In een graafmachine aan het front

Waarom wijken Spanjaarden, Bulgaren en andere coalitietroepen zo snel als ze onder vuur komen van opstandige Irakezen? Het is lastig vechten met graafmachines en een mandaat voor wederopbouw.

Vechten? Maar dat was niet de bedoeling! Veel van de troepen-contingenten die deel uitmaken van de coalition of the willing dachten dat ze vooral zouden worden ingezet voor humanitaire missies, hooguit voor wat politionele taken. Maar met de toename van de aanvallen op hun hoofdkwartieren en patrouilles wordt van hen plots iets anders verwacht. Sommige eenheden hebben van hun politieke bazen nauwelijks een mandaat gekregen om zich te verweren, andere zijn daarvoor niet goed uitgerust. En sommige zijn zelf al helemaal niet zo willing.

Neem het Oekraïense detachement dat met iets meer dan anderhalf duizend manschappen is gelegerd rond de oostelijke stad Al-Kut. Toen Irakese miliciens de afgelopen dagen een paar gebouwen bezetten waarin het tijdelijke gezag was ondergebracht, trokken ze zich schielijk terug naar hun stellingen buiten de stad. Bij de aanvallen viel een Oekraïense dode, de eerste in Irak. De Oekraïense strijdkrachten hebben het afgelopen decennium veel ervaring opgedaan bij vredesmissies, onder andere op de Balkan. Maar, zoals de Oekraïense legertop ook gewoon toegeeft, de belangrijkste reden voor deelname daaraan is financieel.

Intussen zijn Amerikaanse troepen gisteren de stad aan de Tigris binnengetrokken. Over wat ze van de vechtlust van hun Oekraïense collega's vinden, is niets bekend.

Toen de bijna vijfhonderd Bulgaarse militairen in Kerbala werden geconfronteerd met opstandelingen namen ze de wijk naar het nabije Poolse basiskamp. De Bulgaarse onderminister van Buitenlandse Zaken, Ivan Petkov, verkondigde onmiddellijk dat het detachement in Irak zou blijven ,,om de strijd tegen het internationale terrorisme standvastig voort te zetten.'' Hij sprak niet namens alle Bulgaarse militairen. Het moreel van het Bulgaarse detachement laat te wensen over. In februari weigerden enige tientallen militairen dienst in Irak nadat vijf Bulgaren bij een bomaanslag waren gesneuveld. Het Amerikaanse opperbevel in Irak stuurde donderdag onmiddellijk versterkingen naar Kerbala, gisteren gevolgd door nog eens 120 man.

De Spanjaarden in de heilige stad Najaf kozen eveneens eieren voor hun geld toen opstandelingen overheidsgebouwen en een belangrijke moskee bezetten. Ze zwichtten daarbij niet voor een militaire overmacht. Het Plus Ultra detachement, zoals het Spaanse detachement aangevuld met troepen uit Latijns-Amerika heet, bestaat onder andere uit honderden manschappen van het Spaanse Vreemdelingen Legioen, een eenheid die een geduchter imago heeft dan dat van de Franse pendant.

Dat zij zich terugtrokken had meer te maken met een militaire reflex: indien je als soldaat weet dat je snel naar huis wordt teruggehaald, dan voer je zo weinig mogelijk riskante opdrachten meer uit. De nieuwe Spaanse regering heeft half maart aangekondigd de troepen uit Irak terug te halen.

De bewapening van de kleinere coalitie-partners is ook al minder geschikt om in de tegenaanval te gaan. Aan de ene kant zijn de contingenten onevenredig zwaar uitgerust met materieel voor de genie: bulldozers en graafmachines. De Slowaakse, Thaise, en Roemeense detachementen bestaan bijna volledig uit genie-eenheden. Dat type materieel is handig voor het herstellen van het wegennet, bruggen en irrigatiekanalen en ander humanitair werk, maar voorlopig zijn ze vooral goed van pas gekomen bij het opwerpen van barrières die de kampementen moeten beschermen. Voor offensieve operaties zijn ze niet geschikt.

Behalve dat de gevechtstroepen bij veel coalitiepartners ondervertegenwoordigd zijn, mankeert het hun ook vaak aan moderne uitrusting. Alleen de Amerikanen en Britten zijn compleet uitgerust met zware wapens zoals tanks en artillerie, andere landen hooguit met pantservoertuigen, die meestal niet zijn bestand tegen het meest verspreide Iraakse wapen: de RPG raketgranaat.

Het Oekraïense leger is uit geldgebrek nog altijd uitgerust met gebrekkig sovjet-materieel. En datzelfde geldt voor de Litouwers, Bulgaren, Slowaken, Mongolen en Kazakken. De Amerikanen hebben hun best gedaan om de ergste hiaten te vullen met surplus uitrusting. In de tweede helft van vorig jaar kregen de Poolse militairen daarom bijna vierduizend kogelvrije vesten en evenveel helmen van de sterke kunststof kevlar. Honderden vrachtauto's en terreinwagens gingen naar de Bulgaarse, Hondurese, Salvadoraanse, Letse detachementen en dat van de Dominicaanse Republiek.

Maar het zijn de jongste aanwinsten van de coalitie die nog wel het minst zijn toegerust voor gevechtsacties. Dat ligt niet aan het materieel. Japan en Zuid-Korea hebben een groot defensiebudget en ze oefenen vaak in eigen land met Amerikaanse strijdkrachten. De Zuid-Koreanen, die 3600 man hebben toegezegd, talmen al maanden over waar ze moeten worden gelegerd om zo weinig mogelijk gevaar te lopen om in de vuurlinie terecht te komen. De Koreaanse regering weigerde resoluut het Amerikaanse verzoek om deel te nemen aan `offensieve operaties'. De noordelijke stad Kirkuk werd te gevaarlijk bevonden als vestigingsplaats voor de Koreaanse kampementen nadat daar in februari zelfmoordaanslagen waren gepleegd. Kwartiermakers bestuderen nu of Arbil en Sulaymaniya beter geschikt zijn. Deze steden liggen in het de facto autonome Koerdische gebied dat al sinds de Golfoorlog in 1991 onder Amerikaanse bescherming staat.

De Japanners wíllen niet alleen niet in gevecht raken, ze kunnen en mogen dat ook niet. Ze zijn zeer licht uitgerust omdat ze expliciet alleen humanitaire klussen mogen opknappen, zoals de aanleg van wegen en waterputten. Sinds er buiten hun kampement een granaat ontplofte zitten de 500 Japanse militairen veilig achter de aarden wallen en zandzakken van hun kampement. Ze moeten wachten totdat Britse en Nederlandse troepen hun belagers hebben verjaagd.