Loftuitingen in tweede instantie

De Tweede Kamer beloont de commissie-Blok met een `motie van waardering'. De analyse van dertig jaar integratiebeleid biedt voldoende bouwstenen voor het toekomstige debat met de regering.

Een ,,ministeriabele performance'' noemde D66-fractieleider Dittrich gisteren het optreden van Kamerlid Stef Blok (VVD). Blok verdedigde in de Tweede Kamer het onderzoeksrapport over dertig jaar integratiebeleid dat hij als voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie had geschreven. Met verve, solide en krachtig deed hij dat, vonden de andere woordvoerders behalve GroenLinks-leider Halsema geen van allen fractieleider.

Ook inhoudelijk was er lof voor de commissie-Blok. De hele Kamer, van CDA en VVD tot SP en de groep-Lazrak, ondertekende een soort `motie van waardering', een parlementaire bijzonderheid. Daarin stond, behalve dat de commissie waardering verdiende, dat het eindrapport Bruggen Bouwen ,,voldoende basis biedt voor een nadere gedachtenwisseling met het kabinet''.

Deze plechtige erkenning betekende eerherstel voor de commissie-Blok. In januari werd haar rapport bij publicatie ongewoon fel verguisd. Vooral de conclusie dat de integratie van veel allochtonen ,,geheel of gedeeltelijk geslaagd'' is, werd door CDA, VVD, LPF, SP gezien als faliekante miskenning van de problemen met de multiculturele samenleving. De aanbevelingen werden veroordeeld als vaag en te vrijblijvend.

Gisteren gaf Blok weerwoord. Het is waar, zei hij, dat de aanbevelingen in het rapport soms ,,vaag zijn, zoekend naar de juiste richting''. Maar dat was het gevolg van de consensus die de commissieleden van zes politieke partijen moesten vinden. Ondertussen, betoogde Blok, had de commissie zelfs méér bereikt dan het `aanreiken van bouwstenen voor nieuw beleid', zoals de opdracht was. Er was ,,een enorme gedachtestroom op gang gekomen''. De commissie heeft ,,de aanzet gegegeven tot een kritische zelfanalyse van politieke partijen''. Vrijwel alle partijen hebben inmiddels nieuwe ideeën over integratie en immigratie geformuleerd. ,,Veel van die ideeën'', meent Blok, ,,vertonen overeenkomsten met de aanbevelingen van mijn commissie.''

De fractiewoordvoerders waren minder royaal. PvdA, CDA, VVD, LPF en SP bleven de aanbevelingen te vrijblijvend en te weinig concreet vinden. De VVD claimde de politieke `gedachtestroom' zelf meer op gang te hebben gebracht dan de commissie. Belangrijke kwesties bleven bij `Blok' onderbelicht, zoals de hoge criminaliteit onder allochtonen en het groeiend religieus fundamentalisme. Maar toch: alle fracties hadden ,,voldoende bouwstenen'' van de commissie gekregen om over enkele weken het integratiedebat met de regering te kunnen voeren.

Een ander `vuiltje' dat gisteren moest worden weggewerkt, was de discussie over de werkwijze van de commissie. VVD, LPF en ex-commissielid Lazrak bekritiseerden de keuze voor het Utrechtse Verweij-Jonkerinstituut voor het bronnenonderzoek voor de commissie. Lazrak, toen lid van de SP-fractie, nu onafhankelijk Kamerlid, stapte uit de commissie omdat dit instituut te verweven zou zijn met het beleid. ,,Écht onafhankelijk is geen enkele deskundige'', zei Blok gisteren. Het vertrek van Lazrak noemde hij ,,verwerpelijk''. ,,Je stapt niet uit een parlementaire commissie''.

Naar verwachting binnen twee weken komt het kabinet met eigen plannen voor integratiebeleid. Blok weigerde, zoals fractievoorzitter Halsema (GroenLinks) en Dittrich (D66) wilden, een oordeel te geven over de integratieplannen in het regeerakkoord. ,,U kunt niet van mij verwachten dat ik een soort Kema-keur op dit plan ga plakken''. Blok, die pleit voor een ,,precieze'' discussie over maatregelen en meer aandacht voor de discriminatie van allochtonen, riep de Kamer wel op snel de meerderheden te verzilveren, zoals over inburgering in het land van herkomst, regioplannen voor sociale woningbouw en beperking van het aantal arbeids- en huwelijksmigranten, die bovendien toelating tot de sociale zekerheid moeten gaan verdienen.

Opvallend waren gisteren de scherpe debatten tussen de coalitiegenoten CDA en VVD over de rol van religie. De VVD wil die zoveel mogelijk beperken, ook in het onderwijs, terwijl het CDA vindt dat religie als `groepsidentiteit' juist belangrijk is voor integratie. Kamerlid Hirsi Ali (VVD) betichtte het CDA en de ChristenUnie gisteren in haar column in het Algemeen Dagblad van een politiek van ,,apartheid op scholen''. Onder druk van CDA en ChristenUnie nam ze het woord terug (ze bedoelde ,,verzuiling'') maar niet haar analyse. En zo betoogde de VVD gisteren in de Kamer, bij monde van haar integratiewoordvoerder, dat CDA en ChristenUnie op scholen segregatie bevorderen naar ras, geloof en inkomen. Búiten de Kamer nam CDA-woordvoerder integratie Sterk er genoegen mee dat VVD-fractieleider Jozias van Aartsen daarvan afstand nam. Hirsi Ali heeft voor het CDA ,,haar geloofwaardigheid verloren''. De ChristenUnie neemt Hirsi Ali haar ,,onjuiste'' kwalificaties ,,kwalijk''.