`Met sprookjes vluchten we deze wereld uit'

Karim Traïdia (54) is cineast en schrijver. Hij maakte onder meer de gelauwerde speelfilm De Poolse bruid en de documentaire Les diseurs de vérité. Hij reisde in 1976 vanuit Algerije naar Parijs en drie jaar later naar Neder- land. Karim Traïda is getrouwd met een Nederlandse vrouw, ze hebben twee dochters.

`Toen ik negen was, is mijn vader weggegaan en zijn wij met onze moeder bij oma gaan wonen. Mijn vader was analfabeet, maar hij wist alles van fruitbomen. Wij kwamen wel fruit bij hem halen. We waren erg arm. Zijn fruit was onze redding. Vijf jaar later kwam hij terug, is hij anderhalf jaar gebleven en weer vertrokken.

,,Vanaf 1972 woonde ik met mijn vier broers op een appartement. Twee van hen hadden polio en lopen moeilijk. We hadden geen water of elektra, wel een bron vlakbij. Ik stond als een na oudste bovenaan in de hiërarchie. Mijn jongste broer Aziz heeft het meest geleden, stond onderaan. Hij is nu taxichauffeur in Londen.''

Waarom is jullie vader weggegaan?

,,Dat heb ik hem nooit direct gevraagd. Mijn vader en ik hadden toen niet veel contact. Ik leefde in een kinderdroomwereld, waar hij deel van uitmaakte omdat ik hem af en toe miste. Ik had toen twee moeders, mijn oma en mijn moeder, en een andere vader: mijn oom Ahmed, die aan tbc leed. Die drie hebben ervoor gezorgd dat mijn broers en ik ons nooit afvroegen hoe erg de afwezigheid van onze vader was.

,,Mijn moeder trouwde toen ze veertien was. Ze was buiten aan het spelen. Toen kwam er bezoek en haar moeder zei: `Was je gezicht en handen, kam je haar en trek iets moois aan. Ze komen voor jou. Je moet je gedragen en hen niet aankijken. Je bent gegeven'.

,,Mijn vader is dertien jaar ouder. Op haar achttiende had mijn moeder al twee kinderen. Diep in haar hart heeft ze mijn vader nooit als levenspartner geaccepteerd. Ik heb ze bijna nooit met elkaar horen praten. Urenlang konden ze naar een lege muur kijken: ze hadden geen tv, geen boeken, geen schilderijen. Dan stond mijn moeder op, gaf hem koffie, het hoorde gewoon zo.

,,Het was in het begin van de oorlog met Frankrijk. Een broer van mijn vader is onder een brug opgehangen, een andere is neergeschoten in Frankrijk en de derde werd voor mijn vaders ogen gemarteld. Alledrie door de Fransen. Iedereen zei: `Sadek is gek geworden.' Opeens wilde hij met niemand meer praten. Hij heeft zich van alles en iedereen afgesloten, met niemand zijn pijn en verdriet gedeeld. Hij is in een gourby gaan wonen, een hut tien kilometer verderop.

,,Als ik met mijn vader praat, voel ik zijn pijn over het verlies van zijn broers. Hij klaagt er nooit over. Je moet hem ook niets vragen, hij begint uit zichzelf te vertellen. Soms middenin de nacht. Hij blijft praten en eist reactie van mij. Maar ik wil slapen. Dan doe ik het licht aan en zeg: oké, vertel maar. Dan gaat hij rechtop zitten, kijkt me even aan, doet het licht uit en zegt: ik wil slapen, gelukkige nacht.

,,Ik heb hem een paar keer horen zeggen: ik heb een goed leven gehad. Maar ik denk soms: vader, je hebt een rotleven gehad. In armoede, je broers verloren, van je vrouw gescheiden. Hij liet zich een keer ontvallen: ik heb niks op mijn geweten. Ik denk ook dat hij geen andere keuze had. Ik denk dat hij ons juist het geluk heeft willen geven door weg te gaan.''

