Wij tegen het centrum

De `Europese Literatuur', bestaat die eigenlijk wel? Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Deze week de Britse schrijfster Hilary Mantel: ,,Ik denk vrij, daarom pas ik in Europa.'

`U wilt weten of er een Europese literatuur bestaat? Welnee. In dit land beginnen we net een beetje te wennen aan het idee dat er zoiets als Europa bestaat. En terwijl we hier heel voorzichtig die gedachte aftasten, wordt de Europese werkelijkheid steeds complexer en veelvoudiger.'

Haar scepsis ten aanzien van haar geboorteland steekt schrijfster Hilary Mantel (1952) niet onder stoelen of banken. Een paar jaar geleden verhuisde ze naar een klein dorp ten zuidwesten van Londen, waar ze, samen met haar man, een chic appartement bewoont in een indrukwekkend, pas gerestaureerd, negentiende-eeuws kasteel, dat decennialang als psychiatrische instelling dienst deed. Vanuit haar werkkamer, pal onder de klokkentoren precies in het midden van het kasteel, heeft ze een weids uitzicht op de heuvels.

,,De enige manier om over literatuur te spreken is in termen van meervoud en variatie. Europese literaturen dus. Ik zie literatuur als een zee. Als ik daarop zeil denk ik niet aan de oorsprong van al die wateren. Natuurlijk ben ik een burger van de oude wereld, ik word meegevoerd door de rivieren uit Griekenland en Rome. Maar ik ken ook de Scandinavische wereld en de islamitische. De verbeelding put uit al die Europese stromen, maar voor de meeste schrijvers zijn die, vermoed ik, onderling nog erg van elkaar gescheiden.'

Hilary Mantel, van Ierse origine en geboren in een dorpje in het noorden van Engeland, behoort tot de beste Engelstalige auteurs van romans en korte verhalen van dit moment. Haar dialogen zijn geweldig, haar beschrijvingen to-the-point. Meer dan tien jaar woonde ze in Afrika en het Midden-Oosten en behalve een vijftal verhalenbundels publiceerde ze onder andere The Giant O'Brien (1998), een roman over de achttiende-eeuwse beroemde Ierse reus Charles O'Brien, A place of greater safety (1992), een roman over de helden van de Franse Revolutie en de autobiografische roman Giving up the ghost (2002).

Heidegebied

In een essay opgenomen in de bundel On modern British fiction (Oxford University press, 2002), onderzocht Mantel de Engelse identiteit en definieerde zij zichzelf als een Europese schrijfster. ,,Voor iedere schrijver is het belangrijk te onderzoeken waar hij vandaan komt, waar zijn werk uit voortvloeit. Als ik in het buitenland ben, word ik vaak een Brits of een Engels auteur genoemd. Dat eerste zegt me niets: Brits is een geografische term, zonder culturele betekenis. Engels – dat ben ik gewoon niet. Ik ben geboren in het noordelijke puntje van het Peak District, een bergachtig heidegebied waar meer schapen dan mensen rondlopen. Mijn voorouders waren Iers, kwamen werk zoeken in de textiel. Al heel jong werd ik me ervan bewust dat `Engels' synoniem was met mannelijk, wit, zuidelijk, protestant en burgerlijk. Ik was een vrouw, rooms-katholiek, uit het noorden, ik ben van Ierse origine en spreek met een Iers accent. Ik ben dus altijd alleen maar een toeschouwer geweest van wat `Engels' is. De `Engelsman' kijkt naar de wereld vanuit een positie van ontologische zekerheid. Die hangt samen met economische zekerheid en met het typisch Engelse gevoel te behoren tot het centrum van het Britse Imperium. Mijn generatie kreeg die zekerheden nog mee. Ikzelf niet natuurlijk, want mijn familie behoorde tot de marge, wij hoorden er niet bij.'

Nog steeds denken de Engelsen bij voorkeur op deze manier over hun rol in de wereld, vindt Mantel. In haar roman The Giant O'Brien steekt Mantel daar flink de draak mee, bijvoorbeeld in een dialoog tussen twee van haar Ierse hoofdpersonen: `Englishmen are a type of ape', he explained, `Low in stature, barbarous in manner, incomprehensible in speech: unlettered, incontinent and a joke when they have drink taken: but not hairy. At least, not all over.'

