Pas op voor de man in de kelder

Joke van Leeuwen lezen is verbaasd worden. Talrijk zijn de absurde maar doordachte uitweidingen, de zijlijnen, de associaties in beelden, woorden en klanken in haar boeken. Alles gaat altijd net iets anders dan verwacht, voor een lezer van tien, maar ook voor iedereen die ouder is. Zij is een van de meest onnavolgbare en onvoorspelbare schrijvers van het Nederlandse taalgebied. Haar ideeenrijkdom is verbluffend, het schijnbare gemak waarmee ze lijkt te zwalken, maar tegelijkertijd trefzeker stuurt, is dat doorgaans ook.

Maar haar nieuwste boek, Slopie, stelt teleur. De verhaallijn en de thematiek die onder de kolder liggen zijn ditmaal te dun en te weinig dwingend. Vermakelijk is het boek zeker, maar er beklijft weinig. De dosering van de vele bijgedachten klopt niet, het is te veel, te uitgesponnen, het laat de lezer weinig ruimte er zelf nog iets bij te bedenken. Dat hindert de vaart, maar ook de emotie.

Slopie is een meisje met een vader die sloper is en een moeder die een rommelwinkeltje drijft in de kelder. Aardige ouders zijn het, ze kijken weliswaar veel televisie, maar ze hebben toch oog en oor voor hun enig kind. Als de vader een oud theater afbreekt, schiet er behalve kostuums en toneelteksten ook een mens over. De voormalige souffleur van het theater, door Van Leeuwen aangeduid als `de voorzegger' duikt op in de kelder te midden van de andere geruimde spullen. Hij begint Slopie te chanteren. Zolang zij zich, om te beginnen voor een spreekbeurt op school, door hem laat influisteren, valt hij haar vader niet aan. Het is benauwend te lezen hoe het meisje zich in bochten wringt om haar vader te redden, maar interne logica ontbreekt. Waarom vertelt het meisje niet over de voorzegger aan haar ouders?

Van Leeuwen kan veel maken. Een kind dat in een bakfiets woont en rijk wil worden (Het verhaal van Bobbel, 1988), een meisje met vleugels in plaats van armen (Iep!, 1996), een wezentje dat uit zijn verhaal valt en de weg niet terug kan vinden (Kweenie, 2003), hoe hoogst ongebruikelijk ook, geloofwaardig bleef het. Maar Slopie wringt. Grote en kleine vragen dringen zich op. Van Leeuwen werpt problemen op die ze net zo makkelijk weer uit de weg ruimt: een bezorgde juf komt met de ouders over hun dochter praten, maar wordt al gauw overspannen verklaard.

Het slot van het boek is een anticlimax. Het meisje is, door haar als fabelachtig veronderstelde geheugen, intussen opgeklommen tot nationale beroemdheid. Ze is de jongste deelnemer aller tijden aan de televisiequiz `Miljoenenpoen'. Even is het boek spannend, want bij de laatste vraag is de voorzegger verdwenen en moet Slopie zelf het antwoord bedenken. Maar daarna loopt het griezelige oude mannetje zomaar patsboem onder een auto. Probleem opgelost.

Het boek had er bij gewonnen als het bestaan van de voorzegger een mysterie was gebleven. Want echt spannend zou de vraag zijn of hij `echt' is, of dat Slopie hem zelf verzonnen heeft. Bijvoorbeeld door bij het kind al aanwezige zorgen over de precieze inhoud van haar vaders vak, het vernietigen van het verleden. De loutering die ze aan het slot doormaakt, door ineens een antwoord, bijna goed, zelf te geven, biedt ruimte voor een verder voerende conclusie dan die het boek heeft gekregen. Het meisje had de voorzegger, het spook uit haar dromen, zelf kunnen overwinnen. Of niet. Of een beetje.

Van Leeuwen heeft nagelaten te spelen met de mogelijkheden van haar verhaal op een dieper niveau dan de karakteristieke en ja, opnieuw meesterlijke grappen en grollen die ze altijd maakt. Ze werpt vragen op die ze teleurstellend eenduidig beantwoordt en geeft veelomvattende antwoorden waar ze niet nodig zijn. Slopie is een angstig maar al te vrijblijvend avontuurtje, aan het eind is iedereen weer precies wie hij al was.

Joke van Leeuwen: Slopie. Querido. 168 blz. Vanaf 10 jaar. €12,50