Automobilist laat geld graag rollen

De afgelopen maanden becijferden tien automobilisten op verzoek van deze krant de kosten van mobiliteit. Een 27 jaar oude Volvo bleek veruit het goedkoopste.

Autobezitters zijn meesters in het verdringen van onaangename cijfers. Neem een vorige maand gepresenteerd onderzoek van de Royal Automobile Club (RAC), de Britse tegenhanger van de ANWB. Automobilisten onderschatten hun autokosten met gemiddeld meer dan 50 procent, concludeerden de onderzoekers. En al gaat een kwart van het doorsnee Britse inkomen op aan de auto, de meeste rijders zijn niet van plan de auto weg te doen. 80 procent van de Britse automobilisten zegt niet zonder zijn auto te kunnen leven.

Zou een dergelijk onderzoek in Nederland anders uitpakken? Op basis van de tien gesprekken die deze krant de afgelopen maanden met automobilisten voerde, kunnen geen verregaande conclusies worden getrokken. Maar enkele voorzichtige lessen dringen zich wel op. Zo hadden de meeste ondervraagden vooraf geen idee van hun autokosten. En eenmaal geconfronteerd met de verrassend hoge cijfers toonden zij zich al even verknocht aan hun auto als de Britten.

Neem Peter Kavelaars, de trotse eigenaar van een Porsche 911 Carrera. Van huis naar kantoor en terug, bij elkaar slechts 45 kilometer, bleek tot zijn schrik liefst 56 euro te kosten. Maar, sprak Kavelaars: ,,Een auto met zulke waanzinnige krachten, daar moet je wat voor over hebben.'' Vrijwel dezelfde woorden gebruikte de eigenaar van een Aston Martin Vantage Volante, een Engelse sportauto die hem jaarlijks zo'n 100.000 euro kost.

Bijna haaks op dat spierballenvertoon stond het verhaal van Saskia Gardien. Deze Rotterdamse loopbaanadviseur constateerde dat zij alleen nog voor tussendoortjes een auto nodig had. Ze deed haar leaseauto weg en nam een abonnement op Greenwheels, de aanbieder van deelauto's. Ruim 1,6 miljoen autobezitters in Nederland rijden minder dan 10.000 kilometer per jaar. Net als Gardien zullen de meesten als autodeler hun vervoerskosten aanmerkelijk kunnen drukken. Toch zijn er pas 60.000 autodelers.

Sommige ondervraagden joegen hun autokosten flink op door na drie of vier jaar hun (nieuwe) auto alweer in te ruilen. Fotograaf Willem Ammerlaan gaf een kenmerkende verklaring voor deze uitgesproken mannenkwaal: ,,Autofabrikanten zijn zo slim. Na een paar jaar geven ze een auto een nieuwe grill. Heb je toch opeens het gevoel dat je een oud model onder je billen hebt.''

Een andere geïnterviewde, Martin Kroon, toonde zich opvallend resistent tegen dit promiscue autogedrag. De Haagse milieuambtenaar rijdt al 19 jaar in dezelfde Citroën BX. Door zijn Franse middenklasser zorgvuldig te onderhouden bewijst Kroon dat auto's moeiteloos een hondenleven meekunnen en dat wachten met inruilen in financieel opzicht de moeite loont. Ook Kroons brandstofbesparende rijstijl – lage toeren, gelijkmatige snelheid, snel opschakelen – werpt vruchten af.

De collectioneur met zeventien auto's (waaronder vijf Ferrari's) geeft zonder twijfel het meeste geld uit aan zijn mobiliteit. Zijn autokosten raamt de redactie op zo'n 19.000 euro per maand. Van dat bedrag kan Bob Hahn bijna tien jaar in zijn 27 jaar oude Volvo 244 rijden. Deze Zweedse klassieker is dankzij zijn geringe afschrijving, de belastingvrije status, een spotgoedkope verzekeringspolis, de ingebouwde LPG-tank én de sleutelvaardigheid van de eigenaar met afstand de goedkoopste auto die op deze pagina rondreed. Eén kilometer met zijn Volvo kost Hahn slechts 10 eurocent.

Dat een beetje `shoppen' met een inruilauto de moeite loont, bleek ook weer eens. Frans Geluk bood zijn Vectra Station bij drie Opel-dealers aan. Tussen het hoogste en het laagste inruilaanbod zat 2.300 euro verschil. Bij de Porsche van Willem Ammerlaan zat tussen het aanbod van twee BMW-dealers zelfs een gat van bijna 15.000 euro.

De laatste conclusie betreft de onbelaste kilometervergoeding voor automobilisten die hun eigen auto zakelijk gebruiken. Het kabinet besloot deze vergoeding per 1 januari te verlagen van 27 naar 18 cent per kilometer. Van de tien ondervraagde automobilisten is deze vergoeding alleen toereikend voor de eigenaren van de 27 jaar oude Volvo en de 19 jaar oude Citroën BX. Wie in een gezinsauto als de Opel Zafira 2.2 voor zijn werk rijdt, moet bij een vergoeding van 18 cent op iedere kilometer 27 cent toeleggen.

In de meeste bedrijfstakken zijn de afgelopen maanden maatregelen genomen om privé-rijders voor deze fiscale wijziging te compenseren. Zo kregen bijvoorbeeld belastinginspecteurs die dreigden dienstreizen alleen nog maar per openbaar vervoer te zullen uitvoeren, meteen een hogere reiskostenvergoeding aangeboden. Werkgevers draaien nu op voor de extra kosten. Met soms ongewenste gevolgen, zoals thuiszorgmedewerkster Petra Jacobse twee weken geleden constateerde. Deze sector, die dit jaar toch al te kampen heeft met forse bezuinigingen, moet 20 miljoen euro vrijmaken voor de compensatie van 100.000 privé-rijders. Een uitgave die ten koste gaat van de hulpverlening. Niet alleen autobezitters, merkte Jacobse op, ook politici zijn meesters in het verdringen van onaangename cijfers.

Dit is de elfde en laatste aflevering van een serie over autokosten. Vanaf volgende week een serie over financiële planning van de oude dag.