Irak als cultuurstrijd

Aan Saddam Hussein hebbben we behalve veel slechts ook een verrijking van alle moderne talen te danken. Alweer meer dan dertien jaar geleden verzekerde hij de toenmalige Coalitie dat `de moeder van alle veldslagen' aanstaande was. Hoeveel variaties dat beeld heeft veroorzaakt is niet meer te tellen. Als er iets van ongekende omvang te verwachten viel, waren er altijd wel een paar creatieven die dit aanstaande `de moeder van' noemden. Je hoort het nog wel eens. Had Saddam het zelf verzonnen of was het in het bloemrijk Arabisch een gebruikelijke uitdrukking? Ik heb toen een exemplaar van Duizend en één nacht gekocht, een paar verhalen gelezen – het blijft een mooi en leerzaam boek – maar niets gevonden en daarna geloofde ik het wel. In deze oorlog was de dictator minder op dreef, maar alles werd goedgemaakt door zijn minister van Voorlichting, die het nooit over de Amerikaanse president had, maar hem altijd the little Bush noemde.

Iedere oorlog laat zijn sporen na in de taal, boeken, films. Aan de Koreaanse hebben we bijvoorbeeld Norman Mailers The Naked and the Death te danken en natuurlijk de televisieserie M.A.S.H. en het lied dat erbij hoort, met de onvergetelijke regel `suicide is painless, it brings on many changes'. Vietnam heeft een bibliotheek en een uitgebreid film-oeuvre opgeleverd, denk aan The Dearhunter, Apocalypse Now en de documentaire Letters Home from Vietnam, waarin beelden van het front begeleid worden door een tekst, samengesteld uit brieven van soldaten. Zou weer eens vertoond moeten worden. Voorzover ik weet heeft op literair en cinematografisch gebied de Golfoorlog van 1991 niets veroorzaakt dat we nu klassiek noemen. Alleen politieke en historische vakliteratuur. Het was dan ook een oorlog die door het opperbevel van de Coalitie zo kort mogelijk, en publicitair keurig in de hand werd gehouden.

Zo, was de bedoeling, zou het met de oorlog die nu aan de gang is, ook moeten gebeuren. Maar het loopt anders. De strijd in Irak wordt met de dag grimmiger, minder overzichtelijk, het beloofde snelle resultaat raakt verder uit het zicht, en bijgevolg komen de smeulende tegenstellingen aan het thuisfront tot ontbranding. Wat als een klinische, chirurgische bliksemoperatie is begonnen, is vooral de afgelopen paar weken geëscaleerd tot een toestand die nu met de dag meer op een `echte', d.w.z. een gewone, klassieke oorlog gaat lijken.

Het is te vroeg om daarvan iets in de boekenproductie te merken. Een inspectie van Barnes & Noble in New York, een van die reuzenboekenmagazijnen die alles hebben, leert voornamelijk hoe scherp het publiek door deze oorlog is verdeeld. Aan schrijvers die deze president en zijn entourage in het vizier hebben genomen, is een gebrek. Maar om zijn persoon concentreert zich niet alleen het conflict over Irak. Hij is in het debat bevorderd tot de protagonist van een algemene cultuurstrijd. In het boek Lies (and the lying liars who tell them) van Al Franken wordt de hele conservatieve elite van politici, columnisten en andere opiniemakers aangevallen. In Deliver us from evil betoogt Sean Hannity dat de oorlog tegen het terrorisme alleen kans van slagen heeft als meteen ook een einde wordt gemaakt aan het liberale establishment. Franken staat nu 31 weken op de lijst van bestsellers; Hannity vijf, maar hij is later gekomen.

Het aantreden van George W. Bush is het begin; de elfde september is de katalysator; en de oorlog in Irak met zijn voorgeschiedenis heeft de tegenstelling verder verscherpt. Dit is niet eenvoudig een president die een oorlog voert waarin het gaat om het verslaan van een buitenlandse tegenstander. Dit presidentschap heeft een cultuurstrijd geopenbaard die overal in het westen wordt gevoerd. De media worden erdoor beheerst, de toon van de publieke discussie wordt erdoor gezet, de rol van de sta at, de literatuur, de kunst worden erdoor beïnvloed. Het sijpelt door, in alle nerven van het openbare leven, ook in Nederland. Misschien grijpt het dieper in dan indertijd Vietnam, omdat de oorlog daar per slot van rekening voornamelijk een Amerikaans probleem was.

Een voorbeeld. Dinsdag was het voor de Coalitie in Irak een van de bloedigste dagen sinds het einde van de oorlog. De voorpagina van de New York Post werd woensdag voor meer dan de helft in beslag genomen door een foto van een baseball speler die op het punt staat, via de bal de tegenstander de genadeklap te geven. Irak op pagina 6 en 7. De New York Times heeft Irak over vier kolom op pagina 1, met de foto van een soldaat die zijn kameraad in een bodybag wegdraagt. Wel wist een columnist van de Post te melden dat de beruchte Franse kaaseters behulpzaam zijn geweest bij de genocide in Rwanda. Dat zijn de zuiverste tekenen van een cultuurstrijd.