Hollands dagboek; André Kuipers

Op 19 april wordt luchtvaartgeneeskundige André Kuipers (45) de ruimte in geschoten. Afgelopen week bereidde hij zich in Sterrenstad bij Moskou voor op zijn missie en reisde hij af naar Baikonour, Kazachstan. Kuipers heeft een vriendin en twee dochters. `Ik neem te veel mee naar boven. Maar wat haal ik eruit?'

Donderdag 1 april

Leuke datum om een dagboek te beginnen. Zeker als je zelf betrokken bent bij een aprilgrap. Er gaat een hond mee in de Soyuz als gezelschapsdier. Van collega's op ESTEC in Noordwijk hoorde ik over de vele, ongetwijfeld aardige, honden die door hun eigenaar kandidaat gesteld worden. Gelukkig voor de arme beesten is het een grap. De krappe capsule is niet echt een hondenparadijs. En zie je het dier al wild bewegend door het ruimtestation zweven?

Ik heb vandaag vrij. En de volgende dagen ook. Crew rest. De examens zijn achter de rug, met uitstekend resultaat, en daarna mag de bemanning ,,even bijkomen''. Ik ben dus geslaagd en dat voelt goed. Al het studeren en trainen mondde uit in hét grote examen in de Soyuz. En hoewel je met je hele bemanning bent en ik een kei van een commandant heb, ben je toch gespannen omdat je geen stomme fout wilt maken.

Heel prettig vandaag door te brengen met Helen, mijn vriendin. Eindelijk hebben we wat tijd voor elkaar. Door mijn training en haar werk zagen we elkaar dit jaar slechts drie weken tot nu toe. Activiteiten als het bezoeken van een mooi stadje of een leuk restaurant hebben we zonder spijt laten vallen. We hebben geen behoefte aan aandacht voor de buitenwereld, alleen voor elkaar.

Maar de buitenwereld laat ons niet met rust, natuurlijk niet. De wekelijkse tekst voor de website en mijn Radio 1-verslag wacht, ik moet e-mails beantwoorden en we zijn druk bezig om Helens bagage te vinden. Die stond gisteren op het vliegveld niet op de band. Ik hoop er het beste van, want er zitten spullen in die mee de ruimte in moeten.

Vrijdag

Sinds lange tijd krijg ik een Nederlandse krant onder ogen: indrukwekkende beelden van de begrafenis van koningin Juliana. Als ik in Nederland was geweest, was ik naar Den Haag gegaan. Er staat ook een bericht en foto van mijn eindexamen in. Ik ben nog steeds verbaasd dat de aandacht voor de Delta-missie en mij als kosmonaut zo groot is.

Helens bagage is er nog steeds niet en ze is maar wat noodzakelijke spullen gaan kopen in een van de weinige winkeltjes hier in Sterrenstad. Weinig keus, maar je moet wat. Een collega waarschuwde me vanmiddag dat er al uren iemand voor de poort stond om mijn minidisk voor Radio 1 op te halen. Die wordt normaliter door iemand naar de poort gebracht, maar die was vandaag in Moskou. Dus lekker op de fiets. Het is weer even koud vandaag, aardig onder het nulpunt. Maar de sneeuw is zo goed als weg. Dat ging heel snel. Ondanks de crewrest ben ik toch officieel in actie geweest. En niet op de slechtste manier.

Vandaag wordt de 15-jarige samenwerking tussen ESA en de Russische ruimtevaartorganisatie gevierd. Er is een heel symposium met alle belangrijke mensen in Moskou. Logisch dat ik als symbool van die samenwerking gevraagd werd ook te komen. Als mijn commandant en de bazen van het trainingscentrum akkoord waren natuurlijk. Geen probleem, dus zijn Helen en ik naar het chique hotel Metropool getogen.

En daar had ik geen spijt van. Er waren namelijk vele collega's van ESA die ik lange tijd niet gezien had. Zo hoor je ook nog eens hoe de Delta-missie op de andere fronten loopt. In de geïsoleerde positie hier, trainend voor de operationele kant, weet je niet precies wat er nog meer allemaal speelt.

Zaterdag

Uitslapen. Dat is lang geleden. Muziek opnemen voor boven, post beantwoorden en praten over de planning voor de vlucht en het leven daarna. Verbazend veel vrienden en familie zijn van plan naar de Space Expo in Noordwijk te gaan om de lancering bij te wonen. Dat wordt vroeg, beste vrienden. En ik hoop dat er geen mist is, zoals bij mijn Belgische collega. Ik stond toen relatief dicht bij de raket maar ik zag helemaal niets. Dat was in het najaar en gelukkig is het weer in april uitstekend.

