Dan moet het maar in Azerbajdzjan gebeuren

Nog één kans rest amateur- bokser Hüsnü Koçabas (24) om zich te plaatsen voor de Olympische Spelen. ,,Ik wil niemand teleurstellen.''

Hij draagt de sporen van de desillusie nog met zich mee: hangende schouders, mismoedige oogopslag, flauwe glimlach. Ja, Hüsnü Koçabas is wel eens vrolijker geweest, erkent hij na afloop van de training in de Van Ghent-kazerne in Rotterdam. ,,Maar ik moet de teleurstelling van me afzetten.''

En dat is niet eenvoudig, want de dreunen die Ovidiu Bobimat, een naar Cyprus uitgeweken spierbundel uit Roemenië, zes dagen eerder uitdeelde in de achtste finales van het olympisch kwalificatietoernooi in Plovdiv dreunen nog na in het hoofd van de 24-jarige amateurbokser uit Den Bosch. ,,Ik was té afwachtend, en miste de explosiviteit die ik normaal gesproken wel aan de dag leg.'' Hij zegt het op een bijna verontschuldigende toon. Een verklaring voor zijn off-day? Hij haalt de schouders op.

Vier jaar geleden was hij één kwalificatieronde verwijderd van de Olympische Spelen. Maar goed, toen was Hüsnü Koçabas ,,amper twintig''. Inmiddels is de lichtgewicht (klasse tot 60 kilogram) in de kracht van zijn leven. In Athene zou de zesvoudig nationaal kampioen in de voetsporen treden van zijn voorbeeld Orhan Delibas, Nederlands laatste olympische vuistvechter (Barcelona 1992) en net als Koçabas van Turkse afkomst.

Lichte euforie ontstond vorig jaar toen Delibas' erfopvolger bij de WK doordrong tot de kwartfinales. Het trotse boegbeeld van de Nederlandse boksbond versloeg in Thailand onder anderen Vicente Escobedo, de Amerikaan die geldt als de ongekroonde koning in zijn gewichtsklasse. Opbeurend was voorts de komst van Ismael Salas, de Cubaan die vermaarde landgenoten als Félix Savon kneedde tot kampioen. Een betere gids kon Koçabas zich niet wensen.

Maar `Athene' blijkt, alle vorderingen ten spijt, verder weg dan gedacht. Sinds de opeensplitsing van de Sovjet-Unie is het dringen geblazen in de ring. Armenen, Letten, Georgiërs en Wit-Russen één voor één verstaan ze de kunst van het schaakspel tussen de touwen. Daar weet Koçabas alles van, nadat de sportinstructeur-in-opleiding anderhalve maand geleden, bij de EK in Kroatië, al in de eerste ronde zijn tanden stukbeet op Rovsjan Huseinov uit Azerbajdzjan.

In diens thuisland wacht na twee mislukte pogingen eind deze maand Koçabas' laatste kans. Alleen een finaleplaats volstaat in Baku. ,,Daar moet het dan maar gebeuren'', klinkt het halverwege het gesprek strijdvaardig.

Bevangen door de `kwalificatiestress' beweert hij niet te zijn, al ontkomt hij niet aan de conclusie dat de temperatuur aardig begint op te lopen. Bovendien beseft de wachtmeester bij de marechaussee dat velen met meer dan gemiddelde belangstelling meekijken over de schouder van een van de troetelkinderen van NOC*NSF. ,,Ergens voel ik me een beetje schuldig. Er zijn zoveel mensen die voor mij klaarstaan en die mij bijstaan. Die wil ik niet teleurstellen.''

Eén van hen is Henny Mandemaker, al sinds jaar en dag de steun en toeverlaat van Nederlands grootste bokstalent. In tegenstelling tot zijn pupil maakt de bokstrainer, twee dagen na terugkeer uit Bulgarije, een montere en opgewekte indruk. ,,Hüsnü kan het, dat heeft hij in het verleden bewezen.''

Zorgen maakt Mandemaker zich daarentegen wel over ,,het duistere spel achter de schermen''. Hij wil geen klaagzang aanheffen en ,,zeker niet overkomen als een slecht verliezer, want dat zijn wij niet''. Maar voor zover hij het nog niet wist, dan weet de Brabantse sportschoolhouder het sinds de EK: het is ,,één corrupte bende'' langs de ring. ,,Het is niet aardig om te zeggen en het doet me zelfs pijn, maar achter de jurytafel is het een groot politiek steekspel.''

Met zijn pupil als een van de weerloze slachtoffers. Omdat Nederland niet of nauwelijks vertegenwoordigd is in de internationale boksfederatie(s), hoeft Koçabas niet op een voorkeursbehandeling te rekenen van de juryleden. ,,Terwijl Armenen en Azeri's vrij spel hebben. Die hebben dat handjeklap zo'n beetje uitgevonden. En het mooie is: ze schamen zich er nog niet eens voor ook.''

Niet dat hij er veel mee opschiet, maar Mandemaker prijst zich gelukkig dat hij inmiddels niet meer de enige is die van de wantoestanden op de hoogte is. ,,In Bulgarije was vorige week ook een Nederlandse scheidsrechter van de partij. Die heeft met eigen ogen gezien wat ik al een tijdje roep. Hij bekende geschrokken te zijn.''

Maar genoeg over de vermaledijde jurering, want: ,,Hüsnü heeft in Plovdiv gewoon terecht verloren''. Ter voorbereiding op het toernooi in Baku vertrekt het onafscheidelijke drietal komende week opnieuw naar Parijs om aldaar te sparren met de Franse selectie. Tussendoor bokst Koçabas nog een wedstrijd in de Duitse Bundesliga.

Blijft de vraag in hoeverre de olympische missie van Koçabas wordt bemoeilijkt door de komst van Salas. Sinds diens entree staan immers twee kapiteins op één schip. Mandemaker: ,,Dat heb ik de laatste tijd vaker gehoord. Maar van onderlinge rivaliteit is geen sprake. Ik ken mijn plaats. Salas is een grootheid, een man die al zoveel kampioenen heeft voortgebracht dat ik heel goed weet wanneer ik mijn mond moet houden.''

Van een begrafenisstemming is ook bij Salas (46) geen sprake. De geblokte Cubaan kan het niet vaak genoeg herhalen: Koçabas is een zeer talentvol bokser. Daar doet zijn nederlaag in Bulgarije niets aan af. Wijzend op zijn leerling: ,,Hij moet z'n hoofd erbij houden, overtuigd zijn van zijn eigen kwaliteiten, dan komt alles goed.''