`Ministerssalaris moet omhoog'

Het salaris van ministers moet met 30 procent stijgen tot zo'n 144.000 euro per jaar. Het maandsalaris van een minister gaat dan omhoog van ongeveer 9.500 euro per maand nu naar 12.000 euro per maand.

Dit adviseert de commissie die, onder leiding van oud-minister Dijkstal, de beloning en de rechtspositie van ambtelijke en politieke topstructuur heeft onderzocht. Het rapport van de commissie wordt dinsdag aangeboden aan minister Remkes (Binnnenlandse Zaken).

Remkes verzocht Dijkstal de verhouding tussen het inkomen van een minister en het salaris van topambtenaren tegen het licht te houden en, indien nodig, met voorstellen te komen daar wat aan te doen. Nu verdienen veel topambtenaren meer dan hun minister, hetgeen door de Tweede Kamer en het kabinet als onwenselijk wordt beschouwd.

De commissie-Dijkstal onderschrijft dit en stelt voor dat het streven moet zijn dat ambtenaren minder verdienen dan hun minister. Een verlaging van de ambtenarensalarissen ligt niet voor de hand, omdat ambtenaren dan in problemen zouden kunnen komen met bijvoorbeeld de financiering van hun huis.

Minister Zalm (Financiën) bevestigde gisteren de voorstellen van Dijkstal, maar zei direct dat het ,,nu niet de tijd is om ministerssalarissen met 30 procent te verhogen''. Het kabinet, dat dit jaar voor elf miljard bezuinigt en volgende week voor 2,7 miljard aan extra maatregelen zal aankondigen, heeft voor 2004 en volgend jaar juist met de sociale partners afgesproken de lonen te bevriezen, zodat voor velen geen sprake is van koopkrachtstijging. ,,Het is tijd voor een pas op de plaats. Ook voor ministers'', aldus Zalm.

De politiek praat al jaren over de salarissen van topambtenaren en bewindslieden. Veelal gebeurt dit naar aanleiding van loonstijgingen in de publieke of semi-publieke sector, zoals laatstelijk de verhoging van het salaris van de directeur van de Pensioen en Verzekeringskamer.

Dijkstal zal dinsdag ook rapporteren over de salarissen van andere bestuurders, zoals staatssecretarissen, Kamerleden, commissarissen van de koningin en regionale bestuurders.