Japan wil geen slappe knieën

Alleen de moeder van een van de gegijzelde Japanners bepleit terugtrekking van de troepen uit Irak, zoals hun Iraakse ontvoerders eisen.

Zwijgend wacht Japan af hoe de gijzeling van drie Japanse burgers in Irak afloopt. Zullen de ontvoerders hun dreigement uitvoeren en hen levend verbranden als de regering de 550 Japanse militairen niet uit Irak weghaalt?

Een van de weinigen die vandaag durven te zeggen dat de regering dat inderdaad moet doen, is de moeder van een van de gijzelaars, de 18-jarige Noriaki Imai. Voordat ze door minister Yoriko Kawaguchi (Buitenlandse Zaken) werd ontvangen, zei ze dat ,,het leger zo snel mogelijk uit Irak moet worden teruggetrokken''. Geen enkele krant in Japan durft eenzelfde uitspraak te doen. Niemand wil worden beschuldigd van slappe knieën.

De enkele boeddhistische monniken die opnieuw voor het parlement demonstreerden, doen dat al maanden. Zo'n 600 andere demonstranten eisten vandaag ook de onmiddellijke terugtrekking van de Japanse troepen.

Wellicht speelt een rol bij de relatieve rust op straat dat de meest schokkende beelden van de gegijzelden in Japan niet op televisie zijn vertoond. De hele wereld heeft kunnen zien hoe de ontvoerders een van hun doodsbange slachtoffers een mes op de keel zetten. Alleen de Japanse televisiekijker zijn deze beelden onthouden. Geen enkele zender heeft ze vertoond. ,,Een kwestie van ethische overwegingen'', zegt woordvoerder Tokunaga van de publieke omroep NHK. ,,Dat de drie zijn gegijzeld is ook uit de overige beelden wel duidelijk. Het is niet nodig om de meest schokkende te tonen.''

Er is een sterk gevoel dat Japan onrecht is aangedaan. Regeringswoordvoerder Yasuo Fukuda had vanmorgen moeite zijn woede te onderdrukken, want ,,deze drie zetten zich in ten bate van de Iraakse bevolking''. Fukuda wees hiermee op het cruciale probleem: Japanse troepen en hulpverleners mogen met de beste bedoelingen naar Irak zijn vertrokken, niet alle Irakezen blijken daarvan overtuigd te zijn. De oppositie ziet het gelijk van haar aloude verzet tegen de uitzending bevestigd. ,,Dit is het resultaat van het verkeerde beleid van premier Koizumi'', stelt oppositieleider Naoto Kan.

De drie gegijzelden waren op eigen initiatief in het gebied. Ze ontmoetten elkaar in de Jordaanse hoofdstad Amman en besloten samen het laatste deel van de reis naar Irak te ondernemen. Twee van hen waren al vaker in Irak geweest, de 18-jarige Noriaki Imai was er voor het eerst. Imai maakte vorige maand zijn middelbare school af en wilde in Irak onderzoek doen naar de effecten op de volksgezondheid van uranium in Amerikaanse munitie. De 34-jarige vrouw Nahoko Takato verleende hulp aan kinderen in Irak. De derde, de 32-jarige Soichiro Koriyama, werkt al zeker een jaar in het land als freelance journalist. De drie huurden een auto en zijn kennelijk ergens onderweg van Amman naar Bagdad, waarschijnlijk in sunnitisch rebellengebied ten westen van de hoofdstad, spoorloos verdwenen. Ver weg van de Japanse troepen die in het zuiden zijn gelegerd.

In de media komt het meest kritische geluid over het regeringsbeleid vandaag van de krant Asahi. ,,We willen er niet eens aan denken dat er een situatie kan ontstaan waarin de Irakezen slechts haat voelen voor Japanners'', schrijft de krant. ,,Desondanks moet de regering zich er van bewust zijn dat er langzaam maar zeker een situatie ontstaat waarin het leger zich niet eens meer kan richten op het verlenen van humanitaire hulp.'' Een terugtrekking van de troepen onder dwang van de gijzeling bepleit Asahi niet, maar wellicht zou de regering toch moeten besluiten dat realisering van de oorspronkelijke doelstelling niet meer haalbaar is.

[Vervolg JAPAN: pagina 5]

JAPAN

Steun bevriende landen gevraagd

[vervolg van pagina 1]

Humanitaire hulpverlening is namelijk de enige toegestane activiteit van de Japanse troepen in Irak. Dit staat expliciet in een speciale wet die het land heeft moeten aannemen om de uitzending mogelijk te maken. Bovendien mag deze hulpverlening uitsluitend worden verricht in gebieden waar geen gewelddadige conflicten zijn. Het is dus van doorslaggevend belang voor Japan dat de troepen in Irak positief worden ontvangen en dat er geen conflicten ontstaan in de stad As-Samawah waar de troepen naast de Nederlandse manschappen zijn gelegerd. Mochten die er komen dan kan het Japanse leger niet hardhandig ingrijpen en wordt de aanwezigheid naar Japanse maatstaven zelfs illegaal.

Wat kan de Japanse regering doen? Een onderminister van Buitenlandse Zaken is naar de regio gestuurd om meer informatie te verzamelen. Ook is bevriende regeringen om steun gevraagd. De beste oplossing voor Japan zou zijn als het Amerikaanse leger of een andere bondgenoot de gegijzelden weet te lokaliseren en bevrijden.

Mocht er Japans bloed vloeien, dan kan de stemming weer omslaan. Aanvankelijk was een meerderheid van de Japanse bevolking tegen uitzending van de troepen. Toen de eerste maanden van hun aanwezigheid in Irak zonder incidenten verliepen groeide de steun voor uitzending tot een kleine meerderheid. Of verzet tegen de troepenzending ooit politiek relevant wordt, is echter de vraag. Demonstraties tegen de oorlog zijn altijd zeer beperkt qua aantal deelnemers geweest, óók toen een meerderheid van de Japanners in opiniepeilingen tegen de uitzending was.