Knagen aan de vrijheid

China heeft deze week zijn greep op Hongkong vergroot. De bevolking van de voormalige Britse kroonkolonie raakt steeds minder gecharmeerd van het `nieuwe vaderland'.

Meneer Bi Xumin heeft heel vriendelijke ogen en heel vuile handen en voeten. Hij verwaarloost zichzelf sinds zijn vrouw al jaren geleden is overleden. Zijn enige zoon is naar Canada geëmigreerd, en zo is hij moederziel alleen in Hongkong overgebleven.

Gelukkig heeft hij nog wel een huis: hij woont in een flat op het kleine Hongkongse eiland Ap Lei Chau, waar veel hoge, eenvormige torenflats met daarin piepkleine sociale woningen staan. Bi hangt net als veel andere oudere, werkloze of invalide bewoners van de flats de hele dag rond op een pleintje tussen de dicht op elkaar gebouwde woontorens.

Hij woont al sinds 1949 in Hongkong. Hij kreeg er werk als politieman, nadat hij in 1949 als 21-jarige uit de Noord-Chinese provincie Shandong moest vluchten omdat zijn ouders door de communisten als grootgrondbezitters werden aangemerkt.

Bi is net als veel andere Hongkongnezen steeds minder enthousiast over de Chinese leiders in Peking en over de door Peking aangestelde hoogste leider van Hongkong, Chief Executive Tung Chee-hwa. ,,Sinds China hier de macht heeft overgenomen, is het allemaal veel slechter geworden. We raken onze vrijheid kwijt. China is een dictatuur, maar ik ben voor democratie'', zegt Bi.

Maar Peking is niet bereid om aan meneer Bi's wens voor meer democratie tegemoet te komen. Op 1 juli vorig jaar gingen er ruim een half miljoen mensen de straat op om tegen een wetsvoorstel te demonstreren dat de burgerlijke vrijheden in Hongkong dreigde in te perken. De protesten leidden ertoe dat Hongkong het wetsvoorstel introk, en even leek het ernaar dat Hongkong misschien toch de weg van meer democratie zou mogen opgaan van Peking.

Tot eind februari. Toen bracht China prominent oude uitspraken van de voormalige Chinese leider Deng Xiaoping naar voren, die heeft gesteld dat Hongkong na de soevereiniteitsoverdracht aan China in 1997 door `patriotten' geregeerd moet worden. Ook met het oprakelen van die uitspraken geeft Peking aan dat het vermoedelijk niet zal toestaan dat er in Hongkong een volledig democratisch systeem komt, waarbij alle volksvertegenwoordigers en ook de hoogste leider van Hongkong rechtstreeks door de bevolking worden gekozen.

Het recente besluit van Peking over het verplichte voorleggen van voorstellen tot meer democratie aan Peking bevestigt die indruk sterk, hoewel het in theorie nog steeds mogelijk blijft dat Peking dergelijke voorstellen wel goed zal keuren.

De kans is daarmee levensgroot aanwezig dat het idee van `een land, twee systemen', dat een garantie heet te zijn op een hoge mate van autonomie, op een wezenlijk onderdeel gaat falen: Hongkong heeft en krijgt zeer waarschijnlijk ook op den duur geen werkelijk zelfbestuur. Integendeel, Peking trekt de touwtjes op cruciale punten juist steeds steviger aan.

Eén effect van het vasthouden van China aan zijn primaat op de macht in Hongkong is dat ook de gewone man erdoor gepolitiseerd is geraakt. ,,Onder de Britten was niemand geïnteresseerd in democratie. We hielden ons alleen bezig met geld verdienen, en niet met politiek'', zegt Huang, die in 1953 in de Volksrepubliek is geboren. In 1965, kort voor de culturele revolutie, wist hij als twaalfjarige jongen China te ontvluchten om zich bij zijn vader in Hongkong te voegen.

,,Het is op zich goed dat we weer bij China horen, we zijn tenslotte Chinezen, maar het zou wel heel prettig zijn om meer democratie te hebben'', vervolgt Huang, die een winkeltje in offergoederen runt voor de doden en de goden op de begane grond van een van de overheidsflats. Hij is voelbaar bang om met een journalist te praten, en hij durft pas iets te zeggen als hij zeker weet dat het stuk niet in een Chinese krant zal verschijnen. ,,Hongkong is nu veel vrijer dan China. Daarom zijn we juist zo bang voor de Chinese politiek. Straks raken we onze vrijheid hier gewoon kwijt.''

Maar er groeit inmiddels ook een nieuwe generatie op, die op school anders les lijken te krijgen dan tot 1997 onder Brits bestuur gebruikelijk was. De elfjarige vriendinnetjes Chung Ka Man en Chau Ken Ching, die in de pauze in hun Britse schooluniformen een blikje fris staan te drinken, praten in precies dezelfde slogans als hun leeftijdsgenootjes in China. ,,We houden van China, want dat is ons vaderland, en we houden van de Chinese regering'', zeggen ze in koor. Waarom? ,,Nou gewoon, China is ons land''. Zegt Chau. ,,Hongkong is een democratie, en het is er nu niet anders dan onder de Britse regering'', weet ze heel zeker.

De oudere mannen op het pleintje waar Bi rondhangt moeten lachen om zoveel naïveteit. Op de vraag of de huidige hoogste leider van Hongkong erin zal slagen om de machthebbers in Peking over te halen tot het invoeren van meer democratie in Hongkong, barsten alle mannen in een schamper lachen uit.