En je moeder?

,,Ik bel soms met haar. Als er iets gebeurt in Algerije. Mijn moeder is een hartstochtelijk persoon, ze was er altijd voor haar kinderen. Ze knokte tot ze erbij neerviel. Ze zorgde ervoor dat we elke ochtend piekfijn naar school gingen. Terwijl al onze kleren oud waren en bij elkaar gelapt. Zij wilde iedereen laten zien dat zij een moeder, een vader en een goede opvoedster was. De stok was altijd aanwezig. Ze hoefde er maar naartoe te lopen en je wist hoe laat het was. Dat vonden wij niet erg. De stok was een stimulans. De beloning was dat je geen klappen kreeg. En de trots die je van haar gezicht kon aflezen, vooral als er bezoek was.

,,Wij waren in ons dorp misschien wel de allerarmsten. Vrijwel totaal afhankelijk van de goede giften van de gemeente en buren. Mijn moeder waste indertijd de kleren van de Franse soldaten. Wij plukten tomaten, tabak en watermeloen. Ons loon moesten we meteen inleveren. Je werd gefouilleerd als je tien minuten later thuis kwam. Om te kijken of je onderweg geen snoep had gekocht. Het was de mooiste tijd van mijn leven. Nooit een saai moment. Iedereen was gek op ons. Bij ons was het altijd lachen.

,,Wij vonden met ons vijven een uitvlucht. We putten uit onze fantasie. Verhalen vertellen was bij ons heel gewoon. De tabaksbinder was de grootste fantast van het dorp. Hij vertelde vervolgverhalen, met cliffhangers, zodat je wel terug moest komen. Hij vertelde ons verhalen waarin hij de held was. Onwaarschijnlijke verhalen die hij altijd onderbrak met een vraag aan zijn vrouw: `Weet je nog Aisha?' En Aisha knikte en zei altijd: `O ja, als de dag van vandaag.'

,,In Algerije dacht ik dat ik het land nooit zou verlaten. Ik was gelukkig. Ik was elektrotechnicus. Zag mijn vrienden en familie regelmatig. En ik was verliefd op een meisje, vier jaar lang. We wilden met elkaar trouwen. Mijn ouders zijn naar de hare gegaan, maar die wilden het niet. Een meisje moet haar ouders volgen. Ik was wanhopig. Ik stopte met werken en begon te drinken. Mijn vader zei: je moet weg. Na twee maanden huilen ben ik met de boot naar Marseille gegaan. Hakim zwaaide me uit. Ik was ervan overtuigd dat dat meisje niet met mij mocht trouwen, omdat ik niemand was. Dus zou ik in Frankrijk veel diploma's halen en weer teruggaan.

,,De eerste vier maanden in Parijs waren fantastisch. Ik had een koffer met kleren en verder niets. Ik heb me gered met de verhalen die ik vertelde. Ik zwierf, van de ene Fransman naar de andere. Schrijver worden was al heel jong mijn droom. Ik had het er al over met mijn schoolmeester. Ik bewonderde Albert Camus, die vlakbij ons woonde. Ik las de fabels van Lafontaine. Die stimuleerden mijn fantasie. In Parijs kregen die ambitie en pretentie ineens vorm.

,,Na een jaar kwamen Hakim en Aziz ook naar Parijs. En ontdekten we dat wij ook vrienden waren. We merkten dat we als drietal gewaardeerd werden om wat we waren. Hakim en ik hadden vaak heftige confrontaties. We daagden elkaar uit in onze ambities. Als hij niet was doorgegaan met het theater, was ik waarschijnlijk geen filmmaker geworden. Later werd Hakim verliefd op een Nederlands meisje dat Frans studeerde. Hij ging met haar mee naar Nederland en trouwde. Zij nodigden mij uit en ik dacht: ik ga hetzelfde doen. Hij liep altijd een paar jaar op mij vooruit, ook artistiek.''

