`Streng? Ik ben héél erg streng!'

Als president van de centrale bank van Suriname moest André Telting ervaren hoe het goud uit de kluizen van de bank werd verkocht. Inmiddels heeft hij monetaire stabiliteit gebracht en de Surinaamse dollar geïntroduceerd. Dat de regering nooit met de misstanden van het tijdperk-Wijdenbosch heeft afgerekend, vindt hij wel ,,heel teleurstellend''.

Op bezoek gaan bij André Telting, president van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), brengt altijd enkele mooie en typerende dingen van het land samen. Je loopt langs de kleurrijke Waterkant, aan de oever van de Surinamerivier. Daar, tegenover de eettentjes en schaafijsverkopers, betreed je het prachtige karakteristieke witte gebouw van de Centrale Bank. Eenmaal binnen, op het okergele bankstel in de werkkamer van de president, komt de secretaresse binnen met een briefje. Daarop mag je, in een vierkant hokje, je keuze aanvinken: koffie, thee, sap, soft, orgeade.

Boven het gezoem van de airconditioning klinken de geluiden van bedrijvig Paramaribo. André Telting, met zijn kenmerkende grijze baard, jasje uit, bretels over de schouders, vestigt er zelf de aandacht op. De bankpresident heeft reden om vrolijk te zijn, vertelt hij: ,,Heeft u het gemerkt?'' vraagt hij enthousiast. ,,Er gebeurt weer van alles in dit land, er lopen steeds meer toeristen over straat en er wordt weer geïnvesteerd.''

Mooie dingen van het land dus. Maar een gesprek met Suriname's centrale bankier moet ook over de minder mooie dingen gaan. Over de traagheid in beleid bijvoorbeeld. Bijna vier jaar geleden is het nu dat de tweede regering-Venetiaan haar opwachting maakte. Van de op de campagnepodia beloofde maatregelen is nog maar weinig terechtgekomen. De grondige sanering van de economie. Het vervolgen van de verantwoordelijken in de regering-Wijdenbosch die 's lands staatskas plunderden. De modernisering van het bestuurlijk apparaat.

Natuurlijk, er gingen ook dingen wel goed. Het belangrijkste: het terugbrengen van de monetaire stabiliteit. En Telting was daarvan de architect, zoals hij dat ook in het eerste kabinet-Venetiaan was. Nu, anno 2004, staat hij aan het hoofd van de grootste operatie die de CBvS ooit uitvoerde: het omwisselen van de Surinaamse gulden naar een compleet nieuwe munteenheid, de Surinaamse dollar. Drie nullen werden er geschrapt; nieuw geld ingevoerd. 10.000 Surinaamse gulden is nu hetzelfde als 10 `SRD', de gangbare term voor de nieuwe valuta. ,,Onze operatie'', noemt hij het, met nadruk doelend op de Centrale Bank. ,,De regering heeft besloten de naam te wijzigen in de dollar, wij hebben de drie nullen geschrapt. Voor mij maakte gulden of dollar niets uit. Mij ging het om een werkbare munt, zodat mensen en bedrijven niet meer met astronomische bedragen hoeven te werken. Wat zegt een bedrag van één miljard de mensen nou? Daar worden ze ballorig van, iedereen ontvluchtte de oude gulden die daarop zijn vertrouwen verloor. Dodelijk voor een nationale munt.''

Hij zegt ,,zeer trots'' te zijn op de Surinamers, die ,,bijzonder coöperatief'' aan de monetaire transformatie hebben meegewerkt. Toch zijn op straat ook andere geluiden te horen. De bevolking moppert over de verwarring die is ontstaan omdat tot juni dit jaar de oude gulden- en de nieuwe dollarbiljetten nog door elkaar mogen worden gebruikt. Telting sust: ,,Natuurlijk is het aanpassen voor de mensen, maar het heeft ook een voordeel. Nu kunnen ze rustig wennen. Daarom hebben we prioriteit gegeven aan een geleidelijke invoering. Ik geef toe dat we wat moeilijkheden hebben gehad, ook omdat een aantal coupures niet op tijd was aangeleverd door de Canadese leverancier, maar al met al loopt het naar tevredenheid.''

Fundamenteler is de vraag of de omwisseling geen cosmetische operatie is. Onderliggende macro-economische maatregelen, zoals de broodnodige sanering van de collectieve sector, de aanpak van het zwarte circuit en verhoging van Surinames productiviteit blijven nog uit.

Hij glimlacht, bijna verontschuldigend: ,,Ik ben centraal bankier, geen politicus. Ik ben er voor de monetaire stabiliteit en die hebben we grotendeels gebracht. Onderschat niet voor wat voor klus we staan. Mag ik u de invoering van de euro in herinnering roepen? Dat was een enorme operatie, maar in feite ging het slechts om het inwisselen van het ene geld voor het andere. In Suriname komt daar nog wat bij: winnen van vertrouwen. Voor de euro was dat geen punt, dat vertrouwen was er al vanaf het begin. Maar wij moeten dat met onze dollar helemaal opbouwen. En dat in een land waar de parallelle koers van de informele markt jarenlang tot norm was verheven. Het wekken van dat vertrouwen is het hoofddoel van onze operatie.''