Helen had ijs beloofd aan mijn ESA-collega's voor het avondeten en in de winkeltjes van Sterrenstad is er wel wat keus. Bovendien was er wederom een zeldzame blauwe hemel, dus prima om er even uit te gaan. En buiten het Profilactorium, ons hotel, stond mijn collega Michael Fincke met vrouw, zoontje en vrienden. Het leek wel een ontspannen dagje met de buren.

De bediening in de winkels gaat nog in oude stijl, je moet bij de verschillende kassa's zeggen wat je wilt hebben en dan pakken ze het voor je. Dat duurt dus lang, maar het is een hele verbetering ten opzichte van het bonnetje vroeger, dat je eerst kreeg van de kaasdame of de brooddame of de groentedame, dat je dan moest afrekenen, om vervolgens met een tweede bonnetje weer terug te lopen om je product op te halen bij dezelfde dame.

Het keukentje op onze afdeling was gezellig druk. Iedereen hielp mee met het avondeten. Muziek, voorafjes, enzovoorts. De zalm was erg zout. Die moet je hier eerst heel lang spoelen om hem eetbaar te maken.

En het ijs ging op.

Zondag

Een telefoontje van Yuri. Hij is het gepensioneerde hoofd van de trainingsafdeling in het opleidingscentrum en runt ons ESA-kantoor. En hij is een fanatiek tennisser. Er was een toernooi gaande, de Star City Open. Het was leuk om daar even heen te gaan en kosmonauten en trainers van alle leeftijden te zien tennissen. Ook mijn eerdere commandant Tokarev was er en bekende kosmonauten die ik van documentaires kende. Het geeft toch een bijzonder gevoel wanneer die me nu als mede-ruimtevaarder behandelen.

Helen en ik moesten het toernooi vroegtijdig verlaten. We hadden een afspraak bij Mike, en Helen moest ook naar het vliegveld. Mike's tweejarige zoontje is een vrolijk en slim ventje. Het zal niet makkelijk zijn om die straks zes maanden alleen op een scherm te zien. Om nog maar niet te spreken van het feit dat er tijdens zijn vlucht een broertje of zusje bijkomt. De prijs van het astronautschap.

Voor Helen zit het erop. Het waren vier goede dagen waar we de komende weken op kunnen teren. Hopelijk kan ik haar vlak voor de lancering nog even kort zien en spreken in het kosmonautenhotel in Baikonour. Maar we zijn dan in quarantaine om te voorkomen dat we op het laatste moment nog flink ziek worden. De dokters zijn de baas deze dagen.

Overigens heeft haar bagage Sterrenstad nooit bereikt. Het bleek dagen op Schiphol te staan en dat wisten ze in Moskou, maar het duurde tot zaterdag voordat het na wat telefoontjes eindelijk in het toestel naar Moskou werd gezet. Vervolgens was er maar een auto en kon de bagage pas zondag naar Sterrenstad komen. Dat had geen nut meer. Dus heeft ze haar bagage op het vliegveld opgehaald en ter plekke mijn spullen omgepakt en aan onze ESA-chauffeur mee teruggegeven.

Deze avond heb ik tot heel laat gewerkt met mijn collega-astronauten Reinhold en Ewald, die het operationele grondteam tijdens de vlucht leidt en Gerard Thiele, mijn reserve, en met Marine Le Gouic, die de medische experimenten onder haar hoede heeft. We hebben uitgebreid elke dag van de vlucht besproken en hoe we gaan communiceren.

Ook nu nog duiken er probleempjes op. Zo blijkt dat ik in de Soyuz middenin de slaaptijd een experiment moet doen. Ik zei dapper dat ik daar wel even voor wakker word, maar daar ga ik niet over. Als je bedenkt dat ik op de dag van de vlucht misschien een paar uur geslapen heb – we starten om 09:18 plaatselijke tijd, maar zijn al om 01:30 wakker om naar het lanceercomplex te gaan – dan is een experiment dat loopt tot 12 uur na de lancering begrijpelijk onderwerp van discussie.

Voor het slapengaan moest ik nog even huidbacteriën verzamelen voor het experiment SAMPLE. Baseline Data Collection (BDC) heet dat. De wetenschappers willen gegevens van voor en na de vlucht vergelijken met de gegevens van de vlucht zelf. Met wat wattenstaafjes is dit een makkelijke test om te doen.

