Diabeteszwangerschap geeft ondanks insuline nog veel problemen

Bij zwangere vrouwen met diabetes komen heel veel zwangerschapscomplicaties voor, zelfs als hun ziekte goed onder controle is. Uit landelijk Nederlands onderzoek blijkt dat de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind drie keer zo hoog is als normaal en die op een zwangerschapsvergiftiging bij de moeder zelfs 12 keer zo hoog (British Medical Journal, 5 april online)

Van oudsher is bekend dat het risico op complicaties bij de geboorte groot is als de glucoseconcentratie in het bloed bij een zwangere vrouw met diabetes type 1 niet nauw binnen de normale waarden blijft. Er is dan een veel grotere kans op aangeboren afwijkingen en een overmatige groei van het ongeboren kind (macrosomie). Vóór de ontdekking van insuline in 1922 werden vrouwen met diabetes zelfs zelden zwanger, omdat ze ernstig ziek waren. En als dat toch gebeurde, was het overlijdensrisico voor de vrouw heel groot, zo rond 40%.

De verwachting was dat die problemen voorbij zouden zijn, nu diabetici zichzelf met zelfcontrole, de insulinepen en langwerkende insuline op maat van insuline kunnen voorzien. Maar een paar jaar geleden waren er al aanwijzingen dat dit niet het geval was. Bij een inventaristie van medische dossiers door het Universitair Medisch Centrum Utrecht bleek het aantalzwangerschapscomplicaties van vrouwen met diabetes type 1 onverwacht hoog. Al deze vrouwen hadden een zo goed als optimale diabetesregulatie.

De Utrechtse wetenschappers hebben het onderzoek nog eens beter (prospectief) overgedaan. Dit keer hielden ze alle tussen april 1999 en april 2000 geregistreerde voorkomende diabeteszwangerschappen vanaf het begin precies in de gaten. Alle gynaecologen, internisten en diabetesverpleegkundigen in Nederland lieten zwangere diabetespatiënten in de loop van hun zwangerschap drie keer een vragenlijst invullen over complicaties. Daarbij werd ook bloed afgenomen voor een bepaling van het percentage geglycosyleerde hemoglobine (HbA1c), een maat voor de diabetescontrole. Bij elkaar ging het om 314 doorgaande zwangerschappen met in het totaal 324 kinderen.

Het resultaat van de Utrechtse inventarisatie is schokkend. Ondanks een meest goed tot uitstekend HbA1c kreeg 12,7% van de vrouwen een zwangerschapsvergiftiging, 44,3% moest een keizersnede ondergaan en 32% van de kinderen werd te vroeg geboren. Bovendien overleden er twee vrouwen aan de gevolgen van hun zwangerschap. Ook de kinderen hadden extreem veel problemen: 64% had bij de geboorte een gevaarlijk laag bloedsuikergehalte, 52% was veel te zwaar (een kwart woog bij geboorte zelfs meer dan 4 kilo) en 8,8% had een aangeboren afwijking, vooral aan hart en nieren (ondanks extra foliumzuur voorafgaand aan de zwangerschap). Negen kinderen overleden rond de geboorte. Een bijna optimale controle van het glucosegehalte bij de moeder is blijkbaar nog niet goed genoeg.