Bodemloze put

Enkele jaren geleden mocht ik ten behoeve van een onderzoek een aantal scholen selecteren die geld kregen om extra personeel aan te stellen. Daar hadden uiteraard veel scholen belangstelling voor, en uit de honderden aanvragen die binnen kwamen maakte ik een selectie waarbij ik ernaar streefde om zo'n groot mogelijke diversiteit aan deelnemers te krijgen. Opvallend nu was dat één bepaald type school nagenoeg ontbrak: basisscholen in de Randstad met veel kinderen van immigranten. Om te achterhalen waarom die zich niet hadden aangemeld, nam ik contact op met de betreffende schoolbesturen. Daar kreeg ik te horen dat hun scholen desgevraagd daar geen interesse voor bleken te hebben. Dat kon ik niet geloven: dat de meest problematische scholen geen behoefte hadden aan extra personeel. Dus benaderde ik ze zelf. Zij vertelden me dat ze, naast het extra personeel dat ze sowieso kregen op grond van het achterstandenbeleid, ook nog eens werden verwend met allerlei soorten Melkertmedewerkers. We hoeven niet meer mensen, asjeblieft niet, maar geef ons wat meer ruimte. We hebben genoeg personeel om de klassen te verkleinen, maar niet genoeg lokalen. De personele overdaad die ik op deze scholen aantrof stond in schril contrast met wat ik overal elders had gezien, en waar men, als iemand ziek was, met kunst- en vliegwerk de zaak draaiend moest zien te houden.

Vorige maand was ik te gast op het verjaardagsfeestje van de Onderwijsraad. Daar sprak onder meer de directeur van het Centraal Plan Bureau, Don. Die stelde voor meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van beleid, en hij noemde als voorbeeld de extra gelden voor zwarte scholen. Scholen komen daarvoor in aanmerking als 70 procent van de leerlingen binnen de regeling valt. Je zou, aldus Don, scholen die net boven die 70 procent zitten kunnen vergelijken met scholen die daar net onder zitten. Willen die gelden effect sorteren dan moeten die zeventig plussers het beter doen.

Ik weet niet of bij die gelegenheid H. Oosterbeek, hoogleraar onderwijseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, in de zaal zat, maar, toeval of niet, een dergelijk onderzoek blijkt inmiddels onder zijn leiding te zijn uitgevoerd. Met als resultaat: extra subsidie voor zwarte scholen ter bestrijding van achterstanden is weggegooid geld.

Vijftien jaar geleden schreef ik in Elsevier dat een insider mij had verteld dat toen al was gebleken dat die extra gelden geen enkel effect sorteerden. Maar, voegde die insider daar aan toe, dat wil niemand weten, het is politiek volstrekt incorrect om zoiets naar buiten te brengen. Hoe incorrect het was dat ik die informatie publiceerde bleek uit een ingezonden brief van toenmalig minister Deetman. Mijn informant was niet iemand die het wist, maar iemand die beter moest weten, merkte de minister snedig op. Zonder overigens aan te geven waar hij dat oordeel op baseerde. Zijn reactie was illustratief voor het beleid zoals dat jarenlang ten aanzien van dit onderwerp is gevoerd. Wie in twijfel trok of de extra gelden het beoogde effect opleverden, werd verdacht gemaakt.

Leo Prick gaat zelfs zo ver, dit te vergelijken met de RSV-affaire, verweet Deetman mij. Die affaire betrof de jarenlange verstrekking van subsidiegelden aan de Rijn Schelde Verolme scheepswerven, waarvan een parlementaire enquête had uitgewezen dat die in een bodemloze put waren zoek geraakt. Achteraf moet ik erkennen dat die vergelijking inderdaad mank ging. Bij die Zeeuwse scheepswerf ging het slechts om peanuts vergeleken met de gelden die in de put van het achterstandenbeleid zijn verdwenen.

prick@nrc.nl