Ruben van Gogh

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om te helpen de gedachten te bepalen.

Oorlogsliedje

op een zee waar wij geen weet van hebben

varen wij, en komen niets anders tegen

dan van lege flessen lege halzen

zoals er wel eens losse hulzen liggen

op afgelegen plekken waar je

niets of niemand vinden kan

behalve dan van levens witte beenderen

kale knoken als bloemen gebroken

nog voor zij konden bloeien

boem – een blauwe bloem was de kogel

boem – een rode bloem was de dood

en een gemengd boeketje was het bloeden

en wij, wij varen verder op die godvergeten zee

met blauwe losse hulzen en met rode lege halzen

simpelweg bijeengebonden in een drijvend bloemenbed'

Uit: Ruben van Gogh, Zoekmachines (Prometheus, 2002)

Met zijn eerste bundel `De Man van Taal' presenteerde Ruben van Gogh (1967) zich zeven jaar geleden als een podiumdichter die zich ook op papier goed wist te handhaven. `Het bijzondere is niet dat Ruben van Gogh op zo'n gespeeld-naïeve manier traditionele gedichten uit de mouw schudt,' schreef Gerrit Komrij in 1997 in deze krant; `het ware fenomeen is dat een dichter als hij moeiteloos kan worden ingebed in een festival van rap en hiphop.' Sindsdien publiceerde de Groninger drie bundels waarmee hij – net als eerder zijn grote voorbeeld Jacques Prévert – heel bewust het grote publiek zoekt. Meer informatie op www.kb.nl/dichters