Kleine partners onder grote druk

Een golf van geweld trof deze week de troepen van de door de Amerikanen en de Britten geleide coalitie in Irak. Wat is het effect in de hoofdsteden van de `kleinere' coalitiepartners?

Het geweld in Irak heeft de bondgenoten in de coalitie niet op andere gedachten gebracht: een aftocht wordt niet overwogen. Nog niet. Maar hier en daar is de oppositie wat duidelijker voor een vertrek uit Irak gaan pleiten.

In Italië (3.068 man in Irak) wordt niet aan vertrekken gedacht. Premier Berlusconi: ,,Er kan geen sprake zijn van een vlucht uit Irak. We houden ons aan de afspraak en voldoen aan onze verplichtingen. Nu weggaan is een teken van zwakte en dat maakt zeker geen indruk op terroristen.'' Binnenskamers worstelt Berlusconi wel met het probleem dat een meerderheid van de Italianen voor terugtrekking is – 53 procent volgens een peiling van gisteren. Hij is bang dat dit zijn partij stemmen zal kosten bij de Europese en lokale verkiezingen van dit jaar. De oppositie is het er over eens dat de regering ,,Italië in een val heeft laten lopen, waardoor het land nu in oorlog is'', maar is verdeeld over de vraag wat te doen: pleiten voor een vertrek of pleiten voor een grotere rol van de VN.

In Spanje (1.300 man in Irak) groeit de bezorgdheid, zeker nadat drie Spanjaarden bij een treffen in Diwaniya gewond raakten. De toegenomen spanningen leidden vorig weekeinde tot een aanval van shi'ieten op de Spaanse basis, waarbij de Spanjaarden twintig mannen doodschoten. De Spaanse bevolking was reeds vanaf het begin in ruime meerderheid tegen de oorlog in Irak. De druk om de troepen terug te trekken neemt nu nog toe. De komende socialistische premier Rodríguez Zapatero heeft onderstreept dat zijn regering de verkiezingsbelofte zal nakomen om de troepen terug te trekken als er voor 30 juni geen duidelijk mandaat van de VN in Irak ligt.

Portugal (128 man in Irak) ziet geen aanleiding zijn manschappen terug te halen, hoewel zondag drie Portugezen gewond raakten bij een aanval in Nassiriyah. Een aftocht zou ,,rampzalig en onverantwoordelijk'' zijn, aldus de regering.

In Australië (850 man in Irak) is de inzet in Irak een punt in de campagne voor de verkiezingen van later dit jaar. ,,Onze troepen voor de kerst terug uit Irak'', is de leus van de kersverse oppositieleider Mark Latham, favoriet om de conservatieve premier John Howard op te volgen. Er gloort echter hoop voor Howard. Veel Australiërs zijn niet bereid van een onaffe klus in Irak weg te lopen. Howard vindt dat een aftocht de Australische reputatie zou verminderen: ,,Het is niet de Australian way om weg te rennen.''. Die opvatting blijkt ook te resoneren onder de bevolking. Twee van de drie Australiërs zouden volgens een peiling vinden dat Australië zijn troepen niet moet terugtrekken. Waarnemers denken dat Latham zijn hand heeft overspeeld.

In El Salvador (380 man in Irak) – dat zondag in Najaf een soldaat verloor – heeft president Francisco Flores gezegd zijn landgenoten in Irak te houden. De in maart gekozen nieuwe president, de pro-Amerikaanse Elías Antonio Saca, gaat begin juni aan de slag. Hij zegt dat de vraag over de Salvadoraanse aanwezigheid in Irak het eerste dossier is dat hij gaat aanpakken. De oppositie eist de onmiddellijke terugtrekking van de Salvadoranen.

De reacties in Oost-Europa – zestien van de 32 contingenten van bondgenoten van de VS en Groot-Brittannië komen uit Oost-Europa – zijn afhankelijk van de vraag hoe dicht die contingenten bij het vuur zitten. In landen als Roemenië, Macedonië, Albanië, de Baltische landen en Tsjechië is de opwinding nauwelijks gestegen. ,,Dit zijn maar aanvallen, dit is geen burgeroorlog'', zei de Litouwse minister van Defensie.

Maar in Oekraïne (1.600 man in Irak) en Bulgarije zijn – zoals een Oekraïense oppositieleider het uitdrukte – ,,alle alarmbellen gaan rinkelen''. De Oekraïeners gaven woensdag de stad Kut prijs aan de strijders van Muqtada al-Sadr, na gevechten die een Oekraïener het leven kostten. In Kiev wordt dat niet gezien als een nederlaag, want de Oekraïeners in Kut zijn geen strijdtroepen maar patrouilleren en bewaken de brug over de Tigris en het vliegveld en zijn navenant licht bewapend – tanks hebben ze niet. ,,Het was niet onze taak de stad te verdedigen.''