,,Historisch gezien hebben de Engelsen nooit de moeite genomen om zichzelf te definiëren', zegt Mantel. ,,They just are. In hun ogen zijn het de anderen die een probleem hebben. Neem het conflict tussen Engeland en Ierland. De Engelsen vinden gewoon dat de Ieren Engels zijn – ze zijn alleen te koppig om dat te willen toegeven. Het gaat dus niet om een conflict tussen het Engelse en het Ierse nationalisme, nee, `Engels' zijn is de natuurlijke stand van zaken, net zoals er in de tuin van Eden alleen maar Engelsen rondliepen. Die zekerheden zijn erg moeilijk aan het wankelen te brengen.'

Zekerheden

Voor de Engelse literatuur geldt mutatis mutandis hetzelfde: `Engelse' zekerheden hebben de overhand en de marge, het provincialisme, wordt buitengesloten. Wie erkend wil worden als een Engels auteur, moet minstens in het zuiden wonen en verschoond zijn van een accent. ,,Engelse literatuur is een stedelijke literatuur geworden. We horen wel verschillende stemmen, van Zadie Smith of van Monica Ali, maar ze zijn allemaal metropolitaan, afkomstig uit de hoofdstad. Ik identificeer me meer met schrijvers uit Schotland, Ierland of Wales. Het is wij tegen het centrum.'

Niet alleen in de literatuur is Londen de maat der dingen. ,,Kijk naar een stad als Leeds, een grote industriestad die tot voor kort helemaal in verval was. Nu is het booming, en waarom? Omdat de grote fabriekshallen tot hippe appartementencomplexen zijn omgebouwd – net als in Londen. En omdat grote warenhuizen zich er hebben gevestigd – die uit Londen.'

Een sterke regionale stem is er niet in de moderne Engelse literatuur, meent Mantel. ,,Er is geen moderne Philip Larkin.' Regionale stemmen dragen wel degelijk bij aan universele literatuur. Vaak worden die stemmen in Londen eenvoudig niet gehoord of om niet-literaire redenen gemarginaliseerd. Niet alleen omdat het regionale stemmen zijn, maar ook omdat ze afkomstig zijn uit een andere sociale klasse.

Mantel: ,,In dit land zijn sociale klasse en regionalisme nog erg met elkaar verbonden. Neem Joe Pemberton, een jonge schrijver van Caraïbische afkomst, wiens recente roman door geen enkele krant besproken is. Het is een jongen die zich uit de arbeidersklasse omhoog heeft gewerkt. Hij schrijft over fabrieksarbeiders, over de klasse waartoe hij in eerste instantie zelf behoorde. Hij bejegent zijn personages niet neerbuigend, mediatiseert ze niet – en dus wordt hij niet gehoord. Nooit zou hij terechtkomen in Granta, het tijdschrift dat onlangs een nummer bracht met de volgens hen beste jonge romanschrijvers. Die zijn bijna allemaal naar Oxford of Cambridge geweest, ze zijn helemaal op Londen gericht. Dat is een andere wereld.'

Zelf wilde Mantel vanaf het moment dat ze ging schrijven, op haar 22ste, een Europese auteur zijn. Ze loopt naar haar boekenkast en pakt een klein, oud, stukgelezen schoolboekje, Readings on Europe. ,,Thuis hadden we niet veel boeken, maar toen ik acht was vond ik dit. Het bevat de grote legendes van Europa, het verhaal van Hercules, het paard van Troje, verhalen over de Griekse eilanden, de geschiedenis van Karel de Grote, maar ook een paar teksten van Shakespeare en van Dante. Het is de Europese literatuur in miniatuur. Ik vond het geweldig en leerde hele stukken uit mijn hoofd. Het is voor mij een soort manifest gebleven.'

