescheurde pagina's weer bij elkaar gaan zoeken. Ik gebruikte het geld om van te eten of naar de bioscoop te gaan. Te vluchten naar een andere wereld, naar een illusie – een pleister voor mijn geest, mijn ziel, mijn kinderhart. 's Nachts in bed ging het verhaal door in mijn fantasie. Ben Hur, of cowboyfilms, of hindoestaanse films waarin de arme jongens wraak nemen op de rijken.

,,Als kind had ik geen speelgoed, het enige dat ik had was mijn fantasie. We zaten altijd te luisteren naar verhalen en sprookjes. Er was een man die we pestten, we noemden hem Papa Noël, maar 's avonds zaten we bij een vuurtje naar zijn prachtige sprookjesachtige verhalen te luisteren.

,,Mijn grootste kracht is het kind in mij – een kind is fantasie. Als je dat niet hebt, ga je dood. Het is erg dat mensen op een dag vergeten dat ze zelf ooit kind zijn geweest. Maar als ze naar het theater gaan, worden grote mensen weer kinderen, accepteren ze de illusie van de entertainer.

,,Ik heb een stuk gemaakt dat over mijn oma gaat, semi-doek, semi-theater. Ik kan in en uit dat doek stappen. De held van mijn verhaal zegt op een zeker moment: ik heb een verrassing voor je. Dan zie je oma, mijn oma, die altijd zelf brood bakte. Ze stond er 's nachts om drie of vier uur voor op. Sprokkelde zelf het hout, maakte het vuur, allemaal heel zorgvuldig. In het stuk zie ik mezelf als kind in Besbes, ik praat met haar. Dan zegt mijn held: ze hoort je niet, het is een film. En het bijzondere is dat het zo in het echt ook gebeurd is. Karim en ik zijn eerverleden jaar voor het eerst sinds bijna 13 jaar in Algerije geweest. We wilden onze oma nog een keer zien. Toen we aankwamen, was ze dood en begraven, twee dagen voordat we weggingen. Ik stond aan haar graf, ik praatte met haar. Er was een vriend bij uit mijn jeugd en die zei: `Ze hoort je niet'.''

En je vader?

,,Mijn vader heb ik pas op mijn tiende leren kennen, toen ik wegging bij mijn oma en bij hem in de stad ging wonen om mijn school af te maken. Hij was boomchirurg. Hij weet alles over bomen. Maanden achter elkaar was hij alleen met bomen bezig. In een boomgaard kan hij meteen zien welke boom weg moet, hoe oud een boom is. Zijn beeldspraak is aan bomen ontleend: `De tak die je onderschat, kan je blind maken'. Hij gebruikt allerlei bijzondere uitdrukkingen, soms oude bestaande, soms zelfbedachte.

,,Ik denk dat ik mijn taalgevoel van hem heb, ja. En mijn liefde voor bomen. Bomen zijn belangrijk. Reizigers liggen er onder, van vijgenbomen kun je eten. Waar een boom is, is water. Bomen zijn de longen van de wereld en de mens is de sigaar. Het bosje in Schalkwijk waar ik woon is in de loop der jaren steeds minder bomen gaan tellen. Op een dag stond er nog maar één boom en die boom moest weg. Hij stond in de weg van de snelweg. Hij had pech. Nu staat er een hotel.

,,Vlak achter mijn huis stond een boom van 450 jaar oud, die heeft Willem van Oranje nog meegemaakt. Ik luisterde elke dag naar de vogels die er woonden. En dan komt er een projectmakelaar met zijn toverstokje en slaat die boom tegen de grond. En niemand die een rouwadvertentie voor hem in de krant zet.''

Welke rol speelt religie in je leven?

,,Ik ben een moslim, een niet praktiserende moslim. Het hoorde bij onze cultuur, de cultuur die oma doorgaf. Zij geloofde als een kind in het paradijs, heel onbevangen. Ze heeft mij nooit iets opgelegd. Het geloof was bij ons een achtergrond, geen voorgrond. Het moest geen pijn doen, het was een houvast, mooi, goed. Soms ben ik boos over de dingen die mensen aanrichten uit naam van het geloof. Israël, de Palestijnen, wat ze doen tegenover elkaar, tegenover zichzelf. Doden lost niets op. La vie ne vaut rien, mais rien ne vaut une vie. Dat is een uitspraak van André Malraux.

,,Ik heb een serie gemaakt voor Teleac, Heilige huisjes. Ik ben in de kerk geweest en voelde me christen. Ik ben in de tempel geweest en voelde me hindoe. Ik ben in de synagoge geweest en voelde me jood. Primair hebben alle grote religies één gedachte, één visie: proberen een goed mens te zijn.''

Spelen geld en beroemdheid een grote rol in je leven?

,,Ach, wat is geld? Geld is om je armoede te verdragen. Maar armoede bestaat ook in geestelijke zin. De manier waarop mijn ouders uit elkaar gingen, dat was voor ons kinderen armoede. Geld is noodzakelijk maar niet belangrijk. Mijn vader zei altijd: `Bezuinig nooit voor je buik. Je moet altijd één cent bewaren.' Voor mij is geld meegenomen, het maakt dingen gemakkelijker.

,,Beroemdheid vind ik belangrijk in de zin van goed in mijn werk zijn. Als je goed bent, word je beroemd. Bij de actie voor de slachtoffers van de aardbeving, in mei vorig jaar in Algerije, kan ik makkelijker iets doen. Het nadeel is dat ik soms niet normaal met mijn kinderen op straat kan lopen.''

Voeden Karim en jij jullie kinderen op dezelfde manier op?

,,Ik weet wat het is om als kind gekwetst te worden. Onbewust geef je dingen aan je kinderen die je zelf hebt gemist. Ik probeer zo open en lief mogelijk te zijn. Wat het geven van liefde betreft zijn we hetzelfde. Karim zou alles doen voor zijn kinderen, ik ook. Maar hij is denk ik wat strenger, hij stelt meer regels. Ik word wel eens boos, maar ik zeg bijna nooit nee. Ik leg uit waarom het beter is iets te doen of te laten. Dat werkt.''

Wat bewonder je het meest in je broer?

,,Zijn optimisme. Hoe slecht het ook gaat, hij blijft altijd lachen, altijd hopen. Hij kan relativeren. Hij is zo iemand voor wie het glas halfvol is, niet halfleeg.''

En wat ergert je het meest?

,,Daar moet ik even goed over nadenken. Mmmm, soms, dat hij soms denkt dat hij iets beter weet dan ik.''