Schalken op bijbaantje

De beste Nederlandse tennisser werkte vandaag op een bijbaantje zonder publiek aan zijn vorm. Op de eerste dag van de kwartfinale in de Davis Cup tegen Spanje stuurde captain Tjerk Bogtstra niet kopman Sjeng Schalken, maar Martin Verkerk en Raemon Sluiter de stierenvechtersarena van Mallorca in tegen de Spaanse gravelspecialisten Carlos Moyá en Juan Carlos Ferrero. De Limburgse nummer veertien van de wereld wordt mogelijk zondag nog ingezet in een enkelspel.

Bogtstra liep al weken rond met de gedachte tegen de Spanjaarden een verrassende zet te doen. In de ogen van de man die in februari 2001 als debuterende coach Sluiter tegen Ferrero liet spelen, is zijn keuze ,,een kwestie van tactiek''. Nu Verkerk kopman is, ontliep hij op dag één van de ontmoeting een confrontatie met Ferrero die hem in de finale van Roland Garros kleineerde.

De Nederlander bewaart wel goede herinneringen aan zijn treffen in Parijs tegen Moyá. Zoals Sluiter tot vanmiddag vaker van Ferrero won dan verloor.

Het pijnlijke van de keus van Bogtstra is dat Schalken van onbetwiste kopman plotsklaps is gedegradeerd tot bankzitter. Als verzachtende omstandigheid kan Bogtstra opvoeren dat de 27-jarige Schalken de afgelopen dagen zelf twijfels heeft geuit over de manier waarop hij de ballen raakt. De tennisser sprak van ,,een technisch mankement'' in zijn spel. Schalken voegde daar cynisch aan toe: ,,Ik was net op tijd niet in vorm.''

De tennisser die in 1996 debuteerde in het Davis-Cupteam kan wegens zijn matige spel in de trainingen leven met Bogtstra's besluit. Schalken: ,,Ik had vraagtekens gezet als Sluiter had gespeeld indien mijn spel wel goed was geweest.'' Maar ook dan had Nederlands beste speler wellicht niet met de vuist op tafel geslagen. Zo zit hij nu eenmaal niet in elkaar.

In de vorige ontmoeting tegen Canada had Schalken zich met tegenzin neergelegd bij de keuze voor gravel. Niet zijn favoriete ondergrond, maar die van Verkerk. Schalken noemde zich ,,gewoon een lid van het team''. Zo nam hij zelf figuurlijk afscheid van de titel kopman; Bogtstra had hem dat predikaat letterlijk al ontnomen.