De wethouder komt bij u thuis

Lokale politiek is in bij Haagse politici. In de steden en dorpen moet de band met de kiezer weer worden aangehaald. Wat is de tactiek van de lokalo's? Vier jonge wethouders over de dunne lijn tussen cliëntelisme en luisteren naar de burger. `Nieuwe politiek is: ik sta open voor argumenten.'

De een is wethouder in Tilburg, de ander in Rotterdam. Allebei zijn ze populair in Den Haag.

Stefan Hulman (VVD) uit Rotterdam: ,,Als ik vroeger een Kamerlid wilde spreken, dan moest ik drie maanden aan de telefoon hangen. Nu vragen ze: wat vinden jullie daarvan?''

Jan Hamming (PvdA) uit Tilburg, lachend: ,,Pas geleden stonden hier weer zeven Kamerleden van de PvdA op stoep. Ik wist niet eens dat ze kwamen. Vroeger had ik zoiets van: we zien je nooit. Nu denk ik: kun je niet even wegblijven?''

Lokale politiek is in. Misschien nog niet bij alle burgers. Maar wel bij de mensen die zich beroepshalve bezighouden met het openbaar bestuur. Politicologen en andere deskundigen zeggen al iets langer wat de Vlaamse socioloog Luc Huyse onlangs in deze krant zei: ,,Het lokale is het terrein om de verzuring weer tegen te gaan. Om de band met de kiezer weer aan te halen.''

Het lijkt logisch. De leefbaarheidsbeweging begon ook in gemeenten. De bestuurders daar hebben al wat langer te maken met ontevreden burgers. Begrijpelijk dat de leiders in het land, Wouter Bos van de PvdA voorop, hun partijgenoten in de stad als belangrijke informanten beschouwen. ,,Lokalo's noemen ze ons liefkozend'', zegt Jan Hamming.

De vier lokalo's in dit verhaal zijn dertigers. Lid van partijen die op zoek zijn naar zichzelf – zowel de PvdA als de VVD werkt aan een nieuw beginselprogramma. Wat voor adviezen hebben deze jonge wethouders? Hebben ze een oplossing voor het `incidentalisme' van de landelijke politiek, waar vice-voorzitter van de Raad van State Tjeenk Willink deze week voor waarschuwde? Luisteren naar de burger, hoe doe je dat? En: hoe verschillend denken twee jonge bestuurders van de grootste linkse en twee van de grootste rechtse partij over de problemen van vandaag?

Paul Depla (PvdA) uit Nijmegen zegt: ,,Ik ben niet degene die hier bepaalt wat er moet gebeuren. Ik faciliteer de besluitvorming.''

Frits Huffnagel (VVD) uit Amsterdam: ,,Mensen willen gewoon resultaten. Daar hebben ze meer aan dan aan bevlogen christen-democraten of liberalen.''

Ze houden niet van theoretiseren. Ze zijn meer van de school van Jan Schaeffer, de overleden Amsterdamse PvdA-wethouder die eens zei dat je in gelul niet kunt wonen. Frits Huffnagel citeert hem, Paul Depla parafraseert hem (,,Ik heb niks aan een nota wonen. Ik moet hier zorgen dat de woningnood wordt aangepakt''), en Jan Hamming heeft een lijstje met een bidprentje voor Schaeffer in zijn werkkamer staan.

Paul Depla, ook politicoloog, wil wel graag beginnen met de theorie. Hij tekent drie cirkels op een A4'tje. Er zijn, zegt hij, drie werelden die invloed willen uitoefenen op de besluitvorming in een stad: de politiek natuurlijk, de professionals (ambtenaren, projectontwikkelaars, vertegenwoordigers van corporaties), en het publiek. Depla: ,,Vroeger maakten politiek en professionals de dienst uit. Sommigen zeggen nu: we sluiten de professionals uit. Dat is de SP-benadering. Anderen zeggen: de politiek heeft geen functie meer, laat publiek en professionals het samen maar uitzoeken. Dat zijn de goeroes van het interactieve beleid.''

