De bijbel springt niet onbarmhartig om met dieren 1

1Met veel instemming heb ik het pleidooi van Rudy Kousbroek gelezen over de Partij voor de Dieren (Opinie & Debat, 3 april). Toch vind ik dat Kousbroek op een aantal punten de plank misslaat. In zijn veroordeling van het judeo-christelijk denken gaat hij ervan uit dat de bijbel alleen door het voorschrijven van rust voor de os en de ezel op sabbat begrip voor dierenwelzijn toont en verder onbarmhartig met dieren zou omspringen.

Dat is een onjuiste aanname, die aangeeft dat Kousbroek kennelijk afstand heeft genomen van de bijbel voordat hij zich er echt in verdiept heeft. Zo lees ik in Deuteronomium 25:4: Gij zult de dorsende os niet muilbanden (zodat het dier een graantje mee kan pikken van de oogst) en elders in de bijbel : Gij zult niet ploegen met een rund en een ezel samen (waarbij ook de belangen van het dier het uitgangspunt vormen).

Dat Kousbroek veronderstelt dat God wenste dat de verschrikking van de mens over alle gedierte der aarde zou zijn, is tamelijk selectief geciteerd. In hetzelfde hoofdstuk lees ik: En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en dat God een verbond sloot met mens én dier met als teken daarvan de regenboog.

Als ik kijk wat het oorspronkelijk vleesloos ideaalmenu was dat God de mens gaf en het menu dat voor een nieuwe aarde staat aangekondigd (zelfs de leeuwen eten er stro!) komt het me voor dat God een grotere dierenvriend zou kunnen zijn dan Kousbroek die niet alleen voor de dieren opkomt maar ze ook opeet.

Naar mijn stellige overtuiging kan men voor dieren opkomen vanuit een christelijke levensvisie alsook vanuit een atheïstische of humanistische. Het is beter dat mensen elkaar vinden in het beschermen van dieren, dan dat ze elkaar bevechten op grond van levensbeschouwing. Ik respecteer de opvattingen van Kousbroek en juich ze zelfs voor een belangrijk deel toe. Het zou aardig zijn wanneer hij ook dierenbeschermers met een christelijke levensovertuiging zonder voorbehoud accepteert als bondgenoten in een strijd die heel hard nodig is. Zelfs als dat dierenbeschermers zijn die niets in het geknutsel met genen zien, omdat daarvan over het algemeen niet het dier beter wordt, maar de mens, althans op korte termijn.