Te oud voor onzin

De Tsjechische pianist Ivan Moravec (1930) debuteerde in 1962 in Nederland en keerde er pas in 2002 terug. In de tussentijd maakte hij naam met zijn legendarische cd-opnamen. Volgende week speelt hij in Den Haag.

Tot voor kort bleef de naamsbekendheid van meesterpianist Ivan Moravec (Praag, 1930) beperkt tot kennerskringen. Een aristocratisch, reflectief ingesteld interpreet. Exact en eloquent in zijn Mozart-vertolkingen, onomwonden elegant in Chopin. Een enkeling heeft hem nog zijn Nederlands debuut horen maken in het Concertgebouw anno 1962. Maar de meeste liefhebbers, zowel in West-Europa en de Verenigde Staten als in zijn geboorteland Tsjechië, oriënteerden zich tot voor kort noodgedwongen vooral op Moravec' cd-opnamen.

De kentering kwam deels na de val van het communisme in Tsjechoslowakije, deels door de faam van oude opnamen. De serie `Great Pianists of the 20th Century' van Philips wijdde een dubbel-cd aan de kunst van Ivan Moravec, waarna het aantal engagementen explosief toenam. In 2002 maakte hij zijn rentree in het Nederlands muziekleven, sindsdien is hij hier met enige regelmaat te gast. In het Amsterdamse Concertgebouw gaf Moravec vorige maand een hoog geprezen recital in de serie Meesterpianisten van impresariaat Marco Riaskoff. Volgende week is hij opnieuw hier, dan voor een recital in het kader van de Chopin Driedaagse in Den Haag.

,,Chopin, ach, Chopin!'' Na afloop van een intensieve akoestische verkenning van de Grote Zaal van het Concertgebouw en de eigenschappen van de concertvleugel aldaar, gebruikt Moravec zijn thee in de artiestenfoyer. Hij knijpt zijn heldere ogen samen en glimlacht mild. ,,Ziet u, ik ben 73. Dat is te oud voor onzin. Ik speel alleen muziek die me iets te zeggen heeft. In Chopin vind je wanhoop, hoop – hoop is zeer belangrijk – humor, elegantie en klankschoonheid. Zijn muziek is zwaar van de levenservaring. En dat soms allemaal samengepakt in een Mazurka van drie minuten. Dat is iets wat mij blijft verbazen.''

Advocaat

Met zijn kalme, ingetogen intellectuele uitstraling en in zijn evenzeer afgewogen spel is Moravec absoluut geen `klavierleeuw' of meesterpianist van het uitbundige type. Opnamen van veertig jaar geleden bewijzen dat hij dat ook nooit is geweest. Zijn Mozart-interpretaties uit 1963 klinken helder, architectonisch in balans en op een doordachte manier zangerig. Je hoort erin terug dat Moravec' liefde voor de muziek begon bij de opera. Zijn vader was advocaat, amateur-pianist en -zanger, maar bovenal een groot operaliefhebber.

,,Dat werkte aanstekelijk'', vertelt Moravec in academisch Engels met een Oostblokaccentje. ,,Desondanks wilde ik als kind geen pianist worden, maar advocaat. Het leven van de vader is de droom van de zoon! Maar we hadden thuis wel een goede piano staan, waarop ik vanaf 1937 ook les kreeg. Rudolf Firkosny, de legendarische Tsjechische pianist, was ooit leerling van professor Kurz, een ernstig vakman. Deze Kurz nodigde mij bij hem thuis uit toen ik tien was. Hij draaide grammofoonplaten voor me, van Firkusny en ook van Josef Lhévinne. Daarna zei hij: `Zo moet jij ook piano leren spelen.' Dat is natuurlijk nooit gebeurd; Lhévinne is uniek. Maar het was prachtig als kind door zo'n kopstuk in de hoge kunst van het pianospel te worden ingewijd. Vanaf dat moment kreeg ik ook serieus les van Erna Grunfeld, Kurz' assistente. Mijn ouders hebben me daarin nooit hoeven aansporen. Ik wilde zelf graag. Oprechte belangstelling en enthousiasme zijn het bewijs van talent.''

Dat betekende niet dat Moravec als kind niets anders deed dan pianospelen. Hij schaatste ook wel eens, tot hij werd omgeduwd en zijn rug en nek ernstig beschadigde. Enkele jaren kon hij helemaal niet spelen. Uiteindelijk voltooide hij toch zijn studie aan het Praags conservatorium en was hij op zijn 24ste klachtenvrij dankzij de oefeningen en warmwaterkuren van `een wonderbaarlijke alternatieve geneesheer'. ,,Ik raakte achterop in een belangrijke fase'', erkent hij. ,,Dat was mentaal zwaar, maar achteraf bezien was het geen verlies. Door veel naar andere pianisten te luisteren op grammofoonplaat, ging mijn geestelijke ontwikkeling gewoon door. Uiteindelijk is verbeeldingskracht voor een pianist het allerbelangrijkste. Interpretatie is geestelijke striptease. Je laat horen wat je emotioneel, intellectueel en stilistisch van een stuk hebt begrepen. Wie beukt – zoals zo vreselijk veel jonge pianisten tegenwoordig – verraadt zich. Hij vermoordt de klank en dus de muziek. Het gaat mij er niet om dat er één zaligmakende speelwijze is, maar wél dat iemand muzikaal is en weet wat hij wil.''