Depla pakt twee sinaasappels die zijn overgeschoten van de lunch. Hij begint te jongleren. ,,Jongleren met twee ballen'', zegt hij, ,,is geen enkel probleem. Maar het gaat er om dat je drie ballen tegelijk in de lucht houdt. Dat betekent dat je als bestuurder afstand moet houden van de professionals, ook enige afstand moet bewaren van de politiek, en ook enige... laat ik zeggen... op een gegeven moment gewoon geïnteresseerd bent om die burger erbij te betrekken.'' De politiek, daar hoort de wethouder zelf dus niet helemaal bij.

Neem het Goffertbad, zegt Depla. ,,Een oud openluchtbad in Nijmegen. Daar heb je de Vrienden van het Goffertbad. Elke keer weer was er discussie over: dat bad moet dicht. En elke keer weer wisten die vrienden dat tegen te houden. Ik heb nu gezegd: ik ga de vrienden meenemen in het proces van keuzen die gemaakt moeten worden. Zodat ze kunnen laten zien wat voor hen essentieel is. Willen jullie een buitenbad van 50 meter? Oké, maar dan kunnen de kleedkamers niet worden vervangen... Op die manier was er nog nooit met ze gepraat!''

Hoe voorkom je dat je een speelbal wordt van belangengroepen? Misschien wil je namelijk ook wel de vraag aan de orde stellen of het zwembad helemaal dicht kan.

,,Ja, maar dat moet je dan motiveren. Dan moet je zeggen: luister eens, we hebben een beperkt budget voor sport, voor zwemmen, en als we dit bad in stand houden, dan komen we niet meer toe aan andere belangrijke activiteiten.''

Vinden die vrienden prima, ze zijn alleen geïnteresseerd in hún bad.

,,Prima, dan beslis je dat. De politiek is nog wel aan zet. Maar je moet inzichtelijk maken wat je doet. Wat de oude politiek vaak deed was: een oplossing presenteren zonder dat de afwegingen die daaraan ten grondslag lagen inzichtelijk werden gemaakt.''

Paul Depla noemt nog veel meer voorbeelden. Grote voorbeelden, zoals het nieuwe stadsplein, waarover 26.000 mensen in de stad hun mening gaven. En kleine voorbeelden, zoals van een man die wilde dat de brievenbus voor zijn huis werd verplaatst. Er kwamen telkens brommertjes langs en daar had de man last van. Maar hij kwam niet door de bureaucratie van TPG, die voor de brievenbus verantwoordelijk was. Depla: ,,Dan zeg ik: oké, ik kan niet garanderen dat ik het kan regelen, maar ik zal wel een brief sturen aan de TPG of ze niet... dat wij daar stedenbouwkundig medewerking aan verlenen. En godverdomme, twee maanden later was-ie verplaatst.''

Natuurlijk, de gesprekken met de wethouders gaan voor een groot deel over burgers. Zoals alle politici zeggen de vier lokalo's die burgers zéér serieus te nemen.

De kunst is nu, zegt Jan Hamming, om benaderbaar te zijn zónder je te bezondigen aan cliëntelisme. ,,Dat je zegt: u heeft een probleem, dat gaan we nu voor u oplossen.''

Benaderbaar is Jan Hamming (econoom, ex-Niet Nix) zeker. Hij was, zegt hij, de eerste wethouder in het land met een eigen website. Iedere dinsdagavond kun je via die site met hem chatten. Daarnaast krijgt hij iedere week honderden mailtjes, die hij zelf – meestal binnen een week – beantwoordt. ,,Met e-mail is het zo: men wil snel antwoord. Het liefst dezelfde dag nog.'' En Jan Hamming is veel buiten zijn kantoor, zo'n twee dagen in de week. Hij zegt: ,,Toen ik vier jaar geleden begon, was ik helemaal moe van het praten over de kloof tussen burger en politiek. Ik dacht: ik wil het er niet meer over hebben, ik wil het gewoon doen.''

Jan Hamming vindt het een goed idee om de verslaggever een dag mee te laten lopen. ,,Natuurlijk'', zegt hij, ,,doen we. Laten we meteen een afspraak maken.''