Maar een nieuwe munt is niet per definitie een sterkere munt. Het echte vertrouwen komt toch pas als er meer gebeurt dan het scheppen van monetaire randvoorwaarden?

,,Natuurlijk hoort bij de inspanningen van de monetaire autoriteiten flankerend beleid van de regering. Ik wil niet openlijk oordelen hoe snel of langzaam dat allemaal gaat, maar ik zie positieve punten. Volgens mij is het vertrouwen groeiende, komen er meer investeringen en is het heel wezenlijk dat we momenteel in Suriname werken aan de komst van een Sociaal Economische Raad. Als we afspraken met de sociale partners kunnen maken, is dat erg belangrijk voor een stabiele economische groei. We moeten alles op alles zetten om de inflatoire druk in dit land niet weer uit de hand te laten lopen.''

Bent u als bankpresident wel streng genoeg voor president Venetiaan? Zegt u wel eens tegen hem: ik heb mijn best gedaan, maak jij nou eens vaart met al die noodzakelijke macro-economische maatregelen?

,,Streng? Ik ben héél erg streng!''

Slaat u echt wel eens met uw vuist op tafel?

,,Dat laat ik even binnenskamers. Maar ik praat veel met de president. Mijn eerste taak is om de regering haar grenzen aan te geven. Ze krijgen niet meer geld van ons dan er gegeven kan worden. Iedere dag sturen we de minister van Financiën een overzicht over de monetaire ruimte en that's it. Dat is een trendbreuk, hoor: vroeger doolden de ministers in een monetaire ruimte alsof die grenzeloos was. Die tijd is voorbij. Nu houden we de grens zichtbaar voor de staat. En we hebben drastische maatregelen genomen. De Bankwet is veranderd zodat precies duidelijk wordt tot welk plafond de voorschotten lopen. Overschrijdt de regering dat, dan zijn er sancties mogelijk; voor de minister van Financiën, voor de president, zelfs voor mij als centraal bankier.''

Maar uw monetaire inspanningen zouden meer effect sorteren als de regering meer economische daadkracht zou tonen.

Onverstoorbaar: ,,Meld u zich bij de politiek.''

Telting had het al gezegd: hij is geen politicus. Het liefst profileert hij zich als financiële man die veel afstand houdt van het etnisch gekleurde Surinaamse partijpolitieke moeras, waarin een vriendendienst voor de eigen achterban het vaak wint van het meest verstandige besluit. Dat afstand houden is overigens, zelfs voor de onkreukbaar geachte functie van president van de Centrale Bank, al moeilijk genoeg. Teltings voorganger Henk Goedschalk sloot bijvoorbeeld enkele dubieuze leningen af, zodat de regering-Wijdenbosch kwistig met geld kon strooien. Maar Telting slaagt erin om boven de partijen te blijven staan, zegt ook voorzitter S. Tjong Ahin van de gezaghebbende economenvereniging VES: ,,Juist door het gezag dat hij uitstraalt. De positieve veranderingen die er zijn in de Surinaamse economie, kunnen we vooral op zijn conto schrijven.''

Telting zelf hoedt zich er dus voor politieke uitspraken te doen. Het feit dat hij in het verleden meerdere malen als presidentskandidaat werd genoemd, vindt hij ,,vleiend, maar niet reëel''. En ook na de komende verkiezingen, in 2005, zullen ze vergeefs bij hem aankloppen, verzekert hij. Met gespeeld gevoel voor drama: ,,Ik ben 68, laat mij toch genieten van de nadagen van mijn leven. Ik wil nu eindelijk eens met pensioen en leef daar echt naar toe.'' Het afronden van de invoering van de Surinaamse dollar, het herstellen van het vertrouwen in de munt en een stabiele wisselkoers ziet hij als zijn magnum opus. ,,Als ik straks thuis zit, zal ik wel weer meningen hebben over allerlei politieke kwesties.'' Guitig: ,,Al weet ik geeneens of ik me er dan nog om kan bekommeren.''

Voorlopig is er nog veel werk aan de winkel. Bijvoorbeeld het omvangrijke zwarte geldcircuit, voornamelijk veroorzaakt door het witwassen van enorm veel drugskapitaal. Telting erkent het probleem: ,,In financieel opzicht durf ik te zeggen dat we doen wat we moeten doen. Er is een nieuwe wet Melding Ongebruikelijke Transacties waar veel gebruik van wordt gemaakt. En ik vind het hoopgevend dat er, na de invoering van de dollar, geen nieuwe parallelle koers is ontstaan. Ook de illegale cambio's (wisselkantoren, red.) hanteren nu de officiële koers.''

