Lesje staatsrecht voor politici

Herman Tjeenk Willink, vice-president van de Raad van State, kapittelt de regering en de Tweede Kamer. Henk Vonhoff en Jouke de Vries vallen hem bij.

De functie van Herman Tjeenk Willink is veranderd, maar zijn boodschap blijft dezelfde: het overheidsapparaat functioneert niet goed. Dat signaleren de bestuurskundigen Jouke de Vries (PvdA) en Henk Vonhoff (VVD) nadat ze de `Algemene beschouwingen' hebben gelezen in het jaarverslag van de Raad van State.

In de jaren tachtig adviseerde Tjeenk Willink, als regeringscommissaris voor de reorganisatie van de Rijksdienst, het kabinet over de relatie tussen de burger en het overheidsapparaat. Het leverde een lange lijst tekortkomingen op. Sinds 1997 is Tjeenk Willink vice-voorzitter van de Raad van State en gebruikt hij zijn de `Algemene beschouwingen' om politici en bestuurders te kapittelen.

,,Het begint een traditie te worden dat de `onderkoning van Nederland' de presentatie van het jaarverslag van de Raad van State gebruikt voor een lesje staatsrecht'', zegt Jouke de Vries, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Leiden. Vorig jaar hekelde Tjeenk Willink het aftreden van het kabinet-Kok naar aanleiding van het NIOD-rapport over de val van de moslim-enclave Srebrenica. Het was volgens Tjeenk Willink een poging om de vertrouwensrelatie met de burgers te handhaven. Maar daarmee werd volgens hem de ministeriële verantwoordelijkheid van haar essentie ontdaan. ,,Niet opstappen is het bewijs van ministeriële verantwoordelijkheid, maar uitleg geven, het gevoerde beleid verdedigen en als er misslagen zijn gemaakt, doeltreffende maatregelen nemen om nieuwe misslagen te voorkomen.'' Oud-premier Kok was zeer ontstemd door dit college staatsrecht van Tjeenk Willink.

Dit jaar richt de vice-voorzitter zijn pijlen op de staatkundige vernieuwing en modernisering van het overheidsapparaat, een van de prioriteiten van het kabinet-Balkenende. In zijn – dinsdag gepubliceerde – `Algemene beschouwingen' signaleert Tjeenk Willink vier omissies: het ontbreken van een visie op het staatkundig bestel, het verwaarlozen van de instituties, het gebrek aan een goede analyse, en onduidelijkheid over wat het probleem is dat moet worden opgelost en wie de problemen heeft. ,,Hij neemt het woord `crisis' niet in de mond, maar het staat er wel'', zegt De Vries. ,,De toon van Tjeenk Willink wordt steeds strenger. Hij is een heer in keurig pak die gebruik maakt van fraaie diplomatieke volzinnen, maar de inhoud is er niet minder hard om.''

Het functioneren van de publieke sector wordt volgens Tjeenk Willink belemmerd door een oncontroleerbare `tussenlaag' van rekenmeesters, toezichthouders, adviseurs en managers in de publieke, semi-publieke en private sector. Het is frappant dat niet duidelijk is hoeveel – vaak goed betaalde – functionarissen zich in de afgelopen twintig jaar als intermediair hebben genesteld tussen politiek verantwoordelijke ministers en professionele uitvoerders.

De Vries is het met Tjeenk Willink eens: het zijn volgens hem de gevolgen van het bedrijfsmatig denken waarbij het openbaar bestuur gelijk werd gesteld met een bedrijf. Vanaf de jaren tachtig komt de nadruk te liggen op privatisering van overheidsdiensten. Goed presterende bedrijven en managers uit het bedrijfsleven zijn een voorbeeld voor de overheid. Het gaat gepaard met een stevige kritiek op de overheidsbureaucratie. ,,De opkomst van het bedrijfsmatig denken betekent dat ambtenaren zich steeds meer manager voelen, waardoor zij politieke processen en staatsrechtelijke `checks and balances' als een sta-in-de-weg beschouwen voor de missie die zij moeten vervullen'', zegt De Vries. ,,Door het bedrijfsmatig denken wordt de politiek – net als sigaretten en Coca Cola – licht van inhoud. Het staatsrecht wordt een blok aan het been.''

Verder constateert Tjeenk Willink een toename van het incidentalisme in de politiek. ,,Aan de wetgeving die in Brussel op stapel staat, komt de Tweede Kamer niet toe.'' Systematische politieke controle op de stand van uitvoering van het beleid, de inzet van mensen en middelen, de knelpunten, de klachten ontbreekt. De behoefte aan meer parlementaire enquêtes zijn een uiting van gebreken in die politieke controle. ,,Van een zwaar parlementair onderzoeksmiddel om verantwoordelijkheden van de regering vast te stellen, is het verworden tot een middel om media-aandacht te trekken'', vult de liberaal Henk Vonhoff aan. Zijn rapporten uit 1979 en 1981 waren de eerste aanzet tot een verandering van de bestuurlijke organisatie en Vonhoff is een autoriteit op het gebied van enquêtes. ,,Niet de waarheidsvinding stond bijvoorbeeld bij de het vliegtuigongeval in de Bijlmermeer centraal, maar het streven om de betrokkenen tegemoet te komen''. Vonhoff citeert de commissie: ,,In dit eindrapport wil de commissie deze mensen ook aan het woord laten. De commissie hoopt hiermee hun vragen te beantwoorden en ertoe bij te dragen dat zij weer vertrouwen krijgen in de politiek, de overheid en de toekomst.'' De VVD'er zucht. ,,Daarvoor dient een enquête niet.''

Vonhoff deelt de opvatting van Tjeenk Willink over het gebrek aan controle door de Tweede Kamer. De huidige praktijk heeft volgens Vonhoff tot gevolg dat de Kamer in zijn behoefte tot het volgen van incidenten ineens aandacht besteedt aan zaken die al jaren waren ontspoord. ,,Om de kwaliteit van het toezicht is het van belang dat verantwoordelijkheden duidelijker worden vastgesteld. Dat heeft volgens mij een hogere prioriteit dan een bestuurlijke vernieuwing zoals de gekozen burgemeester.''

WETHOUDERS pagina 37