Maandag

Yuri heeft het tennistoernooi gewonnen, ondanks leeftijd en blessures. Drie keer per week trainen heeft hem een grote beker opgeleverd. Hij bracht me naar het medische gebouw. Zonder ontbijt, want tot mijn grote verbazing krijgen we weer een hele medische keuring. Terwijl de hele bemanning net twee weken geleden goedgekeurd is. Bureaucratische regels. Vlak voor de vlucht moeten de bemanning en de reservebemanning weer getest worden. Ook al is het net gedaan. Dus weer bloed, urine, ontlasting en het hele scala aan specialisten. Soms vraag je je af waarom. Maar goed, alles was weer normal.

Tussendoor kregen we instructie over de quarantaineperiode. Ook een interessant verschijnsel. Twee weken voor de vlucht gaan we op een speciale afdeling wonen, in mijn eigen hotel, en mogen we geen handen meer schudden of mensen omhelzen of kussen. Contacten worden beperkt en we krijgen gecontroleerd eten. Het is niet waterdicht, maar naast het mogelijke medische nut geeft het ook wat afscherming en de nodige rust voor de concentratie op de lancering.

Mijn laatste echte test en training volgden op de medische testen. Een fysiologisch experiment dat de oogbewegingen meet onder diverse condities. Andy Clarke is de wetenschapper en ik ken hem al sinds eind jaren tachtig, toen ik in Soesterberg in de luchtvaartgeneeskunde werkte. Erg vriendelijke Schot van de Vrije Universiteit Berlijn en heel prettig om mee samen te werken. Ik deed de training zonder de procedures erbij, om te testen of ik het in mijn hoofd had. Het ging goed. Nou maar hopen dat ik het boven ook nog weet.

Tussen de middag heb ik voor een eerste college van een hoogleraar een videoboodschap opgenomen. Ik heb er mijn vliegoverall voor aangetrokken en ben ik de Soyuz-simulator gaan zitten. Het moest wel vele malen over, want in de grote hal waren ze af en toe met een elektrische zaag in de weer. Daardoor was ik laat bij een volgende procedure: op mijn kop hangen, zeg maar. In de ruimte verschuift veel bloed naar het bovenlichaam en dat kan onaangenaam zijn. Om dat tegen te gaan gebruiken de Russen in de eerste dagen een band die strak om het bovenbeen wordt gedragen. Om het gevoel te simuleren en de band te testen moeten we een tijdje flink achterover gekanteld liggen. Valt allemaal reuze mee, ik drijf bijna weg naar dromenland.

De avond is gevuld met het pakken van de persoonlijke spullen die ik mee naar boven neem. Dat is een hele exercitie die ik samen met onze trainingscoördinator Antonio Torres uitvoer. Slechts anderhalve kilo mag mee en wat je meeneemt is strikt aan regels gebonden. Heel frustrerend.

Alle spulletjes, van persoonlijke sieraden en foto's tot speelgoed van mijn neefjes en mijn eerste science fiction roman, moeten in plastic en netjes op een lijst vermeld zijn. En het moet passen in het toegestane volume. Als je denkt dat sommige luchtvaartmaatschappijen moeilijk doen over de handbagage, moet je dit eens proberen.

Met een vragenlijst over rugpijn sluit ik de dag af.

Dinsdag

Denk je alles gehad te hebben, zit je weer in de centrifuge met bloeddrukmeters en elektrodes. Om ons te laten voelen hoe de lancering en de landing zullen aanvoelen doen we het na in de centrifuge. Het was even zoeken in het labyrint van gangen in het hoge, ronde gebouw, want we zochten de kleine centrifuge, maar ze hadden de grote ervoor ingezet. Des te beter, want door de lange arm kan die langzamer draaien om de versnellingskrachten op te wekken en daardoor word je bij het stoppen minder draaierig.

Helaas kon ik geen handbesturing doen en moest ik het automatische proces zijn gang laten gaan, terwijl de artsen op de monitoren de zaak in de gaten hielden. Ik probeerde me voor te stellen hoe het echt gaat. Het komt dichtbij nu.

Verder bezig geweest met de e-maillijst. Ik moet aan NASA doorgeven wie e-mail naar me kan sturen. Het is een beperkte lijst, met collega-astronauten die de vlucht op de grond begeleiden en wat gezins- en familieleden. Ik zal namelijk nauwelijks tijd hebben om iets te lezen.

Ik heb ook een lijst gestuurd met plekken op aarde die ik graag wil zien. Dan krijg je van tevoren op wanneer jouw plek eraan komt.

