Kunstraad met achilleshiel

Deze week lekte uit van welke instellingen de Amsterdamse Kunstraad de subsidie wil schrappen om aan een bezuiniging van 4 miljoen euro te voldoen. Wie zitten er in de raad en hoe objectief zijn zij?

Hoewel de Amsterdamse Kunstraad pas op 10 mei zijn advies voor het Kunstenplan 2001-2004 uitbrengt, is daarover deze week reeds grote beroering ontstaan. Uit de voorlopige versies van de vooradviezen die aan de betrokkenen zijn voorgelegd, blijkt namelijk dat de raad wethouder H. Belliot (Cultuur) gaat adviseren om de subsidies van vele Amsterdamse kunstinstellingen in te trekken. Belliot moet 4 miljoen per jaar bezuinigen op een jaarbudget van 79 miljoen. De Amsterdamse Kunstraad adviseert over de uitvoering daarvan.

De Kunstraad is het onafhankelijke adviesorgaan dat staat tussen wethouder en de gesubsideerde instellingen, om de scheiding tussen politiek en kunst te waarborgen. Maar hoe vrij en objectief is de raad eigenlijk en wie maken er deel van uit? En is het zoals oud-minister Brinkman ooit tegen de Raad voor Cultuur zei: ,,De kans dat ik uw adviezen opvolg, is groter naarmate ze dichter bij mijn beleid liggen.''

,,Het is de achilleshiel van de raad'', geeft secretaris Bert Janmaat toe: om het gezag van de raad te waarborgen, moet de raad mensen aantrekken uit de kunstwereld, maar deze mensen zijn door hun werk altijd vatbaar voor de kritiek van partijdigheid. Als je een buitenstaander benoemt, is hij weer vatbaar voor de kritiek van ondeskundigheid. Bestuurslid George Brugmans: ,,Politici en ambtenaren hebben geen verstand van kunst, wij wel. En de consequentie is dat je soms moet beslissen over mensen die je kent.''

De raad bestaat uit een bestuur van zeven man plus vijfentwintig permanente leden die voor twee jaar worden benoemd. Onder de huidige leden zitten vooral mensen die adminstratieve functies in de kunstsector vervullen, ze zijn directeur, conservator of bestuurlid van kunstinstellingen, meestal wel van instellingen die `geen subsidie-relatie' met de gemeente Amsterdam hebben. Journalisten zijn ook sterk vertegenwoordigd. Echte kunstenaars zijn er niet veel, twee schrijvers (Hans Maarten van den Brink, Gerben Hellinga), één componist (Maarten van Norden), een onbekende actrice (Barbara Martijn), een ontwerper (Jacob de Baan) en een toneelregisseur (Saban Öl).

Voorzitter is Ton Boersma, gepensioneerd bankier en verzekeraar en voormalig bestuurder bij onder meer het Holland Festival, het Nationale Ballet, Vrienden van het Concertgebouworkest en Julidans. Sinds hij voorzitter is, heeft hij bijna al zijn andere kunstbesturen opgegeven. Als een van zijn vorige instellingen ter sprake komt, houdt hij zijn mond: ,,Het Nationale Ballet bijvoorbeeld; ik heb me er echt niet mee bemoeid. Als je daar in het bestuur zit, hoor je veel, je hoort te veel.''

Tegen belangenverstrengeling heeft de raad volgens Boersma ,,de gebruikelijke waarborgen'' ingebouwd. Als een lid ooit bij een der besproken subsidieaanvragers betrokken is geweest, mag hij niet bij de vergadering daarover aanwezig zijn. Bestuurslid Alida Neslo, directeur van toneelopleiding Dasarts, mocht bijvoorbeeld niet meepraten over DNA (een toneelgroep die de raad waarschijnlijk van de lijst wil schrappen) omdat ze daar vroeger directrice was. Objectiviteit is volgens secretaris Bert Janmaat onmogelijk: ,,Wij spreken liever van intersubjectiviteit. Omdat niet één maar een hele ploeg mensen oordeelt, is de stem van dat ene, bevooroordeelde lid van minder belang.''

Volgens Boersma moet de sociale controle zijn werk doen: ,,Als iemand zijn mening geeft, en ik denk: ja, maar jij hebt daar vroeger gewerkt, dan zegt ik er wat van. Het adagium luidt: hoed u voor de schijn. Maar je moet ook uitgaan van de integriteit van de leden.''

Het bestuur vergadert geregeld, de leden worden alleen bijeen geroepen als er iets aan de hand is. Voor het Kunstenplan zijn dertien tijdelijke deelcommissies opgericht, waarover de permanente leden worden verdeeld, aangevuld met deskundigen uit het veld. Deze keer werken zo'n tachtig leden mee aan het advies. Zij doen dit werk voor 100 euro per vergadering.

Bestuurslid George Brugmans is degene met de meeste deelcommissies: drie, waarvan twee als voorzitter. Wordt zijn invloed niet te groot? ,,Nee, als voorzitter heb ik ten eerste helemaal niet veel te zeggen. Als ik al macht zou hebben: ik geef het straks met alle plezier weer op. Na vier jaar zitten er weer andere mensen op mijn plek.'' Hij heeft vrienden in de kunstwereld, maar zegt daarvan geen hinder te ondervinden. Anders dan Boersma heeft Brugmans zijn functies voornamelijk buiten Amsterdam. Hij is directeur van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, en heeft daarnaast nog een aantal andere bestuurs- en adviseursfuncties. Net als Boersma is Brugmans een doorgewinterde kunstbestuurder.

Zijn tegenpool in het bestuur is Justus van Schoonheim, die ,,een eenvoudig baantje'' als ambtenaar bij de gemeente Amsterdam heeft. De ex-leraar noemt zich een ,,enthousiast en geëngageerd kunstbezoeker''. Hij denkt gekozen te zijn omdat hij ,,de jongeren vertegenwoordigt'' (hij is van 1973) en ,,gewend is beleidsstukken te lezen''. Hij heeft een poëziesite met een opstandige toon waarop hij zonder toestemming werk van bekende dichters publiceert. Schoonheim: ,,Dat is nog uit mijn Sturm und Drang-periode.''