Een dag met Jan Hamming, blijkt een week later, is behoorlijk vermoeiend. Het gaat ongeveer zo: 's morgens op het stadhuis een gesprek met een moeder van wie een kind twee weken geleden is opgehaald door de Jeugdzorg. Koffie. Dan met de auto naar Waalwijk voor een werkbezoek aan een jongerencentrum. Koffie. Door naar Waspik voor een bezoek aan een dependance van hetzelfde jongerencentrum. Dan naar Tilburg-West voor een gesprek met een bewoner – per auto nog steeds, tegen de zin van de wethouder, die eigenlijk wil fietsen. En dan is het pas elf uur.

Het gesprek in Tilburg-West, een naoorlogse arbeidersbuurt, is `een koffiegesprek'. Zo noemt Jan Hamming het als hij langs gaat bij bewoners die een klacht hebben. Zij schenken de koffie en hij zorgt voor koeken. Zo'n 250 keer heeft hij dat nu gedaan.

De tv (Discovery Channel) blijft aanstaan als de man (gepensioneerd) zijn verhaal begint. Het gaat over de lantaarnpalen in de straat, maar wat daar precies mee aan de hand is wordt niet duidelijk – Jan Hamming zegt later dat hij het ook niet helemaal begrijpt.

De wethouder: ,,Het is een zaak voor Essent. Heeft u contact met hen gehad?''

De bewoner: ,,Ik krijg geen contact. Ze zeggen: dat is van de gemeente. En bij de gemeente zeggen ze: dat is van de aannemer.''

De wethouder: ,,Heeft u 0800 1920 gebeld? Dat is het gratis klachtennummer van de gemeente.''

De bewoner (maakt afwerend armgebaar): ,,Oh, nee! Dat heeft toch geen zin.''

De wethouder: ,,Heeft u de laatste tijd nog gebeld?''

De bewoner: ,,Nee.''

De wethouder: ,,Ik zou u toch willen vragen te bellen. Dan kunnen wij zien dat er een afdeling is die z'n werk niet doet. En het is gratis.''

Zo gaat het nog een tijdje door. Tot de bewoner zegt: ,,Ik wil dat nummer wel eens opschrijven.'' En dan begint de man over ,,de veiligheid'' in de buurt. Hij vertelt dat hij 's avonds alleen nog maar buitenlanders ziet op het plein. Dat hij alleen niet meer op straat durft om zijn hond uit te laten. En dat hij daarom met twee buurtbewoners heeft afgesproken de honden samen uit te laten.

We lopen naar het plein en zien de Aldi, de kapper, de islamitische slager en de Turkse groenteboer. Jan Hamming gluurt door de ruit van de groenteboer. Die gebaart dat de wethouder naar binnen moet komen. De boze buurtbewoner blijft buiten staan, binnen ontstaat een nieuw gesprek. ,,Als ik goedemorgen zeg tegen die man'', vertelt de groenteboer, ,,dan zegt hij nooit iets terug.'' Maar de groenteboer blijft opgewekt, maakt hij duidelijk. Tegen de wethouder, die ongeveer dezelfde leeftijd heeft als hij: ,,Onze kinderen gaan samen naar school.'' En, na een paar minuten: ,,Gaat u ook over de markt hier? Nee? Oké, dan zijn wij uitgepraat.'' Hadoeg.

Jan Hamming heeft die dag veel meer afspraken, hij gaat nog een eind fietsen, en hij drinkt nog veel meer koffie. ,,Het is een relaxte dag'', zegt zijn secretaresse. Tussendoor vraagt ze de wethouder even te kijken naar een brief van een vrouw die een aangepaste woning wil. Er is een woning beschikbaar, maar het maandinkomen van de vrouw is twintig euro te laag om daarvoor in aanmerking te komen. Of Jan Hamming vier afspraken later, aan het eind van de middag als hij een nieuw kinderdagverblijf heeft geopend, het geval ter sprake wil brengen bij de directeur van de woningcorporatie die hij dan tegenkomt.

Moet u zich daarmee bezighouden? Waarom doet u dat soort dingen?