Ook na zijn genezing werd Moravec' carrière gehinderd. ,,Och, ik was nog goed af'', nuanceert hij. ,,Ik kan zo vier uitmuntende Tsjechische pianisten noemen wier loopbaan eerst door de nazi's, later door de communisten volkomen is vermorzeld.''

Moravec ging bij de communistische inval van de vrije republiek Tsjechoslowakije in 1948 niet overstag. ,,Ik zei gewoon: `Nee, bedankt.' Maar het is zeer onprettig als de kwaliteit van je werk niet meer het enige criterium is waarop je functioneren wordt afgerekend. Als niet-partijlid was ik veertig jaar lang een tweederangsburger – zoals iedereen in die positie. Mijn broer, een scheikundig ingenieur, deed een zeer belangwekkende technologische vondst. Die werd hem afgenomen zonder dat hij ervan kon profiteren. Ik gaf destijds les, en mijn politieke overtuiging heeft ook mijn leerlingen beschadigd. Ik mocht niet of nauwelijks naar het buitenland, zij door mij óók niet.''

In 1957 kreeg Moravec, toen 27, bij uitzonderling permissie voor lessen bij de legendarische pianist Arturo Benedetti Michelangeli. Een belangrijke kans, waardoor hij naar eigen zeggen vooral nieuwe inzichten opdeed over klankschoonheid. Maar zijn eigenlijke doorbraak maakte Moravec ongemerkt al in 1956. Een opname van een recital dat hij gaf in Praag kwam wél definitief de grens over, en viel in handen van de toonaangevende Conaisseur Society in de Verenigde Staten. Het genootschap nodigde hem uit voor opnamen die historisch werden en zijn naam internationaal onder `conaisseurs' vestigde.

In een verslag van die opnamen, thans heruitgebracht op het label Supraphon, beschrijft geluidstechnicus E. Alan Silver hoe Moravec bij zijn interpretaties gewoon was van buiten naar binnen te werken. ,,Moravec luisterde zijn banden 's avonds thuis af, en elimineerde dagelijks een vertraging, een onnodig crescendo of rubato. Totdat de caleidoscoop aan ideeën waarmee hij begon, de slankst mogelijke gedaante had aangenomen.''

,,Zo werk ik nog steeds'', erkent hij. ,,Maar dat betekent niet dat ik vind dat er één vaststaande, ideale interpretatie bestaat. Interpretatie is altijd subjectief. De grootste lof die ik aan mijn leerlingen geef is stilzwijgen of `ik geloof je'. De manier waarop ik zelf een bladzijde muziek begrijp is wél steeds hetzelfde, maar de uitvoering van die interpretatie kan niet steeds hetzelfde zijn. Wanneer ik in een iets ander tempo begin, is meteen de hele uitvoering anders.''

Vergeestelijkt

Het repetitieproces waarin Moravec dit najaar samenwerkte met dirigent Frans Brüggen en het Radio Kamerorkest in Beethovens Vierde pianoconcert werd door de NPS vastgelegd. De vorige maand op televisie uitgezonden documentaire geeft een goed beeld van Moravec' werkwijze. Deze frase moet zó klinken, die zó. Over elke noot heeft hij uitgesproken ideeën, maar zijn spel klinkt uiteindelijk eerder vergeestelijkt dan afstandelijk intellectueel. Boeken, romans, leest hij niet meer, vertelt hij. ,,Het is net als met de muziek die wij net bespraken. Ik beperk mij tot een select repertoire omdat ik te oud ben voor loze noten. En datzelfde geldt voor loze, domme en betekenisloze woorden. Op mijn nachtkastje ligt The Perennial Philosophy van Aldous Huxley – en dat blijft daar liggen. Het is een compendium van gedachten over liefde, leven, lijden. Wat mij daarin aantrekt is dat Huxleys blik op ieder probleem in weinig woorden zo voltrekt compleet is. Bij andere, `gewone' literatuur verveel ik me. Dat zijn maar verhaaltjes, die me niet te veel zeggen over de complexiteit van het menselijk leven, en de mogelijkheden als individu aan moeilijke omstandigheden te ontstijgen.''

Ivan Moravec (piano): recital met werken van Chopin (mazurka's; fantasie op. 49; ballade op.52; sonate nr.2) op 12/4 in de Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Res: (070) 8800333. Inl: www.ivanmoravec.net

`Ik speel alleen muziek

die me iets te zeggen heeft'