Derbyweg

Op maandagmorgen komt de zomerregen met bakken uit de hemel vallen. De putten in de Derbyweg in de wijk Bertrams, hartje Johannesburg, kunnen de watermassa niet aan en spugen een dikke modderlaag de straat op. Buikige mannen in Mercedessen en pick-ups rijden stapvoets door de regenplassen en speuren als hoerenlopers de kant van de weg af. Daar schuilen, onder het afdak van de bouwwinkel, tientallen zwarte mannen in blauwe overalls. Dit is de onofficiële banenmarkt van Zuid-Afrika. De aannemers uit de bouw laden hier hun personeel in als de zakken cement uit de schappen van de doe-het-zelf-zaak. Tegelleggers, metselaars, loodgieters, tuinmannen. Je ziet ze in de ochtendfiles achter op de diepladers staan, tientallen, soms honderden zwarte mannen op elkaar gepakt, de blanke baas in zijn eentje achter het stuur.

Jeffrey Mdwawa (40) staat al drie jaar langs de Derbyweg, elke ochtend. Hij is naar Johannesburg verhuisd toen hij in de Oost-Kaapprovincie geen werk meer kon krijgen. Hij woonde in een van de voormalige thuislanden, waar het apartheidsregime in veertig jaar tijd naar schatting 3,5 miljoen zwarten dumpte. Menselijke afvalhopen in de meest onvruchtbare streken van het land, waar de zwarten de blanken niet tot last konden zijn. Mdwawa gooide stenen naar de politie als de strijders van het Afrikaanse Nationaal Congres hem daarom vroegen. Hij bleef weg van school uit protest tegen het racistisch onderwijs en staakte later in een klein fabriekje samen met de vakbonden voor betere lonen. Het fabriekje is nu dicht en ook in Johannesburg heeft Mdwawa geen permanent werk meer kunnen vinden. Hier op Derbyweg concurreren ze elkaar kapot, zegt hij. De baas kiest altijd de goedkoopste, soms 6 euro voor een dag. En als hij echt honger heeft, doet hij het voor minder.

Dit zijn de sloebers met wie de ANC-regering nog altijd geen raad weet. Sinds het einde van apartheid gingen twee miljoen banen verloren en steeg de werkeloosheid tot gemiddeld 45 procent, onder de zwarte bevolking 55 procent. ,,Ik ben verward '', zegt Jeffrey Mdwawa over tien jaar democratie. ,,We hebben vrijheid, maar er is niets te eten voor mij, mijn vrouw en mijn vier kinderen. Er is helemaal niets veranderd.''

Maar de Derbyweg laat juist zien hoe de economie is veranderd. Apartheid dreef op goedkope en ongeschoolde arbeidskrachten. De mijnen in de Transvaal, de boerderijen in de Kaap werden rijk over de ruggen van miljoenen die werden betaald volgens het principe: niet zeuren, voor jou tien anderen. Apartheid onderwees alleen de blanken en hield de massa dom. Lid zijn van een vakbond, of het starten van eigen bedrijf was voor zwarten per wet verboden.

Het einde van apartheid heeft twee revoluties met elkaar in botsing gebracht, zoals de Zuid-Afrikaanse schrijver en voormalig NRC-correspondent Allister Sparks betoogt in zijn laatste boek Beyond the Miracle. De politieke omwenteling verdraagt zich niet met de economische verandering die het land moet doormaken. Ineens moet de slaveneconomie die onder internationale sancties totaal was geïsoleerd concurreren met andere opkomende markten. Ineens moeten mijnen en boerderijen banen schrappen. Ineens heeft Zuid-Afrika whizzkids nodig, computerprogrammeurs, beursanalisten. Terwijl de ongeschoolde krachten langs de kant van de weg smeken om wat werk, kan er voor naar schatting 300.000 tot 500.000 banen in ziekenhuizen, universiteiten, en financiële bedrijven niemand worden gevonden.