Mijn persoonlijke bagage weegt 2 kilo en 150 gram. Er moet dus wat uit, maar wat?

Woensdag 7 april

Baikonour. De Russische enclave in Kazachstan, vanwaar alle bemande raketten gelanceerd worden. Vandaag ben ik er voor twee dagen heengegaan voor de eerste primerka, de tests om te kijken of alles in orde is met het ruimteschip en het ruimtepak.

Ik zat al vroeg in de bus naar het militaire vliegveld bij Sterrenstad, met trainers en hoge officieren. Veel te veel bagage bij me voor twee dagen. Vaste gewoonte. Je weet nooit wat je nodig hebt. Voor de ruimtevlucht bepalen anderen gelukkig wat er nodig is. De vliegtuigen van het trainingscentrum zijn uitgerust met tafels en banken. Je hebt meer het gevoel in een trein met restauratie te zitten dan in een passagiersvliegtuig.

Traditioneel hadden we een buffet en de onvermijdelijke toasts door iedereen. Gennadi Padalka, mijn commandant, overhandigde stapels foto's om te tekenen. Ik moet er intussen duizend of meer gedaan hebben.

Vliegen over de uitgestrekte steppe doet je beseffen dat we inderdaad veilig kunnen neerkomen. Er is daar gewoon niets om bovenop te landen. Na de ontvangst wachten we op de landing van het tweede vliegtuig. De reservebemanning reist met de andere helft van het gezelschap apart: mochten wij verongelukken, dan kunnen de dure vlucht, het wetenschappelijke programma en het ophalen van de ruimtestationbemanning toch doorgaan.

Een busrit door een kale, droge vlakte met bouwvallen en zwerfvuil bracht ons bij het kosmonautenhotel in het stadje. Ik was er eerder geweest, de laatste keer als reserve van mijn Spaanse collega. Op de tweede verdieping, de quarantaineverdieping, delen de kosmonauten een tweekamerappartement. Sober ingericht. Er stonden twee bedden in mijn kamertje, maar een bureau ontbrak. Twee soldaten kwamen het op verzoek keurig brengen.

We konden direct aan onze speciale kosmonautentafel voor het middag/avondeten. Drie warme maaltijden per dag, is nu de regel. Afvallen zit er niet in. En de epidemioloog deelt constant alcoholdoekjes uit om de handen te reinigen. Ik loop met Gennadi, Michael en anderen naar het droge bomenlaantje. Daar hebben de eerste kosmonauten bomen geplant. Die van Gagarin is duidelijk de dikste. Meeste water gehad waarschijnlijk.

Na de late lunch heb ik het avondeten maar overgeslagen. Gennadi kwam met allerlei zaken die mee de ruimte ingaan, om handtekeningen op te zetten. Zelfs vele kleine Nederlandse vlaggen. Mijn handspieren maken overuren.

Ik ga rennen, nadat ik de arts beloof voorzichtig te zijn, dat het niet te koud voor me is en dat ik het traject ken. Achter het bomenlaantje houdt Baikonour op en begint de steppe. Door een gat in de omheining ren ik naar de rivier die door de steppe kronkelt. Daar houdt de roestende rommel op en kan je eindeloos doorgaan, weet ik nog van oktober. Nu werd ik halverwege mijn doel geblokkeerd door een doorgebroken rivier. Nou ja, het was erg modderig en ik had de arts beloofd op tijd terug te zijn.

Het is lekker om alleen door de steppe te rennen. Ik ben erg kalm en heb helemaal niet het gevoel dat ik over twee weken de ruimte ingeschoten ga worden. Morgen hebben we de testen. Ik ga in ruimtepak de echte capsule in. Mijn ruimteschip.

Van de vorige keer weet ik nog dat het meer op afdalen in een grot lijkt dan op ruimtevaart. Nauw en krap en voorzichtig bewegen. Voor je het weet, zit je klem of krijg je het enorm warm. En dan komt vlak voor de landing ook nog eens je stoel omhoog om de klap op te vangen en zit je vlak tegen het dashboard aan. Het grootste probleem wordt nog hoe ik na de landing uit mijn stoel en de capsule moet komen. Maar dan zijn er snel specialistische helpers ter plekke.

Ik heb nog even Helen gebeld. Het is vier uur later dan in Nederland. Voor mij bedtijd.

Van jaren, maanden en weken ben ik nu aan het aftellen in dagen.

De krappe capsule is niet echt een hondenparadijs