,,Vaak kan ik niet meer doen dan een probleem aankaarten. Soms wijs ik mensen erop dat ze een klacht kunnen indienen. Soms help ik ze aan een telefoonnummer. Het gaat mij erom dat ik zie hoe de regels in de praktijk uitwerken. Dat is ook van belang voor de mensen die zich níét bij mij melden. Die individuele gevallen helpen mij het beleid te verbeteren.''

Snappen de mensen die zich bij u melden dat ook? Willen die niet gewoon dat u hén helpt?

,,Zeker. Daarom zeg ik aan het begin en aan het einde van zo'n gesprek duidelijk: wij hebben geen huizen, wij bouwen geen huizen.''

Ooit wel eens spijt gehad dat u iemand heeft geholpen?

Denkt even na. Zegt dan: ,,Nee.''

U bent bestuurder van een grote stad. Hoe voorkomt u dat u de grote lijn uit het oog verliest?

,,Door daar tijd voor te maken. Elke maand lunch ik bijvoorbeeld met de bestuurskundige Pieter Tops, en dan hebben we het daar over.''

Wordt u het luisteren nooit moe?

,,Nee. Nou ja. Ik heb wel eens een gesprek gehad waarvan ik dacht: dat was gezeur.''

Als het lastiger is geworden om een goede wethouder te zijn, dan komt dat niet alleen door veeleisende burgers. Het komt ook niet alleen door de nieuwe Wet dualisering – die bepaalt dat er lokaal, net als landelijk, een duidelijkere scheiding behoort te zijn tussen uitvoerende macht (het college van B en W) en controlerende macht (de gemeenteraad). Slechts één van de geïnterviewde wethouders brengt die wet spontaan ter sprake, als het gaat over een naburige gemeente.

Volgens Stefan Hulman heeft het alles te maken met ,,de media, in brede zin''. Dat wil zeggen: de lokale tv, de krant, e-mail. ,,Je wordt veel meer op de huid gezeten. Alles wat je zegt, wordt kapotgeanalyseerd. En tegelijk wordt er veel meer duidelijkheid gevraagd.''

Duidelijk was Hulman vorig jaar toen het Rotterdamse vervoersbedrijf RET moest bezuinigen. De ex-beroepsmilitair is daarvoor verantwoordelijk als bestuurder van de `stadsregio'. Maar het openbaar vervoer in de regio Rotterdam wordt volledig betaald door het rijk. En het rijk had een bezuiniging aangekondigd van 10 procent.

Hulman kon weinig anders doen dan een oplossing bedenken, en dat deed hij, samen met de RET. Het vervoersbedrijf berekende dat slechts 2 procent van de reizigers er last van zou hebben wanneer bussen, trams en metro's wat later zouden beginnen en wat eerder zouden stoppen met rijden. En zo kon toch 10 procent worden bezuinigd. Er was wel kritiek in de gemeenteraad, maar Hulman mocht het plan uitvoeren. Een motie van PvdA en SP tegen zijn plannen haalde het niet.

Dat was vorig jaar.

Begin dit jaar laaide de discussie weer op. Het Rotterdams Dagblad publiceerde een oneindig lijkende stroom lezersbrieven. Dag na dag, week na week, fungeerde Stefan Hulman als boksbal. Een Rotterdammer schreef: ,,Ik hoop voor Hulman dat hij nooit in het ziekenhuis of het verpleeghuis komt te liggen of naar het verzorgingshuis moet, want daar wordt hij geholpen door mensen die mede als gevolg van onregelmatige diensten, afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.'' Een ander: ,,Wie dit soort plannen durft voor te leggen (...) heeft niets begrepen (...) van de verantwoordelijkheid die hij draagt voor het zo goed mogelijk laten functioneren van de samenleving, noch van de dienstbaarheid aan de burgers die hoort bij zijn ambt.''

Stefan Hulman bleef zijn plan verdedigen als onvermijdelijk en redelijk. Tot ook de gemeenteraad zich vrijwel unaniem tegen hem keerde. Het college van B en W besloot de oude dienstregeling te handhaven en voorlopig zelf geld in het openbaar vervoer te stoppen – voor het eerst.

