Tweemaal Pasen

Lange tijd werd Pasen in Nederland tweemaal per jaar gevierd. Aan die gewoonte kwam pas een eind toen de protestanten de katholieke kalender accepteerden.

We vinden het niet meer dan normaal dat het éénmaal per jaar Pasen is en dat dit kerkelijk feest door zowel protestanten als katholieken op dezelfde dagen wordt gevierd. Er is echter een tijd geweest waarin het feest van de wederopstanding van Christus elk jaar tweemaal werd gevierd, eerst door katholieken en enkele weken later door protestanten. Deze tweedeling ontstond na de invoering van de moderne Gregoriaanse kalender en kon in sommige situaties zelfs tot gevolg hebben dat binnen één dorp tweemaal Pasen werd gevierd. Een deel van die gemeenschap was, zoals de Duitse astronoom Kepler het ooit formuleerde, ,,het liever oneens met de zon dan eens met de paus''.

Paaszondag is de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Dit impliceert dat de vroegste paaszondag op 22 maart valt en de laatste op 25 april. Het eerste gebeurde in 1818 en zal pas weer in 2285 plaatsvinden. De laatst mogelijke paasdatum viel in 1886 en zal pas weer in 2038 optreden.

Soms valt Pasen op een `verkeerde' datum. Dit komt doordat de paasdatum niet wordt berekend via de loop van de echte maan, die daarvoor te gecompliceerd is, maar via een `kerkelijke' maan. Bovendien begint de lente volgens de paasberekening op 21 maart, wat in werkelijkheid niet altijd zo is.

In 1582 gelastte paus Gregorius XIII een ingrijpende kalenderhervorming. Die was nodig omdat in de juliaanse kalender – die sinds 46 v.C. werd gebruikt – het begin van de lente steeds vroeger in het jaar viel.

Gregorius proclameerde dat er tien dagen moesten worden afgeschaft, waardoor na 4 oktober 1582 direct 15 oktober kwam. Bovendien zouden 1700, 1800 en 1900 geen schrikkeljaren worden. In de roomskatholieke landen, Italië, Portugal en Spanje, werd de nieuwe kalender direct ingevoerd. Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden volgden in december 1582 en Holland in januari 1583, maar de protestantse delen van ons land voelden zich bedreigd in hun godsdienstvrijheid en weigerden de `paapse onzin' te aanvaarden.

En zo kon het gebeuren dat in 1584 in de Zuidelijke Nederlanden al op 1 april Pasen werd gevierd, terwijl dat in de overige provinciën pas op 19 april gebeurde. Ook in de protestantse delen van Duitsland en Zwitserland was dat het geval en ook Goede Vrijdag, Hemelvaart en Pinksteren werden daar dubbel gevierd.

Soms kwam het zelfs voor dat deze dagen binnen één gemeente tweemaal werden gevierd. Dat gebeurde als de grens tussen het bezit van twee landsheren van verschillende confessie dwars door zo'n gemeente heen liep. Pas in 1701, toen vrijwel alle protestantse landen in Europa de nieuwe kalender hadden aanvaard, werd in de gehele Republiek der Verenigde Nederlanden op dezelfde dag Pasen gevierd.