Claus en Cuba

Na onze vakantiereis door Cuba heb ik met verbazing het stuk van Frans Bieckmann (Z, 3 april) gelezen. Noch de genoemde auteur noch NRC Handelsblad doen er goed aan om de voor zijn oordeel altijd geprezen Claus postuum eer te laten bewijzen aan het dictatoriale regime van Castro. Dat hij vlak na de revolutie daarvoor waardering had, is hem gezien zijn diplomatieke verleden in de Dominicaanse Republiek niet aan te rekenen. Vele schrijvers, onder wie Harry Mulisch, deelden zijn mening en ook in de Partij van de Arbeid waren velen positief. De ogen van prins Claus hadden echter al in de jaren zeventig moeten zijn opengegaan, toen hij kon vernemen wat het Castro-regime had uitgericht.

Het is nu 45 jaar geleden dat de revolutie plaatsvond en het lijkt in Cuba of het pas geleden was, na de revolutie ontbrak elke evolutie. De oude Amerikaanse en Russische auto's zien er charmant toeristisch uit, maar zijn een gevaar op de weg en veroorzaken veel vervuiling. Koeien mogen niet geslacht worden, melk op het bonboekje is alleen verkrijgbaar voor kinderen tot zeven jaar. Veel is alleen te krijgen in dollarwinkels of op de zwarte markt, de rantsoenen zijn nog minder dan in het laatste oorlogsjaar '44-'45 in Nederland. Niet de Amerikaanse boycot die Claus aanwijst als hoofdschuldige maar het totaal inefficiënte en restrictieve beleid is de hoofdoorzaak van de armoede en de ontwrichte samenleving.

Dat prins Claus in 1998 nog concludeerde dat Cuba niet een echt communistisch, totalitair land is, was uiterst naïef.