Hulman: ,,Wat je in het verleden zag in zo'n geval was dat collegepartijen zich krampachtig aan elkaar vasthielden. Dat het college zich afsloot voor de buitenwereld. En dat de oppositie moord en brand schreeuwde. Ik heb bij mijn aantreden tegen mijzelf gezegd: dat zal mij niet overkomen. Dus toen bleek dat we zoveel maatschappelijke onrust veroorzaakten, hebben we gezegd: we moeten terug naar de tekentafel. En misschien moet er geld bij.''

Hoe bepaalde u dat die maatschappelijke onrust groot was?

,,Dat merk je aan allerlei dingen. Aan opinieartikelen in de krant, aan ingezonden brieven, e-mail die binnenkomt... Ik heb stápels e-mail binnengekregen.''

Maar het was toch van tevoren bekend dat mensen gedupeerd zouden worden? Dat kan toch niet anders bij zo'n bezuiniging?

,,Klopt.''

Hoeveel brieven heeft u gekregen?

,,Vijftig, zestig.''

Is dat veel in een stad met bijna 600.000 inwoners?

,,Ik heb niet één dossier waarmee ik dat aantal heb gehaald. En het gaat niet alleen om het aantal, ook om de inhoud. Er was bijvoorbeeld een gezamenlijke brief bij van de Kamer van Koophandel, VNO-NCW en nog zes of zeven instellingen.''

Is de gemeenteraad gevoeliger geworden voor signalen uit de samenleving sinds de laatste verkiezingen?

,,Ja. Veel en veel gevoeliger.''

Paul Depla uit Nijmegen vat de verschillen tussen oude en nieuwe politiek zo samen. ,,Oude politiek is: ik heb erover nagedacht, dit is mijn standpunt, en ik leg uit waarom dit mijn standpunt is. Nieuwe politiek is: dit is ongeveer de koers die ik denk te gaan varen, maar ik sta open voor argumenten.''

Maar de kortste typering komt van een wat oudere ambtenaar van Jan Hamming, tijdens een fietstocht door de stad. De wethouder, die voorop het tempo bepaalt, is nog net in zicht als hij zegt: ,,Jan brengt zichzelf in.''

Personen zijn belangrijker geworden, ook in de lokale politiek, zegt Paul Depla. ,,Natuurlijk, veel mensen zien me nog als het neefje van Wouter Bos. Maar de marges zijn veel groter geworden voor lokale partijen. Het CDA verloor hier de laatste verkiezingen fors, ondanks de landelijke trend.'' Dankzij de lokale tv kent nu iedereen het gezicht van de wethouder.

Meer mediadruk. Meer nadruk op personen – het klinkt bekend. De landelijke politiek wil meer op lokale politiek lijken, het omgekeerde gebeurt ook. Maar dat is de vorm. Hoe zit het met de inhoud? Ontluikt er iets van een nieuwe ideologie?

In alle gesprekken valt het woord ,,pragmatisch''. ,,We zijn zakelijk bevlogen'', zegt Frits Huffnagel. ,,We zijn'', zegt Jan Hamming, ,,minder ideologisch, meer footloose.'' Dat maakt dat de lokalo's sneller van standpunt wisselen. Of een mening verkondigen die anders is dan het Haagse partijstandpunt. Radicaler.

Spreiding van allochtonen?

Paul Depla: ,,Ik ben in principe, als ik er nu over nadenk, tegen een actief spreidingsbeleid. Dat zou bijvoorbeeld mijn standpunt kunnen zijn. Maar als er nieuwe inzichten komen, als blijkt dat andere methodes niet werken, dan ben ik toch gek als ik vasthoud aan dat dogma omdat ik dat ooit heb ingenomen?''

Jan Hamming: ,,We hebben in Tilburg op het stadhuis ook een spreidingsdebat gehad. Ik vond het goed om dat te bespreken. Vooraf hield ik de mogelijkheid open dat ik voor spreiding met dwang zou zijn. Ik ben een paar keer heen en weer geslingerd. Ik wist het antwoord echt niet. Uiteindelijk ben ik er nu heel erg van overtuigd dat het niet de manier is. Je zou namelijk ook tegen een blanke die zich niet meer thuis voelt in een wijk moeten zeggen: u mag niet weg, want de wijk waar u naartoe wilt is al blank.''

