Het Beeld

Ze waren niet te vermijden gisteren, de beelden van drie doodsbange Japanse burgers, gegijzeld in Irak. Ook al dienden die beelden een duidelijk propagandadoel, namelijk het angst inboezemen van het publiek in de landen die meedoen aan de bezetting van Irak, het leek de juiste beslissing ze toch uit te zenden. Maar wat doe je met eventuele beelden van hun executie?

Oorlogscorrespondent Arnold Karskens stelde in Barend & Van Dorp een interessante kwestie aan de orde, namelijk dat gebeurtenissen in een oorlog waar geen beelden van bestaan in de publieke opinie niet meetellen. Je kunt je afvragen of Karskens' inschatting klopt dat ontvoeringen als deze al geruime tijd voorkomen in Irak en dat de huidige escalatie van het geweld vooral een mediahype is. Nog niet eerder werd een regeringsleider, zoals de Japanse premier Koizumi, direct op tv toegesproken door ontvoerders en gechanteerd om zijn troepen terug te trekken uit Irak. En ook het kwijtraken door de geallieerden van de controle over hele steden lijkt me een nieuwe ontwikkeling.

Maar het is waar dat de televisiekijker een niet helemaal willekeurige selectie te zien krijgt van recente beelden uit Irak. Om te beginnen zou elk journaal er goed aan doen permanent de herkomst van de uitgezonden beelden te vermelden, zoals nu alleen consequent gebeurt wanneer die van Al-Jazira afkomstig zijn. Ook is het ondanks de evidente gevaren van belang, vooral voor landen met troepen ter plaatse, om ook eigen verslaggevers in Irak te hebben. En om te erkennen dat de huidige situatie heel veel kenmerken van een oorlogssituatie vertoont. Oud-minister van Defensie Stemerdink (PvdA) benadrukte dat gisteren in Nova, om aan te geven dat burgers – hulpverleners, ingenieurs, beveiligers en andere journalisten dan oorlogsverslaggevers – op dit moment weinig te zoeken hebben in Irak.

Het lot van de drie Japanners, van wie de jongste een (leerling-)journalist zou zijn, oogde somber. Nova vertoonde een reportage van de Japanse televisie, waarin volgens de vertaling al in de verleden tijd over ze werd gesproken. De gedachte dat je een Japanse regering met gijzeling van burgers op de knieën zou kunnen krijgen berust op een transcultureel misverstand. Daarvan zijn er momenteel veel in Irak, zoals de Amerikaanse gedachte dat je de hearts and minds van de bevolking moet proberen te winnen, en toch waar nodig een moskee kunt bombarderen. Van dat bombardement in Falluja bestaan (nog) geen beelden, dus hoor je er relatief weinig over.

Karskens wist nog iets. Een Iraakse gesprekspartner had hem verteld dat Allah de Nederlanders goed gezind was, door hen in de provincie Al-Muthanna te laten opereren. Daar wonen zachtmoedige bedoeïenen, die niet graag doden, omdat je dan maar bloedwraakproblemen oproept. Toch vindt, volgens een onderzoek in Nova, 59 procent van de Nederlandse bevolking dat de troepen daar niet mogen blijven, en 67 procent dat ze weg moeten, zodra het eerste slachtoffer valt. Aan Nederlandse kant uiteraard, niet aan Iraakse of Japanse zijde.