Maar dat was in de nadagen van de gulden ook al zo. De informele koers wás gewoon de formele koers geworden en die heeft u nu met de komst van de dollar in feite geformaliseerd.

,,U mag de situatie van toen niet vergelijken met nu. De dollar markeert een nieuw begin, een nieuw vertrouwen. Ik geef toe: we hebben ons doel nog niet bereikt, maar we zijn op weg: het volk werkt mee, de chartale situatie is enorm opgeschoond, nu al is er een betere weergave van de monetaire situatie, er is meer transparantie in de wisselmarkt.''

Het ambtenarenapparaat aanpakken stuit op weerstand van Creolen. Maatregelen in de handel kan nadelig zijn voor de Hindoestaanse zakenelite. Hervorming van het onderwijsapparaat treft wellicht een Javaanse minister. Zijn de leiders van dit land eigenlijk wel in staat noodzakelijke impopulaire maatregelen te nemen, óók als die hun eigen achterban treffen?

,,Suriname is complex, maar u mag niet zeggen dat we niet vooruitgaan. Begin dit jaar hadden we stakingen van leraren die meer salaris wilden. De vakbondseisen waren een testcase voor de regering, maar ze hebben hun rug recht gehouden. Als ze die salarisverhoging om de lieve vrede hadden toegestaan, was dat funest geweest voor de invoering van de dollar. Ik verwacht dat de regering deze houding blijft houden, dan verleent ze de belangrijkste bijdrage aan het herstel van het vertrouwen waar ik het steeds maar over heb. We zijn een kleine economie en een importland. We hebben geen enkele invloed op de prijzen die in het buitenland tot stand komen. En dus is het correct beheren van de staatsfinanciën en het beperkt houden van de begrotingstekorten cruciaal.''

Eén ding zit André Telting hoog. Zo hoog dat zelfs hij, de man die zo voorzichtig is met politieke uitspraken, over dit onderwerp geen blad voor de mond neemt. Het gaat over de periode-Wijdenbosch. ,,Vreselijke misstanden'', noemt Telting ze. ,,Oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgelden.'' Hij praat er met bitterheid over. Vertelt hoe hij, bij zijn aantreden in 1994, met veel moeite de Surinaamse gulden redelijk stabiel kreeg. Hoe hij bij het aantreden van Wijdenbosch, in 1996, zich gedwongen zag te vertrekken. En wat voor een puinhoop hij aantrof toen hij in 2000 het pand van de CBvS aan de Waterkant weer betrok. Zelden was er zo onbeschaamd in de staatskas gegraaid. Zelfs het overgrote deel van het goud van de CBvS bleek te zijn verkocht. Leningen waren, onder soms zeer ongunstige omstandigheden voor de staat, op discutabele wijze afgesloten. Bevriende bedrijven en relaties bleken op onwettige wijze gecompenseerd in wisselkoersverliezen. En om twee peperdure bruggen af te betalen was de belangrijkste harde valutabron van het land, de inkomsten uit bauxiet, als onderpand gegeven aan de Nederlandse bouwer Ballast Nedam.

Het staat allemaal keurig gedocumenteerd in het onderzoeksrapport van de commissie-Roseval, die kort na het aantreden van de huidige regering een inventarisatie maakte van de staatsschuld zoals die onder Wijdenbosch was opgebouwd. Maar met de harde conclusies en aanbevelingen uit het rapport is tot op de dag van vandaag nauwelijks iets gedaan. Weliswaar is ex-minister Alibux – voor een relatief klein vergrijp – recentelijk veroordeeld en begint het Surinaamse parlement binnenkort dan eindelijk met verhoren over vermeende persoonlijke verrijkingen van ex-president Wijdenbosch, maar een keur aan zaken uit het rapport-Roseval zijn tot nu toe onbesproken gebleven. ,,Hier komt slapte om de hoek kijken'', vindt Telting. ,,Ik had verwacht dat de regering ferm en correctief bezig zou gaan. Alles snel terugvorderen binnen de kaders van recht en wet. Ik moet constateren dat zo'n actie is uitgebleven. Heel teleurstellend.''

Toch zegt hij de moed nog niet verloren te hebben. De verhoren van Wijdenbosch leveren wellicht nog iets op. En, zo onthult hij, ook de zaken waarvoor zijn voorganger Goedschalk verantwoordelijk was ,,krijgen nog een staartje''. Hoe weet hij dat eigenlijk? Heeft Telting daar zelf nog invloed op uitgeoefend? De bankpresident glimlacht: ,,Wacht u rustig af.''

Dit is het tweede van een reeks artikelen uit Suriname. Het eerste verscheen op 2 april en is na te lezen via www.nrc.nl.