Jan Hamming vindt dat zijn partij op veiligheidsgebied ook aandacht zou moeten hebben voor repressie. Preventief fouilleren? ,,Dat werkt hartstikke goed.'' Antillianen die zich zwaar misdragen? ,,Terugsturen naar eigen land. Of naar de Antillen. En ze daar vasthouden.'' Hij klinkt op zo'n moment bijna als een VVD'er. Maar die sociale kant, die ook belangrijk is, ,,die kennen mensen wel van ons'', zegt hij.

Stefan Hulman, de VVD-wethouder uit de stad die zorgde voor een nationaal spreidingsdebat, heeft ook kunstbeleid in zijn portefeuille. Hij zou graag zien dat het Rotterdams Philharmonisch de wijken in gaat. En in die wijken wil hij kleinschalige cultuurcentra creëren, laagdrempelig, om meer jongeren en allochtonen voor kunst te interesseren. Dát klinkt weer als een plan dat de oud-PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg heeft bedacht.

Doen partijen er nog wel toe? Waarover is de jongste generatie bestuurders het niet eens?

Natuurlijk, er zijn verschillen. Stefan Hulman is voor verzelfstandiging van de RET en van culturele instellingen. Dáár zou de PvdA nooit mee instemmen, zegt hij. Paul Depla wijst erop dat zijn linkse college veel investeert in sociaal beleid en in goedkope woningen. Dát zou een rechts college nooit doen, zegt hij.

Frits Huffnagel uit Amsterdam ziet ook verschillen. Met vroeger, vooral. ,,Vroeger'', zegt Huffnagel, ook politicoloog, ,,werd er ver-schrik-ke-lijk veel geleuterd over van alles en nog wat. En maar praten, en maar praten. Nu wordt veel meer gekeken naar resultaten. Ons collegeprogramma heet zelfs: Alleen het resultaat telt.''

Is dat iets van alle partijen?

,,Ja, dat denk ik wel.''

Waar zitten de verschillen dan?

,,De verschillen zitten in de keuzes die worden gemaakt, in de daden. Landelijk, maar zeker in Amsterdam zie je een verschil tussen liberalen en bijvoorbeeld sociaal-democraten.''

Concreet?

,,Openingstijden van de horeca, terrassenbeleid, wel of geen koninginnenacht, sociale woningbouw, hoeveel groen en waar – hoewel, daar zijn we het nog wel over eens...''

Sociale woningbouw oké, maar de koninginnenacht?

,,Kom je uit Amsterdam? Nee, dat blijkt. Dat is in 1996 afgeschaft en alle Amsterdammers willen het terughebben. Behalve de PvdA en de SP.''

Maar de verschillen worden kleiner?

,,O ja. Dat denk ik ook. Dat zakelijke, dat is wat mensen dichter bij elkaar brengt.

Is dat een kenmerk van de lokale politiek? Of ook van de landelijke?

,,Lokaal zeker. Je hebt geen socialistische lantaarnpalen of liberale vuilnisbakken. Weet je wat de Amsterdammer wil? Hij wil de deur uitkomen en een schone straat zien. Hij wil dat hij in zijn buurt kan parkeren. En dat hij veilig over straat kan. Net als zijn oma, ook als het gaat schemeren. Als je dat regelt, en als je zorgt dat de vuilnis op tijd wordt opgehaald, dan is die Amsterdammer tevreden. Daar hoef je geen communisme voor te ontdekken. Of het liberalisme voor uit te vinden.''

Zien landelijke politici dat ook?

,,De jongeren volgens mij wel. Je zou je best kunnen voorstellen dat Mark Rutte, Wouter Bos en Joop Wijn samen in een partij zitten.''

Een paar uur later vertelt Jan Hamming dat hij Mark Rutte onlangs tegenkwam. Hij stelde voor dat ze maar eens bij elkaar moesten komen, de jongeren van verschillende partijen, om van gedachten te wisselen. Een goed idee, vonden ze allebei.

Je hebt geen socialistische lantaarnpalen of liberale vuilnisbakken