Europees en regionaal – dat zijn voor Mantel de kernwoorden van het schrijverschap en die gaan volgens haar heel goed samen. Haar Europese identiteit definieert ze vooral als behorend tot het `oude Europa', het Europa dat tegenover de Verenigde Staten gesteld kan worden. ,,Het religieuze fundamentalisme – laat ik het nou niet meteen barbaarsheid noemen – dat Amerika beheerst, vind ik bijzonder verontrustend. Als je gelooft dat de bijbel het letterlijke woord van God bevat, dan is het maar een kleine stap naar het gebruik van het woord als wapen. Dat is precies wat het islamitische fundamentalisme doet. Waar ter wereld vind je de doodstraf? In de VS en in Saoedi-Arabië. Het Amerikaanse en het islamitisch fundamentalisme kijken elkaar in de ogen en zien hetzelfde, maar ze herkennen elkaar niet.'

Tegelijkertijd is ze zich ervan bewust dat Engeland binnen het `oude Europa' de rol van relatieve buitenstaander speelt. `Crossing to Europe', zegt de Engelsman nog steeds, waarmee maar is aangegeven dat een eilander het moeilijk heeft met de eenwording van het Europese continent. ,,Wat voor relatie onderhielden Engelsen met de rest van Europa in de vorige eeuw? De gentleman ging op zijn `grand tour' en vervolmaakte zijn opvoeding. De gewone man ging naar Europa om er ten oorlog te trekken. Voor de generatie van mijn grootvader was Europa synoniem met oorlogstoneel. Nu kan iedereen binnen Europa de grens over zonder formaliteiten. Daarom zie ik zo'n groot contrast tussen vredelievend, liberaal Europa en Amerika dat steeds maar uit is op het vergroten van zijn macht.'

Ook de Engelse en de Amerikaanse literatuur staan met elkaar op gespannen voet. Op een conferentie over Engelse literatuur vier jaar geleden in Californië zei de Engelse auteur Martin Amis bij wijze van grap dat iedere Engelse schrijver er in wezen naar streeft een Amerikaanse schrijver te worden. Met name de aanwezige vrouwelijke auteurs, zoals A.S. Byatt en Hilary Mantel, waren not amused. ,,Martin Amis ziet het Amerika van Susan Sontag en van de New York Review of Books', zegt Mantel. ,,Ikzelf zie de rest van de VS. Amis identificeert zich met een intellectueel, Europees Amerika, dat wil zeggen met dat deel van het land dat nog een metafoor kan begrijpen. Ach, natuurlijk wordt hij geen Amerikaanse schrijver. Hoogstens een soort Henry James. Voor een auteur in dit land is het een uitdaging om uit te vinden in welke Europese traditie hij of zij past. Dat moet ieder bij zichzelf nagaan. Ik denk vrij, ik heb een vrij beroep, daarom pas ik in Europa. Het is nooit in mij opgekomen om Engeland op de eerste plaats te zetten.'

Zelf heeft Mantel zich tot nu toe met name beziggehouden met doorslaggevende gebeurtenissen in de Europese geschiedenis. ,,Rond mijn veertiende raakte ik gefascineerd door de Franse Revolutie. Machtsmisbruik heeft me altijd bovenmatig geïnteresseerd. Als kind leef je altijd onder het Ancien Régime. Er wordt je nooit iets uitgelegd en je kunt ook niet in beroep gaan. Engeland kent geen echte revolutie, een paar rellen en dan heb je het gehad.'

Of het lastig was om voor een Engels publiek over de Franse Revolutie te schrijven? Ja zeker. ,,George Orwell zei dat de Engelsen bij de bestorming van de Bastille alleen maar denken aan een piramide van afgehakte hoofden. Meer zegt het ze nog steeds niet. Van de verschillende fasen tijdens de revolutie hebben ze geen idee, noch van de verschillende leiders of de machtsverhoudingen. Om te beginnen moeten de lezers van A place of greater safety vergeten wat ze bij Dickens lazen, of in The Scarlet Pimpernel van Emma Orczy bijvoorbeeld. Ze moeten ophouden te denken dat het hof `goed' was en de revolutionairen `slecht'. Het idee dat de dames met de hoge pruiken het bij het juiste eind hadden is vastgeroest bij de Engelsen. Een vreemde, romantische gedachte.'

