Verdwenen is de introverte puber

Moderne jongeren zijn verre van zorgeloos, dát weten de lezers van Achterwerk, de brievenrubriek uit de VPRO-gids waar pubers elkaar met advies terzijde staan. Aan de hand van Achterwerk en interviews met tieners en twintigers schetst de sociologe Christien Brinkgreve in Vroeg mondig, laat volwassen een vermakelijk beeld van een door en door gepsychologiseerde en ietwat brave jeugdcultuur. Een vriendje dat blijft aandringen op seks? Vooral niet toegeven, menen de jongeren van vandaag: `als hij het dan echt uitmaakt, ben je in ieder geval jezelf niet kwijt'. Experimenteren met drugs? Zeker, maar vergeet niet dat `de wereld barst van de mooie, leuke, lekkere dingen en niet de joint maar jijzelf staat op de eerste plaats'. Praten over je gevoelens, onzeker durven zijn en steun zoeken bij anderen: de klassieke, in zichzelf gekeerde puber lijkt compleet uit zicht verdwenen. Wie zich niet houdt aan de moderne therapeutische regels wordt afgestraft. Zo krijgt Lisa, een brievenschrijfster met een `waslijst aan ex-vriendjes', het verwijt nooit geprobeerd te hebben met haar vriendjes te praten. Als je het ene na het andere vriendje afwerkt, ben je geen slet, zoals vroeger, maar je verraadt met dat gedrag wel het emotionele `IQ van een slakrop te hebben'.

Naast deze al vaker beschreven therapeutisering (zie onder meer Frank Furedi's Therapy Culture, besproken in Boeken, 20.02.04) constateert Brinkgreve ook dat de grenzen tussen volwassenheid en kindertijd verschuiven. Ouders behandelen hun kinderen steeds meer als gelijken. Dankzij internet en een grotere eigen koopkracht betreedt de jeugd eerder de volwassen wereld. Traditionele symbolen van volwassenheid, zoals het krijgen van kinderen en het kopen van een huis, schuiven jongeren daarentegen steeds verder voor zich uit. Ook een scheiding van de ouders maakt kinderen vroegtijdig volwassen. Zoals Aafke, die haar moeder na de scheiding aanraadde niet meteen bij haar nieuwe vriend in te trekken: `Ga nou eerst maar eens op jezelf wonen, en kijk of je het redt.' Net als rechtsfilosofe Dorien Pessers vraagt Brinkgreve zich af of de ontwikkeling van kinderen niet in gevaar komt door het wegvallen van traditionele gezinspatronen en de grote nadruk op individuele vrijheid. Zijn jongeren echt mondig genoeg om zich te verweren tegen digitale kinderlokkers, geweld op tv en het wegvallen van zekerheden na een echtscheiding?

Gescheiden

Door jongeren zelf aan het woord te laten wil Brinkgreve laten zien dat zij heel goed bij machte zijn richting te geven aan verwarrende situaties. En uit de interviews met kinderen van gescheiden ouders blijkt dat steun van vrienden, familie en psychologen hierbij inderdaad onmisbaar is. Maar soms doet Brinkgreves poging het slachtofferschap van kinderen te nuanceren geforceerd aan. `Zonder de scheiding zou ik niet degene zijn die ik nu ben. Het heeft me meer diepte gegeven', stelt Job. Het schipperen tussen moeder en vader levert diplomatieke vaardigheden op, en een groter inzicht in menselijke verhoudingen. Veel jongeren benadrukken weliswaar iets van een scheiding te leren, maar het is de vraag of die scheiding nu werkelijk een bron is van `persoonlijkheidskapitaal'. Wijst deze gedachte niet eerder op een verlangen om trieste narigheid toch nog een betekenis te geven? Brinkgreve laat het antwoord op deze vragen in het midden. Iets positiefs uit een scheiding halen is in elk geval een manier om weer greep te krijgen op het eigen bestaan en jezelf naar eigen inzicht te kunnen ontplooien.

De eigentijdse idealen van zelfontplooiing en autonomie blijken onder jongeren wijdverbreid. Maar ze hebben het er onderwijl wel moeilijk mee. En dat geldt niet alleen voor kinderen uit gebroken gezinnen. In een van de boeiendste hoofdstukken beschrijft Brinkgreve wat jongeren verstaan onder volwassenheid. Terwijl hoger geschoolden volwassenwording vooral begrijpen als een geestelijk groeiproces en mondigheid (loskomen van je ouders, maken van eigen keuzes), benadrukken de lager opgeleiden het huis, de auto en het huwelijk. Maar opmerkelijk genoeg weten juist die lager opgeleiden, dankzij een vastomlijnder toekomstpad, het best hun ambities te vertolken.

Bijbaantjes

De 24-jarige verpleegkundige Marian zegt over haar aanstaande huwelijk: `Waarom zouden we langer wachten. Helemaal zeker weten doe je het nooit, maar wij hopen dat we er zo nog lang van mogen genieten.' Je zó makkelijk vastleggen is onder hoger opgeleiden taboe. Paulien, studente politicologie en rechten en inmiddels toch met man en kinderen: `Op iedereen die ging samenwonen keek je neer, want die nam met minder genoegen dan hij kon krijgen.' Kiezen is niet makkelijk als je onder de plicht gebukt gaat jezelf tot in de finesses te moeten ontplooien. Zeker niet als je geen idee hebt in welke richting je het moet zoeken. Mondig je vrijheid benutten, concludeert Brinkgreve, vraagt dan ook om inzicht in de eigen mogelijkheden en beperkingen. De `hang naar dwang' die ze onder jongeren ontwaart, moet serieus aandacht krijgen, door jongeren te helpen zich een weg te banen in de vele mogelijkheden die het leven hun biedt. Maar waar die sturing vandaan moet komen, blijft in het ongewisse. Bij moderne ouders, huiverig voor alles wat riekt naar hiërarchie en beperking, lijken jongeren het niet te moeten zoeken.

De school blijft in dit boek opvallend onderbelicht. Brinkgreve merkt op dat steeds meer scholieren een bijbaantje hebben, een ontwikkeling die volgens haar meer aandacht verdient nu jongeren zoveel schulden maken en de grote koopkracht blijkbaar niet aankunnen. Ze benadrukt dat het bijbaantje discipline kan bijbrengen als de school en het gezin daar niet in slagen: de drie opvoedingsregimes vullen elkaar aan. Maar in hoeverre kun je deze regimes over één kam scheren? Is het zitvlees dat je aankweekt achter de kassa niet van een heel andere orde dan de concentratie die nodig is voor het maken van een wiskundesom of het lezen van een roman?

Het boek laat meer vragen onbeantwoord. Brinkgreve wil de dilemma's zo graag een positieve wending geven dat ze een kritische confrontatie met de alledaagse werkelijkheid teveel uit de weg gaat. Toch voegt het boek een aanstekelijk geluid toe aan het debat over hedendaagse jongeren. Zorgeloos is de jeugd niet, maar jongeren kunnen hun zorgen wel treffend en komisch verwoorden. Brinkgreve weet dit ook aan volwassenen duidelijk te maken.

Christien Brinkgreve: Vroeg mondig, laat volwassen. Augustus, 205 blz. €18,50