Hoe zou je jullie verhouding typeren?

,,Hakim is mijn beste vriend. We praten over alles: emoties, sociale kwesties, het leven, de kinderen. Als ik huil, is Hakim de eerste die door mijn vrouw wordt opgebeld. Ook als ik gelukkig ben, deel ik dat met hem. In december 2002 zijn we voor het eerst in bijna 13 jaar terug geweest in Algerije. De douane herkende Hakim van tv, daar had hij zo prachtig verteld over ons dorp. Hij werd onthaald als een held. Zelf durfde ik heel lang niet terug. Ik vreesde dat het Algerije van mijn jeugd alleen nog in mijn hoofd bestond. Ik was bang voor de confrontatie met mijn beeld van het verleden, waarin de mensen daar zich niet meer zouden herkennen. Maar ze wilden juist de verhalen horen die ik in mij had bewaard en die ze vergeten waren. Het was alleen maar mijn eigen lafheid en angst.''

Beschouw je jezelf als moslim?

,,In mijn dorp stond de mooiste moskee van de streek. De deur stond altijd open. Er was een bibliotheek, er werd gepraat. Ik ging er nooit heen om te bidden. We dachten: geloof is een zaak van oudere mensen. Na de onafhankelijkheid in 1962 kwam een ander beeld van de islam. Kinderen moesten uit de koran leren. Daarvoor geloofden wij in de wonderen van de profeet. Geconfronteerd met de letterlijke tekst, verdwijnt de ruimte voor de fantasie.

,,Ik leef nu in een wereld waar de islam een politieke en sociale kwestie is, en de islam een collectief gebeuren. Daar doe ik niet aan mee. Ik ben als moslim geboren, maar het slaapt. Soms wordt het aangewakkerd door bijvoorbeeld de negatieve berichtgeving in de media. Ik voel me dan geraakt in mijn bronnen en alles wat ermee te maken heeft. Dan wil ik de dingen wel uitschreeuwen. Maar ik verzet me ertegen en probeer een scheidingslijn te trekken tussen toen en nu, tussen mijn verleden en mijn heden.''

In hoeverre heeft je eigen opvoeding die van je kinderen beïnvloed?

,,Ik heb mijn kinderen opgevoed in de vrijheid die er niet was in de Algerijnse samenleving. Ik was vrijblijvend, bijna, liet heel veel toe. Achteraf heb ik spijt dat ik mijn kinderen niet de taal en cultuur van mijn eigen land heb meegegeven. Ik ervaar het als pijnlijk dat, als mijn moeder komt, mijn kinderen zich tegenover haar moeten behelpen met gebarentaal. Waarschijnlijk wilde ik niet dat mijn kinderen iets te maken hadden met Algerije. Maar ik realiseerde me niet dat ze dan ook niks te maken zouden hebben met een belangrijk deel van mij.''

Wat bewonder je in Hakim?

,,Ik bewonder Hakims innerlijke eerlijkheid, die moeilijk te handhaven is in deze tijden. Het is moeilijk om met je hart te leven. Je moet altijd een beroep doen op je verstand, je moet je aanpassen. Ik heb gemerkt dat de samenleving meer geïnteresseerd is in wat ze willen horen – volgens normen, codes en waarden die allang vastgelegd zijn – dan in wat je werkelijk te vertellen hebt. Wat ik ook bewonder in Hakim is zijn communicatie. Hij kan op straat stoppen voor een junk, een kind, een zwerver, een minister; hij luistert naar iedereen die hem aanspreekt. Die kinderlijke belangstelling heb ik niet meer.''

Wat is een slechte eigenschap?

,,Hakim wil altijd gelijk hebben. Meestal blijven we lang op hetzelfde standpunt staan, tot een van ons het moet opgeven. Meestal ben ik dat. Terwijl ik gelijk had. Daar baal ik dan van. Ik denk dat hij op deze vraag precies hetzelfde zal antwoorden.''