Mannen zijn lelijk

Elke week in Leven &cetera een column uit het online jongerenmagazine Spunk. Deze week de (bekorte) column van Jan Hoek (20).

Het liefst was ik geboren in een Duits trailertrash-milieu. In een milieu waar mannen de hele dag bier drinken, foute racistische kranten lezen en boeren laten. De mannen hebben dikke bierbuiken, bezwete ongeschoren varkenskoppen en zo veel en vies okselhaar dat er bijna dreads in groeien. Zo'n man zou ik heel graag willen zijn. De vrouwen die bij zo'n man horen, zijn vaak slank, blond en proberen hun tijd eerlijk te verdelen over het huishouden, het bed van de man en de schoonheidssalon. Dat, ten behoeve van de schoonheidssalon, het huishouden en het bed er wel eens bij inschieten, is iets wat je als Duitse trailertrash-man voor lief neemt. De ongelofelijke aantrekkingskracht van de Duitse trailertrash zit hem heel simpel in het volgende principe: mannen zijn lelijk en vrouwen zijn mooi.

Helaas ben ik niet geboren op een caravankamp in Duitsland maar in het moderne randstedelijke Nederland. Daar gelden totaal andere wetten, de wetten van de vrouw. Dat is geen ramp, ik ben ook met mijn tijd meegegaan en vind het geen probleem om zelf het huishouden te doen. Ik ben inmiddels zelfs fanatieker dan de meeste dames. Ik achtervolg mijn vrouwelijke huisgenoot dan ook regelmatig met de mededeling dat ik een sok onder haar bed heb gevonden of dat er nog een vetvlekje op een van de glazen zit. Ook spenderen de vrouwen hier een stuk minder tijd in het bed van de man. Ze liggen nu namelijk óf elke nacht bij een andere man in bed, óf ze liggen heel zelfstandig moederziel alleen in een bed. En met mij liggen ze al helemaal niet meer in een bed. Dat is op zich ook niet zo erg, ik ben er inmiddels aan gewend geraakt.

Wat wel erg is, is dat ze nog net zo fanatiek bezig zijn met hun uiterlijk en van mannen verwachten hetzelfde te doen. Mannen moeten even knap zijn als de vrouwen. Heb je een onregelmatige huid of houd je je rughaar niet goed bij, dan word je daar meedogenloos op afgerekend. Ik was deze zomer met een meisje op vakantie. Op het prachtige strand met palmbomen was haar enige interesse het gelijkmatig bruin worden van de huid. En ik moest daaraan meedoen. ,,Jan, je moet nu op je rug liggen, anders krijg je een bruine buik, maar houd je een witte rug. Dat is echt heel erg lelijk. Draai je dus om. En wel nu meteen.''

Het vervelende is dat het gewerkt heeft. Ik ben inmiddels zo ijdel als een wijf. Ik doe er alles aan om het evenbeeld van mijn grote voorbeeld, de onlangs gedumpte Barbie-pop Ken, na te streven. Ik koop haargel van 15 euro per potje, ik smeer dode zeemineralen op mijn huid en kijk in elke spiegel die voorbij komt.

Maar elke keer als ik in een spiegel kijk, merk ik dat ik er ingetuind ben. Dan zie ik opeens dat ik ondanks de vele zeemineralen nog steeds een pokdalige huid heb en dat mijn poriën nog steeds grote gapende zwarte kraters zijn. Dan zie ik haren uit mijn neus en oren komen, roos in mijn kapsel en rode puisten op mijn kont. Op zo'n moment zie je dat je als man zo behaard bent dat het onmogelijk is al dat lichaamshaar op een fatsoenlijke manier bij te tuinieren. Dan zie ik in mijn spiegelbeeld het levende bewijs dat achter het masker van ijdelheid en metroseksualitiet bij lange na niet de onovertroffen schoonheid van een vrouw te vinden is. Dan zie ik dat ik toch best wel lelijk ben en dat ik me als moderne man weer eens flink heb laten beetnemen. Want laten we eerlijk zijn, op die paar David Beckhams op de wereld na, schuilt eigenlijk in elke man nog steeds de oeroude afzichtelijke Duitse trailertrash-man. Hoeveel potjes haargel van 15 euro we ook kopen.

Meer: www.spunk.nl