De man van Titan

CHRISTIAAN HUYGENS, een van de grootste wetenschappers die Nederland heeft voortgebracht, kon prachtig tekenen. Toen hij zich, samen met zijn oudere broer Constantijn jr., in 1645 bij de Leidse rechtenfaculteit inschreef, hield hij zich – naast wiskunde – vooral bezig met tekenen. Van dat talent getuigt zijn kleurenschets van Hofwijck, het buiten in Voorburg van de familie Huygens, maar verreweg het talrijkst zijn de technische tekeningen in zijn wetenschappelijke manuscripten. Trefzeker en met een fijne pen schetste hij de ring van Saturnus, de stralengang van licht dat door cilindrische ijskristallen loopt en het achteraanzicht van een slingeruurwerk. Een genot om te zien.

Woensdag is het precies 375 jaar geleden dat Christiaan werd geboren. Reden voor Museum Boerhaave in Leiden, het Huygensmuseum Hofwijck in Voorburg, de Leidse universiteitsbibliotheek en Space Expo te Noordwijk om onder de noemer Christiaan Huygens, facetten van een genie vier kleine, op elkaar aansluitende tentoonstellingen te organiseren. Samen geven ze een beeld van de mens, zijn manuscripten en tractaten, de instrumenten die hij vervaardigde en de lopende ruimtemissie die naar hem genoemd is. Een begeleidend boekje heeft een lay-out die pijn doet aan je ogen, maar bevat interessante stukken van Huygenskenners bij uitstek die de diepte niet schuwen.

Christiaan Huygens, zoon van diplomaat en dichter Constantijn, groeide op in Den Haag en kreeg van privéleraren een brede opvoeding in de kunsten en wetenschappen. Hij was klein van stuk, speelde prachtig luit en clavecimbel maar kon met poëzie slecht uit de voeten. Al snel bleek zijn enorme wiskundig talent maar ook toonde hij zich een begenadigd instrumentmaker. Zijn bekendste uitvinding is het slingeruurwerk, waarvan het oudste, in 1657 naar zijn ontwerp gebouwde exemplaar te zien is in Museum Boerhaave. Samen met zijn broer zette Christiaan zich aan het slijpen van lenzen voor telescopen. Met zo'n telescoop ontdekte hij in 1655 de ring van Saturnus en de maan Titan.

Op natuurkundig gebied onderscheidde Huygens zich met zijn golftheorie van het licht, de botsingswetten en de middelpuntvliedende kracht, terwijl hij zich op wiskundig vlak bezig hield met de cycloïde (de beweging die een ventiel van een rijdende fiets maakt ten opzichte van de achtergrond), kansrekening en het 31-toonsstelsel in de muziek. Die veelzijdigheid verklaart wellicht dat hij geen stempel heeft weten te drukken. Newton en Descartes waren mannen met een nieuw wereldbeeld, in dat licht was Huygens een maatje kleiner.

Zijn laatste jaren bracht hij in eenzaamheid op Hofwijck door, waar hij in 1695 overleed. Christiaan was zich bewust van de wetenschappelijke waarde van zijn werk en vermaakte zijn manuscripten en correspondentie aan de universiteitsbibliotheek van Leiden – het testament zei precies waar alles lag, van grote ladenkast tot een stoel in zijn kabinet. Twee beroemde hoogleraren kregen de taak enkele manuscripten postuum uit te geven. Lang niet alles ging naar Leiden, al breidden de Codices Hugeniorum zich daar in de loop van de negentiende eeuw sterk uit. In 1882 nam de Akademie van Wetenschappen het initiatief tot de uitgave van de Oeuvres complètes, waarvan het 22ste en laatste deel in 1950 werd voltooid. Maar naarmate de vragen van wetenschapshistorici specifieker werden, groeide de behoefte terug te keren naar de handschriften.

De vier tentoonstellingen hebben ieder hun charme. In Hofwijck staat de mens centraal, met onder meer aandacht voor de aanbouw aan het pand die Christiaan aan de voorzijde liet aanbrengen voor zijn bibliotheek (na zijn dood weer afgebroken) en die de symmetrie van het ontwerp van zijn vader om zeep hielp. Museum Boerhaave toont vooral instrumenten, waaronder een prachtig

planetarium, plus wat bijbehorende manuscripten uit de UB-collectie en een innemend portret dat Caspar Netscher in 1671 schilderde en dat eindelijk weer eens uit het depot van het Haags Gemeentemuseum mocht. Space Expo, de vreemde eend in de bijt, richt zich op de Huygens-Cassini missie die na een reis van zeven jaar in juli in een baan om Saturnus komt. Met de kerst zal de Huygenssonde zich losmaken om op weg te gaan naar de maan Titan. Op 14 januari volgt dan per parachute een afdaling in een oranjegekleurde atmosfeer, eindigend in een zachte landing. In Noordwijk is het tafereel van vlak na de landing alvast nagebouwd, met een drop model van de sonde die in Zweden met valproeven is getest.

Maar het mooist zijn de manuscripten. Die zijn vooral in de universiteitsbibliotheek te zien. Sommige zijn in slechte staat, met afbrokkelende randen – en dat terwijl Huygens de gewoonte had papier helemaal vol te schrijven. Sinds een half jaar werkt het restauratieatelier van de bibliotheek aan conservering. Alle brieven, boeken en losse papieren krijgen een behandeling: schoonmaken, ezelsoren uitvouwen, roestende splitpennen verwijderen, scheuren en beschadigde randen repareren. En als er sprake is van inktvraat door gebruik van ijzergallustinkt: behandelen met anti-oxydant. Alles met behoud van later aangebrachte kenmerken, zoals potloodaantekeningen door de editeurs van de Oeuvres complètes-uitgave. In die handschriften komt Christiaan pas echt nabij.

tentoonstellingen: christiaan huygens; facetten van een genie. in huygensmuseum hofwijkck, universiteitsbibliotheek leiden, museum boerhaave en space Expo. tot 31 mei 2004. gemeenschappelijke toegang (inclusief boekje): €10.