Barbaren staan te trappelen voor de poort

In de Cubaanse hoofdstad Havana gaat een hardnekkig gerucht: fastfoodketen McDonald's heeft een gebouw aan de Malecón gekocht en zal daar, de dag na de natuurlijke dood, val of liquidatie van Fidel Castro onmiddellijk intrekken. De Cubaan die me het verhaal vertelde, zei het met een glimlach. Hem leek het ondenkbaar dat hét symbool van Amerikaans kapitalisme ooit in deze communistische heilstaat zou investeren.

Maar na het zien van de documentaire Cuba na Castro, die zondagavond wordt uitgezonden in Tegenlicht, is een McDonald's in Havana even geloofwaardig als oliemaatschappij Texaco terug in Cuba, de tabaksplantages in handen van RJR Tobacco en Bacardi-rum die het logo est Cuba kan waarmaken. Want de barbaren staan de trappelen voor de poort. En dat zijn in dit geval de Cubanen zelf, de in de jaren zestig naar de Amerikaanse stad Miami gevluchte bannelingen.

Cubaanse Amerikanen beramen al vier decennia plannen om Castro weg te krijgen. Wie door Miami loopt, ontkomt ook niet aan het verleden van de ruim 1,2 miljoen Cubaanse bannelingen. In park Máximo Gómez aan de Calle Ocho, waar een eeuwige vlam brandt voor degenen die vielen bij de invasie in de Varkensbaai en Cubaanse muziek uit de winkels schalt, dromen oude mannen boven hun dominospel hardop over het land dat ze in de jaren zestig verlieten. En verbeten oefenen zeventigplussers nog wekelijks in het liquideren van Castro en zijn legerleiding.

Nu de laatste dagen van de 77-jarige leider naderen, mengen steeds meer rijke Cubaans-Amerikaanse zakenmannen zich in de strijd. Ze proberen niet, zoals meer idealistisch georiënteerde bannelingen, met radio- en televisie-uitzendingen de Cubanen zelf te onderwijzen over democratie en vrijheid en zo een opstand te bewerkstelligen, maar beïnvloedden vanuit Florida het Amerikaanse Cuba-beleid. Zij zijn het die vasthouden aan het reisverbod voor Amerikanen en het handelsembargo tegen Cuba.

Deze mannen willen hun droomeiland weder opbouwen maar – zo lijkt het – dan vooral voor het eigen gewin. Ze spreken over een lagelonenland, 120 kilometer van de Amerikaanse kust, met goedopgeleide arbeiders ,,die voor een dollar bereid zijn alles te doen''. Over monopolieposities en het onteigenen van de (Europese) hotelketens, die bouwden op land dat tijdens de revolutie werd genationaliseerd. En over achterstallige huur en rente die over de afgelopen vier decennia moet worden betaald. Cuba is voor hen vooral een land dat kan worden opgebouwd tot een Amerikaans investeringsparadijs.

Tegenlicht: Cuba na Castro, VPRO, Ned.3, 20.57-22.00u.