Rice: VS zagen gevaar Al-Qaeda

Condoleezza Rice, de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur, heeft president Bush een maand voor de aanslagen van 11 september 2001 gewaarschuwd voor `verdachte activiteit' die zou hebben gewezen op de mogelijkheid van binnenlandse vliegtuigkapingen.

Rice, die dat gisteren heeft verklaard ten overstaan van de speciale commissie van het Congres die onderzoekt of de aanslagen van 11 september 2001 voorkomen hadden kunnen worden, zei ook dat Bush bekend was met het feit dat zeventig onderzoeken gaande waren naar mogelijke terreurcellen op Amerikaanse bodem die in verbinding zouden staan met Al-Qaeda. Desondanks, aldus Rice, beschikte het Witte Huis niet over een `gouden tip' (,,silver bullet'') die de aanslagen had kunnen voorkomen.

De beschuldiging, van onder anderen de voormalige antiterrorismechef Richard Clarke, dat het Witte Huis in de maanden voorafgaand aan 11 september niet doordrongen leek van het gevaar van de terreurgroep Al-Qaeda, werd door Rice van de hand gewezen. In haar beheerste en zorgvuldig gebrachte betoog voor de commissie zei Rice dat president Bush zich bewust was van ,,de dreiging en het belang''. Ook zei Rice dat Bush direct na zijn aantreden als president uit was op een ,,krachtiger aanpak'' van Al-Qaeda. ,,Hij maakte duidelijk aan mij dat hij Al-Qaeda niet wilde beantwoorden met af en toe een aanval. Hij zei dat hij genoeg had van `vliegen meppen'.''

Opmerkelijk was ook de bekentenis van Rice dat het Witte Huis een maand voor de aanslagen, in augustus 2001, op verzoek van Bush een speciale inlichtingenpresentatie kreeg die de titel droeg: `Bin Laden vast van plan binnen de Verenigde Staten aan te vallen'. Hoewel de inhoud nog niet is vrijgegeven voegde Rice daar wel aan toe dat het bewuste rapport weinig nieuws bevatte en dat uit niets kon worden opgemaakt wat er stond te gebeuren.

Naar het optreden van Rice voor de commissie werd door velen uitgekeken, vooral omdat het Witte Huis haar getuigenis op principiële gronden probeerde tegen te houden. Pas na grote publieke druk gaf Bush zijn toestemming.

Behalve Rice werd gisteren ook de voormalige president Clinton aan de tand gevoeld. Dat gebeurde achter gesloten deuren. Volgens commissieleden achteraf had Clinton zich in een drie uur durende sessie zeer bereidwillig getoond. Over de inhoud van zijn verhoor wilde de commissie geen uitspraken doen.

Rice besteedde tijdens haar betoog veel aandacht aan de ,,systeemgebreken'' die zij vlak na haar aantreden had proberen op te lossen. De regering-Bush zou het probleem van terreur veel structureler hebben willen aanpakken dan de regering van president Clinton.

Verontschuldigingen jegens de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen, zoals Richard Clarke twee weken geleden nog deed, maakte Rice niet. Wel zei ze dat ze ,,woede en verdriet'' voelde toen ze op die noodlottige dag van het nieuws op de hoogte werd gebracht.