Het woord is vrees geworden

Gisteren was het Goede Vrijdag, morgen is het Pasen. Pieter Steinz wijdt deel 15 van zijn serie over literaire thema's aan bijbelse figuren in het algemeen en Saramago's Het evangelie volgens Jezus Christus in het bijzonder.

In `God's Song', een van de mooiste liedjes van de Amerikaanse singer-songwriter Randy Newman, wordt de Here door een coalitie van wanhopige gelovigen ter verantwoording geroepen. `Als U niet voor ons wilt zorgen,' smeken ze, `laat ons dan alstublieft met rust.' Waarop God antwoordt dat de mensheid minder voor Hem betekent dan het kleinste yuccaboompje, maar dat zij Hem toch lief is:

I burn down your cities –

how blind you must be

I take from you your children

and you say how blessed are we

You all must be crazy

to put your faith in me

That's why I love mankind

De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen, zoals wijlen Karel van het Reve het noemde, is een dankbaar onderwerp in de wereldliteratuur. Maar zelden werd ze zo mooi uitgewerkt als in Het evangelie volgens Jezus Christus van José Saramago. Anders dan Norman Mailer, die in The Gospel according to the Son Jezus zelf aan het woord laat, schrijft de Portugese communist werkelijk een alternatief evangelie – zij het dat zijn ooggetuige een alwetende verteller is die de honderd bladzijden van Matteus Marcus Lucas & Johannes uitwalst tot bijna vierhonderd pagina's. Het woord `uitwalsen' doet trouwens onrecht aan een roman die met zo veel tempo en ironische brille het leven van Jezus een nieuwe draai geeft, en Zijn lijden afdoet in vier pagina's. Een heel verschil met Mel Gibson die in The Passion of the Christ orgiën van bloed tevoorschijn tovert uit een handvol bijbelverzen.

Het evangelie volgens Jezus Christus heeft behalve de titelheld nóg een tragische hoofdpersoon: Jozef, de wat sullige timmerman uit Nazareth die Jezus zelf verwekt (Gods claim op het vaderschap komt pas later en wordt bepaald door strategische motieven) en hem negen maanden later van een wisse dood redt door hem verborgen te houden voor de soldaten van Koning Herodes. Het feit dat Jozef inderhaast nalaat om de andere ouders van Bethlehem voor de Kindermoord te waarschuwen, bezorgt hem levenslang schuldgevoel en nachtmerries. `God vergeeft de zonden niet die Hij gebiedt te begaan' concludeert de verteller cynisch, en Jozef mag van geluk spreken dat hij al op zijn 33ste bij vergissing door de Romeinen aan het kruis genageld wordt. De schuld van de vader gaat over op de zoon en ook hun boetedoening is bij Saramago dezelfde.

De theologische kern van Het evangelie is het driehoeksoverleg dat Jezus op het meer van Tiberias voert met God en de Duivel. Jezus moet onderdeel worden van Gods plan om meer te worden dan `een god van een petieterig klein volkje in een piepklein deel van de wereld'. Voor een grotere geloofsgemeenschap, waarvan automatisch ook de Duivel profiteert, is een spectaculaire martelaar broodnodig – als eerste van een lange reeks. `De bouwput zal diep in het vlees moeten worden gegraven', zegt God, `en de grondvesten bestaan uit een cement van offers, tranen, pijn, martelingen, iedere tegenwoordig denkbare manier om te sterven en andere die pas in de toekomst worden ontdekt.'

Jezus rebelleert; zelfs de Duivel sputtert tegen: `Je moet God zijn om van zoveel bloed te houden.' Maar het is allemaal tevergeefs, zoals iedereen weet die de geschiedenis van de (katholieke) kerk kent. Saramago is nog zwartgalliger dan Randy Newman; wie Het evangelie leest, begrijpt dat het boek stof deed opwaaien toen het in 1991 in het katholieke Portugal gepubliceerd werd. De regering weigerde om de onbekommerd blasfemische roman in te sturen voor de Europese literatuurprijs, en Saramago ging uit protest tegen deze publiekelijke kruisiging in vrijwillige ballingschap naar Lanzarote. Zeven jaar later beleefde hij in Portugal zijn wederopstanding, nadat hij door de Zweedse Academie was geëerd met de Nobelprijs `voor zijn parabels vol fantasie, compassie en ironie.'

José Saramago:

`Het evangelie volgens

Jezus Christus'

(vert. Harrie Lemmens, uitg. Meulenhoff).

Volgende week in

`Lees mee met NRC': schelmen in de fictie.

Besproken boek: `Ik Jan Cremer' van Jan Cremer.

Reacties:

steinz@nrc.nl