Debat over Irak

Niet eerder sinds de val van het bewind van Saddam Hussein bijna een jaar geleden zijn er zoveel Amerikaanse en andere buitenlandse militairen en Iraakse strijders en burgers gedood bij onderling geweld. Maar evengoed is het geen (burger)oorlog, laat staan een gecoördineerde shi'itisch-soennitische tweefrontenstrijd.

(Carolien Roelants, NRC Handelsblad, 7 april)

Er kan geen sprake zijn van een vlucht uit Irak. We houden ons aan de afspraak en voldoen aan onze verplichtingen. Nu weggaan is een teken van zwakte.

(De Italiaanse premier Silvio Berlusconi, 8 april)

De terroristen willen alleen maar verwarring stichten. Ze proberen onze Zelfverdedigingstroepen zover te krijgen dat ze zich terugtrekken

(De Japanse premier Junichiro Koizumi na de gijzeling van drie Japanse burgers in Irak, 8 april)

Er is geen reden om de Zelfverdedigingstroepen uit Irak terug te trekken, omdat ze humanitaire activiteiten uitvoeren.

(De eerste Japanse kabinetssecretaris Yasuyo Fukuda, 8 april)

Dat de drie zijn gegijzeld, is ook uit de overige beelden wel duidelijk. Het is niet nodig om de meest schokkende te vertonen.

(Woordvoerder Tokunaga van de Japanse publieke omroep NHK,

8 april)

De band met de bevolking is nog steeds goed en er hebben zich behoudens een drietal explosies in de buurt van het Japanse kamp geen ernstige incidenten voorgedaan. Wel wordt bij patrouilles de helm dichter tegen het hoofd gedragen.

(Minister H. Kamp van Defensie, 8 april)

De situatie wordt steeds gecompliceerder. Noch de doelen, noch de opbrengsten van onze aanwezigheid in de Golf zijn het waard om onze soldaten in gevaar te brengen.

(De Poolse krant Trybuna, 9 april)

Zonder meer bondgenoten, zonder meer mondiale legitimiteit – en zonder een Iraaks midden dat bereid is zich te verzetten tegen zijn Rode Khmer die zich nu voordoet als Vietcong – kunnen de Verenigde Staten in Irak niet winnen. (Thomas Friedman, in The New York Times, 9 april)

Voor de invasie van het afgelopen jaar was de angst van veel buitenstaanders dat een Irak dat bevrijd was van de ijzeren vuist van Saddam, in drieën uiteen zou vallen door onderlinge strijd tussen Koerden, soennieten en sji'ieten voor onafhankelijkheid (in het geval van de Koerden) of suprematie (in het geval van soennieten en sji'ieten). Voorlopig hebben de Irakezen echter koppig de verwachte opdeling in drieën weerstaan.

(The Economist, 10 april)