Hoe VS in Irak eenheid brachten

De Amerikaanse strijdkrachten in Irak zijn geworden wat ze een jaar lang hebben proberen te vermijden: een bezettingsmacht die een felle stadsoorlog voert tegen een brede groep Iraakse opstandelingen. In feite zijn de VS begonnen aan een nieuwe oorlog die lang kan duren, als de opstandelingen onderduiken, en veel van het goede dat Amerika het afgelopen jaar heeft bereikt, ongedaan kan maken.

Het besluit om de opgewonden shi'itische geestelijke Muqtada Sadr aan te vallen was een bewust gekozen oorlog. Er werd al sinds september gesproken over manieren om hem in toom te gehouden. Het Pentagon bleef maar uitstellen, uit angst voor verzet van shi'itische kant.

Uiteindelijk is besloten Sadrs macht nu te breken in plaats van te wachten op de geplande machtsoverdracht op 30 juni. De Amerikanen dachten de stille steun te hebben van de shi'itische groot-ayatollah Ali Sistani en van de meeste Irakezen. Dat was op zijn best een gok. Maar zelfs als het zo was geweest, was het onverstandig Sadrs militie aan te vallen terwijl Amerikaanse troepen in Falluja probeerden het soennitische verzet te breken na de gruwelijke moord op vier Amerikanen daar. Zo werd de chaos alleen maar groter.

De Amerikaanse problemen in Irak komen voort uit vergissingen en onbegrip van vóór de oorlog. Er is een tegenstelling tussen de publiek geuite wens om een soeverein Irak in het leven te roepen en het onvermogen de binnenlandse wortels te vinden die nodig zijn voor een sterke Iraakse regering.

Amerika wilde democratie maar ook controle in Irak; het wilde een stabiel land,maar ondermijnde de seculiere staat die was gegroeid sinds de jaren twintig zo kwam de macht juist bij de mullahs, sjeiks en straatbendes die Amerikaanse functionarissen nu zo hekelen.

Amerika's hoofddoel moet zijn `op koers te blijven', zoals deze week vaak is gezegd. Dat betekent niet dat je blind een militaire weg moet blijven volgen die leidt tot een langdurige guerrilla. Het betekent trouw aan de wens van de meerderheid van de Irakezen die een beter leven willen en een jaar geleden dachten dat de VS daarvoor kon zorgen. Dat betekent:

Handhaaf de soevereiniteitsoverdracht van 30 juni. Die is nu grotendeels fictie: Irak heeft geen duidelijke plannen voor een overgangsautoriteit, laat staan een oplossing voor het veiligheidsprobleem. Maar het is nuttige fictie. Deze deadline zal Irakezen dwingen besluiten te nemen en compromissen te sluiten – zelfs als ze afhankelijk zijn van Amerikaanse troepen om de orde te handhaven.

Laat Irakezen de leiding nemen bij het herstel van de stabiliteit in de steden, zelf als het resulterende politieke evenwicht anti-Amerikaans is. Proberen met geweld een recalcitrante bevolking tot de orde te roepen, zal slechts Amerikaanse levens kosten en haat zaaien.

Erken dat de Iraakse grenzen open zijn voor terroristen zolang de regionale machten, Syrië en Iran, geen belang hebben bij het stabiliseren van de situatie. Amerika moet zijn oorspronkelijke missie trouw blijven: Irak bevrijden en de Irakezen zichzelf laten besturen. Op een perverse manier heeft deze week bemoedigend nieuws opgeleverd: er is een Iraakse natie: soennieten en sji'iten willen geen van beide buitenlandse bezetters in wat hún land is. Amerika moet in de dagen die nog resten, zijn strategie richten op wat de meeste Irakezen willen, in plaats van hier tegen te vechten.

David Ignatius is columnist van de Washington Post © WP Writer's Group