Politiek correct

Er waart een spook door de Nederlandse samenleving, het spook van de politieke correctheid. Zegt men. En hoewel het zonder twijfel achterlijk is om in spoken te geloven, zijn er toch veel mensen die dat doen. Men ziet het spook van de politieke correctheid overal. Het is een lastig spook. Het heeft volgens de vele `ghost busters' die dit land inmiddels kent, enorme krachten. Het spook trekt overal aan de touwtjes. Het neemt mensen in bezit, hele krantenredacties heeft het in zijn macht. Als iemand zegt dat zij zich niet druk maakt om de hedendaagse populariteit van het een of andere modeaccessoire (een hoofddoekje) dan komt dat door dat spook. Als iemand beweert dat hij zich best nog wel thuis voelt in Nederland ook al wonen daar mensen die van elders komen, dan kun je er wel zeker van zijn dat het spook daar achter zit. Dat ik eenmaal per twee weken op deze pagina mag schrijven, tja, daar heeft dat spook vast ook de hand in gehad. Fokke en Sukke op 1 april zogenaamd weg van de Achterpagina van deze krant? Een waakzame lezer had het meteen door. Dat was natuurlijk omdat de stripfiguurtjes niet politiek correct genoeg waren. Als je de spokenjagers mag geloven is alles en iedereen, het hele establishment, de media, de wetenschap en de politiek, door en door politiek correct. Onlangs gaf VVD-Kamerlid Geert Wilders nog te kennen dat hij `last' heeft van de politiek correcte houding van het merendeel van het journaille. Nou, dan moet het echt wel erg zijn. Zo'n gezonde liberale Hollandse jongen neemt heus niet voor zijn plezier de potsierlijke rol van het zeurderige piepkeuken Calimero met zijn eeuwige `zij zijn groot en ik is klein en dat is niet eerlijk' aan.

Maar wat is `politiek correct'? Als je het bent of door anderen als zodanig wordt aangeduid, is dat nooit een aanbeveling. Niemand wil politiek correct genoemd worden. Veel mensen dekken zich dan ook het liefst in door hun commentaar op gevoelige actuele onderwerpen te beginnen met de aankondiging dat zij niet politiek correct zijn. Bijvoorbeeld: Ik ben helemaal niet politiek correct, maar ik vind toch dat niet alles aan de multiculturele samenleving slecht is. Als iemand zoiets zegt, wil hij eigenlijk duidelijk maken dat hij er een weloverwogen, zelfstandige mening op nahoudt die heus niet is voorgekauwd door `de linkse kerk'. Met de uitspraak `Marokkaanse probleemjongeren' gevolgd door een besmuikt `om het maar eens politiek correct te zeggen' geeft iemand aan dat hij ervan op de hoogte is dat de geëigende term `kutmarokkanen' of `geitenneukers' is, maar dat hij zich juist expres van een politiek correcte term bedient om het absurd tolerante klimaat in de Nederlandse samenleving op ironische wijze aan de kaak te stellen.

Political correctness is, stelt publiciste Cheshire Calhoun in een helder historisch overzicht, een term die vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten vooral binnen de universitaire wereld opgang maakte. Het was de naam die door voor- en tegenstanders gegeven werd aan de pogingen om in het curriculum een belangrijke plaats in te ruimen voor vrouwenstudies, etnische studies en niet-westerse gezichtspunten en om het wetenschappelijk personeel een afspiegeling te laten zijn van de bevolking. Political correctness hield ook in dat aan gerenommeerde universiteiten moeite werd gedaan om seksistisch, racistisch en discriminerend taalgebruik (hate speech) van studenten en medewerkers op de campussen te verbieden. In 1991 was dat voor de toenmalige president George Bush aanleiding om de universiteiten te waarschuwen voor de gevaren van een dergelijk beleid. Een fel debat over political correctness, ook wel aangeduid als the culture wars, was toen al in de opinietijdschriften losgebarsten. Het duurde niet lang of de termen political correctness en politically correct, werden ook buiten de universiteiten gemeengoed. Uitgangspunt van het toenmalige politiek correcte gedachtegoed was dat taal mede vorm geeft aan de wijze waarop mensen denken en handelen. Als je bijvoorbeeld consequent spreekt over nigger of roetmop, zou dat de discriminatie van zwarten in stand houden en zelfs bevorderen. Daarbij verwees men niet zelden naar het antisemitische vertoog dat de holocaust had vergezeld en het racistische vertoog waarmee de slavernij werd gelegitimeerd. Woorden zouden een onderdrukkende en stigmatiserende werking hebben. Er werd dan ook ten zeerste aan getwijfeld of men vrouwelijke collega's op de werkvloer wel mocht aanduiden of aanspreken als gleufdieren of teven. Het debat over political correctness draait om de vraag waar de persoonlijke en academische vrijheid, de vrijheid om je uit te drukken zoals je wilt en nodig acht, ophoudt en de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en bedrijven ten opzichte van minderheden en achtergestelde groepen begint. In de hedendaagse Nederlandse paniek over het zogenaamde complot der politiek correcte journalisten, wetenschappers en politici, lijkt bijna niemand in staat die vraag op een zinnige manier te kunnen of te willen beantwoorden. Politiek correct is louter een scheldwoord geworden, een diskwalificerende term voor iedereen die het niet eens is met de mensen die zichzelf bij wijze van geuzennaam politiek incorrect noemen. In zijn nieuwjaarstoespraak gaf commissaris van de koningin Hans Alders aan niet helemaal meer te begrijpen of tegenwoordig politiek correct nu fout is en politiek incorrect dus goed! Hij wenste zijn publiek toe dat daarover in 2004 eindelijk opheldering zou komen. Die is er inmiddels.

Politiek correct wordt tegenwoordig inderdaad, zoals Alders waarschijnlijk al vermoedde, als synoniem gebruikt voor `fout' en daarmee voor censuur, voor het denken in termen van slachtofferschap, voor vermeende bevoordeling van middelmatig presterende minderheden en vrouwen, voor alles wat er mis is met links. Als je op politiek, persoonlijk of maatschappelijk gebied niet hebt bereikt wat je wilde bereiken, als anderen een positie bekleden die jij had willen bekleden, dan zeg je gewoon: `Dat komt door die elitaire politiek correcte kliek die overal de dienst uit maakt.' Zo kom je tenminste nog over als een onbegrepen verlichte man of vrouw van het volk, slachtoffer van een welhaast dictatoriaal regime en vechter voor de vrijheid van meningsuiting. In plaats van als de rancuneuze, gefrustreerde karikatuur van een liberaal die je werkelijk bent.