In de toekomst zou Mantel graag nog een boek schrijven over de Reformatie en de zestiende eeuw, een tijdperk waarin Engeland nog echt deel uitmaakte van Europa. ,,Toen hield Engeland zich nog niet bezig met het stichten van een imperium. Eigenlijk is die scheiding tussen Engeland en de rest van Europa een heel recent fenomeen, dat besef je dan.'

Wat is het belangrijkste dat er in de afgelopen tien jaar is gebeurd in het Engelse literaire taalgebied? Het feminisme staat niet meer op de agenda, het is multiculturalisme wat de klok slaat. Wat het meest in het oog springt is volgens Mantel de opkomst van de sterke Schotse roman, geschreven in ,,de Schotse landstaal', die van Irving Welsh en James Kelman bijvoorbeeld. Ierland is in het tijdsbestek van nog geen eeuw enorm veranderd, vindt Mantel, die spreekt van de `remaking' van Ierland. ,,Zo'n ontwikkeling geeft je vertrouwen in de toekomst van Europa. Het idee van het einde der geschiedenis kan alleen maar uit de VS komen. Vanuit ons gezichtspunt is de geschiedenis verrassend, we maken kleine aardverschuivingen mee.'

Papegaaien

Bij de Ieren leeft het idee van een verenigd Europa veel meer dan in Engeland. Toch zijn enkele Engelse auteurs, zoals Tim Parks en Barry Unsworth, die in hun werk getuigen van een Europese blik op de geschiedenis en de eenzijdig Angelsaksische invalshoek durven te verlaten. Mantel: ,,Het Iers en het Schots zijn vitaal, vol ritme en muziek. Het Engels is vlak, monotoon, ongeschikt, dood zelfs. Voor mijn volgende boek probeer ik te schrijven zoals de mensen om mij heen spreken. Dat blijkt verschrikkelijk saai. Alleen de scheldwoorden geven pit aan hun dialoog, maar je kunt je personages toch niet voortdurend laten vloeken. Mensen hebben maar een heel beperkte woordenschat om hun emoties weer te geven. Hier in de buurt spreekt iedereen een variant op wat je hoort in televisieshows. Niemand kan meer zijn gevoel uitdrukken zonder eerst op zijn Amerikaans `O, my God!' te gillen. Dat zal inmiddels wel een Europese uitdrukking zijn geworden. Allemaal papegaaien.'

Sinds ze in het populaire, rijke zuiden van Engeland woont, voelt Mantel zich `een vreemdeling tussen vreemdelingen'. ,,Niemand hier in de buurt weet nog wat zijn wortels zijn. Grote familiebanden bestaan niet meer, iedereen is los van zijn verleden. Ik ging laatst, in het kader van onderzoek voor mijn volgende boek, naar een openbaar optreden van een medium, hier vlakbij. Het medium kreeg contact met de grootmoeder van een jong meisje dat in het publiek zat. Hij noemde de naam van de dode vrouw. Het meisje reageerde niet, want ze kende de naam van haar grootmoeder niet, wist niet waar ze vandaan kwam, wist niets van haar leven. Ik was geschokt. De mensen hier leven in de tegenwoordige tijd, in het hier en nu, waar ze vandaan komen interesseert ze niet. Dat zou je in Ierland of in Wales niet tegenkomen.

,,Nu Europa zijn grenzen gaat verbreden, zullen er steeds meer mensen afdrijven. Dat is de moderne tragedie. De troosteloosheid van de mensen die op drift raken. De armen vertrekken naar de rijke wereld, illegale buitenlandse werknemers worden uitgebuit, criminelen houden zich bezig met vrouwenhandel. Dat kun je als Europees schrijver niet negeren. Een van de ideeën van literatuur is dat het ons samenbindt. Het boek waaraan ik nu werk gaat over mensen die een lange reis ondernemen; ze weten niet of ze dood of levend zijn, hebben geen idee van tijd, weten niet waar ze vandaan komen of waar ze naartoe gaan. Het is een soort allegorie. Literatuur is geen toevluchtsoord. Het is een huis waar je steeds weer uit wordt verjaagd, de weg op. Maar het geeft je in ieder geval die weg.'