De alarmbellen rinkelen er niet minder hard om. De oppositionele communisten eisen de onmiddellijke aftocht van de troepen, ,,omdat dit geen vredesoperatie is, maar een burgeroorlog''. Partijleider Pjotr Simonenko: ,,Elk moment is kostbaar, omdat er Oekraïeners sterven. In het strategisch belang van de VS worden onze zonen tot kanonnenvoer gemaakt.'' De regering echter wil van een aftocht niets weten: dat zou ,,de terroristen in de kaart spelen''.

Bulgarije (470 man in Irak) werd woensdag in Kerbala aangevallen; er viel één gewonde. De aanvallen leidden in Sofia tot overleg op het hoogste niveau, waaraan ook de Amerikaanse en Britse ambassadeurs deelnamen. Van een aftocht uit Irak wil Sofia officieel niets weten, want ,,we zijn in Kerbala niet op verzoek van de shi'ieten, en zij bepalen niet wanneer we weggaan'', aldus gisteren de Bulgaarse oppositieleider. Minister van Defensie Nikolaj Svinarov liet echter tussen de regels door weten dat wel heel voorzichtig aan een aftocht wordt gedacht: ,,Die moet dertig dagen tevoren worden aangemeld'', zo zei hij. En elke Bulgaar in Irak die naar huis wil, gaat naar huis, want de inzet gebeurt op basis van vrijwilligheid. De Amerikanen hebben intussen op Bulgaars verzoek 120 man naar Kerbala gestuurd om de Bulgaren te helpen.

Hongarije (300 man in Irak) is bezorgd. De oppositie drong de afgelopen dagen aan op het betrekken van de NAVO in het conflict. Minister Ferenc Juhász van Defensie zei dat het ,,zeer goed zou uitkomen'' als de VN een nieuwe resolutie over Irak zouden aannemen om de weg vrij te maken voor deelname van meer landen aan de coalitie. En het zou de huidige deelnemers meer ,,legitimiteit'' geven.

In Polen (2.400 man in Irak) en doelwit van aanvallen in Kerbala) en Slowakije (105 man in Irak) is weinig debat over Irak. Polen is in de ban van de eigen politieke crisis, Slowakije van stormachtig verlopende presidentsverkiezingen. De Poolse premier, Leszek Miller, erkende woensdag bezorgd te zijn. ,,Als de situatie in Irak instabiel wordt en mensen dramatische beelden zien zal de druk om terug te trekken groter worden'', zei hij. Maar Polen laat de coalitie niet in de steek: ,,Polen heeft toezeggingen gedaan en die moeten worden uitgevoerd.'' Hij zei wel toe dat Polen niet in staat is om meer soldaten te sturen. ,,We zitten aan het maximum van onze mogelijkheden.'' Polen heeft tot nu toe twee soldaten in Irak verloren. Volgens de jongste peiling is de bevolking verdeeld over de deelname van Polen in Irak. Tot voor kort was nog een ruime meerderheid tegen. Sinds de aanslagen in Madrid zijn de voorstanders van deelname gegroeid. Nu terugtrekken staat volgens veel Polen gelijk aan toegeven aan terroristen. Ook de Poolse media zijn sterk verdeeld.

Thailand (443 man in Irak) laat verlenging van de Thaise aanwezigheid afhangen van de veiligheidssituatie. Het ministerie van Defensie suggereerde vorige week dat mogelijk eerder een einde zal komen aan de Thaise bijdrage wanneer het aanhoudend onveilig blijft in Irak. ,,We moeten blijven kijken naar de omstandigheden en bezien of troepen uit andere landen zich terugtrekken.'' Singapore heeft de laatste 31 van zijn tweehonderd militairen deze week teruggehaald, naar verluidt omdat zij hun missie hebben voltooid. De vraag of er een vervolg moet komen speelt amper en sommige waarnemers gaan ervan uit dat Singapore zich voorgoed terugtrekt uit het conflict.

Het geweld bewoog gisteren nog de regering van Kazachstan (27 man in Irak) het vertrek van haar contingent aan te kondigen. Het moest eigenlijk tot 30 mei blijven, maar ,,de missie is voltooid en het is tijd deze hot spot te verlaten'', zoals Khabar TV meldde. Wegens ,,de verslechtering van de situatie'' wil Kazachstan ook geen nieuw contingent sturen. Vandaag echter meldde de regering dat het contingent in Irak blijft ,,als er geen slachtoffers vallen'' en in dat geval na 30 mei ook wordt opgevolgd door een nieuw contingent. Intussen mogen de militairen hun kamp niet uit.

De niet erg democratische regering van Azerbajdzjan (150 man in Irak) liet gisteren weten een probleem te hebben: zij heeft al sinds dinsdag geen contact meer met haar militairen in de Iraakse stad Ramadi, en ze weet niet of dat contingent is aangevallen en of er slachtoffers zijn. Kennelijk ter geruststelling van de bevolking werd wel aangetekend dat de Azeri in Irak een grote rol spelen bij ,,het afwenden van aanvallen op de Amerikanen'' en dat het contact met de lokale bevolking goed is, want Azeri zijn, net als de Irakezen, moslims. ,,Verliezen zijn helaas mogelijk, maar de Amerikanen lijden elke dag verliezen.''