Allochtonen moeten smullen in het bos, autochtonen mogen het niet

In Nederland is er niets te eten in het bos, menen natuurorganisaties, daarom moet er een smulbos worden aangeplant. Speciaal voor allochtonen.

Enkele van onze natuurbeheerders zijn weer eens aangekomen met een plan, dat zowel betuttelend als neerbuigend is: het aanplanten van ,,een Bos om van te Smullen'', speciaal voor allochtonen.

,,In hun eigen land is overal in de natuur iets te eten'', aldus de heer Th. van Slobbe, directeur van de Stichting wAarde, ter verklaring van de gezamenlijke plannen van het Geldersche Landschap en de Beekse Stichting. Men is daar van mening dat allochtonen te weinig in de natuur komen. Wat zou, als het inderdaad zo is, de reden daarvan zijn, behalve dat velen het wellicht te druk hebben met het invullen van formulieren, zwartwerken en inburgeren?

Omdat ze hier niets mogen plukken, niet omdat er niets te plukken is. Omdat wij in Nederland het wildplukken hebben vervangen door wildplassen. Werden er tot vlak voor de oorlog nog gidsjes uitgegeven door de Stichting voor de Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande en de Commissie inzake Huishoudelijke Voorlichting en Gezinsleiding (prijs 35 cent), met prachtige tekeningen van wilde groenten en kruiden die men overal kon plukken, zoals zuring, paardenbloem (molsla), waterkers, lamsoor, postelein, brave hendrik, brandnetel, klein hoefblad, wordt het plukken van wilde vruchten, groenten en kruiden vandaag de dag beschouwd als `niet meer van deze tijd'.

Het plan van bovengenoemde stichtingen lijkt erop gericht dat zo te houden ook, althans voor ons autochtonen. Wat voor ons blijft gelden is `niet buiten de paden treden' en `verboden te plukken', terwijl de allochtonen veilig binnen de perken van een smulbos met smulvergunning en plukontheffing zich tegoed kunnen doen.

Het zou treurig zijn als wat de geciteerde directeur impliceert (dat er in Nederland weinig eetbaars in de natuur te vinden is) waar was, maar onze bossen zitten stampvol heerlijkheden: bosbessen, lijsterbessen, vlierbloesem en -bessen, vossebessen, wilde frambozen en bosaardbeien, hazelnoten, kastanjes en walnoten; sleepruimen, wilde appels en bramen. Als ik in de late zomer en herfst op paddestoelenjacht ga, heb ik alleen maar `concurrentie' te duchten van allochtonen, want autochtonen houden zich niet of nauwelijks bezig met het plukken van deze als riskant beschouwde bosvruchten. Veel allochtonen zijn juist dol op paddestoelen. Getuige de jaarlijkse louter negatieve persberichten, waarin zij haast worden opgevoerd als een bijbelse sprinkhanenplaag, plukken zij volgens veel natuur- en milieu- `beschermers' met z'n allen onze bossen leeg en – een nog veel grotere zonde – grotendeels om eraan te verdienen. Zo doet zich de bizarre omstandigheid voor dat wij cantharellen en eekhoorntjesbrood importeren uit (onder meer) Polen, die soms bij ons geplukt zijn en waarvoor een flinke prijs neergeteld moet worden.

Wat deze stichtingen met het aanplanten van speciale Smulbossen (onder het arrogante voorwendsel dat ze allochtonen ,,meer van de natuur willen laten genieten'') willen verhinderen, vermoed ik, is dat allochtonen overal de bossen ingaan om van alles te plukken. Als zij het mogen, zouden wij autochtonen dat trouwens ook moeten mogen en dan zou natuurlijk ,,het einde zoek zijn''.

Tegelijk is het een afleidingstactiek om hen bij paddestoelen uit de buurt te houden, want die bezitten de hebbelijkheid om niet aangeplant te kunnen worden.

Het wordt allemaal nog treuriger door de mededeling: ,,Er komen alleen eetbare gewassen in het Bos om van te Smullen.'' Dat wordt dus plukken en wegwezen. Wat het genieten van de natuur, een wandeling, nou juist op bepaalde tijden zo aangenaam en spannend maakt, is dat je misschien onderweg iets lekkers vindt: een niet te versmaden sponszwam waar je ineens op stuit aan de voet van een den; een verwilderde kweeperenboom met een stuk of zes, zeven van die oervruchten (echt iets voor allochtonen, trouwens). Bovendien moeten de arme stakkers godbetert de in hun smulbos geplukte lekkernijen ook nog onder toezicht opeten tijdens `Pluk-de-dag-picknicks' (mag ik even een teiltje?). Stamppot Haagse bluf onder het mom van integreren en inburgeren. Smullen zullen ze!

Ik heb een veel beter idee. Wil inburgering een kans van slagen hebben, dan moet het van twee kanten komen. Laten we de rollen ook eens omdraaien en als gastland de allochtonen de kans geven om ons iets te leren. Laat ze masterclasses geven (die zijn erg in op het moment) in het zoeken en vinden (en bereiden) van eetbare paddestoelen. Dat zal een belangrijke eerste stap naar integratie zijn.

Ria Loohuizen is auteur van vier boeken over eten uit het wild: `Zwam in de Pan', `Vlier in de Fles', `Van de Kastanje' en `Het Rijk van Kwee en Vijg'.

P.S. Een aardig voorbeeld van een `smulbos' is al gegeven door Bastiaan Vlierboom, winnaar van een perceel in het Museumbos in Almere, waar hij een `Vlierbomenbloesembessenbos' heeft aangeplant, dat openstaat voor allochtonen en autochtonen gelijk. Informatie op: devlier-co@zonnet.nl