Alleen de honden en ik zijn niet Hongaars

Het platteland van Hongarije is nagenoeg hekloos. Het duurde een tijd voordat ik dat besefte – waarschijnlijk is het de hoofdreden dat je op het land zo'n intens gevoel van ruimte en vrijheid ondergaat. Akkers en bossen lopen in elkaar over, zandwegen kronkelen er doorheen en verschuiven met het seizoen. (En: je komt vrijwel nooit iemand tegen. Men gaat alleen de natuur in met een afgebakend doel op afgebakende tijden; als er hout gesprokkeld moet worden, als de paddestoelen geplukt kunnen, als er een nacht nachtvorst is geweest en de bessen plukrijp zijn.)

Dus toen de zwijnen ons ingezaaide mais bleken op te vreten sprak afrasteren ons niet meteen aan als oplossing. Voor optie twee – bergen mensenhaar rond de akkers leggen om de zwijnen weg te houden – waren de velden aan de grote kant. Bovendien zag ik me zelf niet Hongaarse kapperszaken afrijden en zakken met haren bij elkaar bedelen. Naast de droogkap zwijnen nadoen terwijl ik verbeten naar bergen andermans haar wijs, nee. De verkozen oplossing – dorpelingen 's nachts tegen betaling rondjes om de velden laten fietsen – weerhield de zwijnen er niet van met hun platte neus voren in de akkers te trekken. Met dank aan de varkens van Somogy werd de maisoogst een fiasco.

In Boedapest sta ik op de stoep van een vervallen herenhuis in een van de grote avenues. Ik ga op bezoek bij de man van wie wij de grond kochten. De deur wordt op afstand geopend. Ik ga door een rommelige, gemeenschappelijke gang. Binnen zijn ze, het echtpaar van ruim voor de oorlog, zij is van goede Engelse komaf met verscheidene nobelprijswinnaars in het voorgeslacht, hij Hongaar. Ik vertel hem over de zwijnen.

,,Dat stuk grond was een bruidsschat van mijn moeder. Wij gebruikten het alleen voor de jacht en er was wat weidegrond waar de jachtopzichter zijn vee mocht laten grazen. Er heeft daar altijd heel veel wild gezeten'', zegt hij. Hij heeft een prachtige aristocratische kop. ,,In Afrika verjoegen we de zwijnen door brandende autobanden rond de akker te leggen. Dat geeft een enorme stank.'' Samen hebben ze geleefd in Rhodesië (later omgedoopt in Zimbabwe) en sinds drie jaar zijn ze in Boedapest. Zijn levensgeschiedenis is opmerkelijk, tweemaal is zijn bezit onteigend, eerst het familielandgoed in Somogy in communistisch Hongarije van na de oorlog en nu recenter de landerijen die hij sinds 1951 in Zimbabwe bewerkte. Hij is zacht, bescheiden en gelaten. Het appartement is ruim en shabby – de shabbyness van oude mensen, die mij altijd een beetje triest maakt. De tijdelijkheid straalt van het meubilair af.

,,Iedereen dacht dit zal ons niet overkomen. Trouwens alles wat de mensen bezaten was het land en er zat altijd wel een gewas in de grond dat geoogst moest worden. In de krant werden lijsten gepubliceerd van de blanke boeren die hun landerijen moesten inleveren, de grootste het eerst'', vertelt zij. ,,You never knew when the final blow would come.''

Aan de muur hangen zwartwit foto's, herinneringen aan een groot en zo te zien vredig verleden; oude met klimop begroeide landhuizen, manlijke familieleden in vol ornaat te paard en Audrey Hepburnachtige schoonheden in tweedjasjes.

,,Met pasen 2000 werd duidelijk dat het misging, ook bij ons'', vertelt zij. ,,We werden steeds gebeld door een hysterische dame uit Harare die in de hoorn gilde: `We komen naar jullie toe! We komen naar jullie toe; er gaat veel bloed vloeien! Jullie geven je honden medicijnen maar laten jullie arbeiders sterven'. Ik zei: `Zo moet u niet tegen oude mensen spreken, straks krijgen ze nog een hartaanval'. Maar toch werd ik er wel een beetje onrustig van. En ze had nog gelijk ook; ze kwamen echt.''

,,We kwamen op een zondagochtend terug uit de kerk en vonden ons huis en tuin bezet door Mugabe's oorlogsveteranen. Ze waren met een oude truck gekomen. Ze hadden haast. Er was een vrouw bij die schuimbekkend liep te gillen. We kregen vijf uur om onze spullen te pakken. Binnen vijf uur moesten we weg zijn.''

Ze loopt moeilijk en een beetje gebogen in oude kleren en heeft het superieure Engelse `It was just a bit upsetting'.

,,De volgende ochtend, bij mijn zoon thuis, waar we zo lang logeerde, heb ik mijn buks genomen en de honden geroepen. In ben naar een rustige plek gewandeld en heb ze doodgeschoten'', vertelt hij.

,,Andere mensen schoten ook hun paarden dood'', voegt zij toe. ,,Een van onze zonen heeft dat moeten doen.''

Hij begreep dat er geen keuze was. Het was tijd het land te verlaten. ,,Wie gaat ze voeden? Wie gaat ze verzorgen? We konden ze niet houden. Je kunt niet reizen met honden.'' Hij zegt het zakelijk, maar terwijl hij de meeste tijd lacht met de onwerkelijke lach van een man die veel geleden heeft en besloten heeft dat men maar het best kan lachen om de hele poppenkast, moet hij zijn wangen spannen als hij over de honden vertelt.

(over twee weken: de Hongaarse onteigeningen)