Eurotunnel-ramp

De meeste waarnemers denken dat Eurotunnel op een faillissement afstevent. Een groep dissidente aandeelhouders heeft de raad van bestuur opzij geschoven en wil het bedrijf gaan runnen met een onsamenhangend reddingsplan. Toch zijn de aandeelhouders zelf euforisch. Zij hebben de koers van Eurotunnel eergisteren aan het eind van de middag met bijna 7 procent laten stijgen.

De verklaring voor dit schijnbaar irrationele fenomeen is niet helemaal duidelijk. Maar het zou kunnen dat beleggers geloven dat hun optreden de twee betrokken regeringen – met name de Franse – onder druk zal zetten om het noodlijdende concern te steunen. Eurotunnel zit nu immers dieper in de problemen dan ooit tevoren, en de regeringen hebben 15 miljard pond geïnvesteerd in aan de tunnel gerelateerde infrastructuur. Één theorie luidt dat de Franse regering zelfs met een creatieve manier op de proppen zou kunnen komen om Eurotunnel te hulp te schieten, ook al verbiedt het tunnelverdrag dat uitdrukkelijk. Parijs zou het risico niet willen lopen de 1,1 miljoen Franse aandeelhouders tegen zich in het harnas te jagen.

Door de afzetting van de raad van bestuur zijn de regeringen in een weinig begerenswaardige positie beland. Maar de aandeelhouders zouden zichzelf wel eens voor de gek kunnen houden. Een meer voor de hand liggende theorie luidt dat de regeringen zich achter de kredietverlenende banken zullen opstellen, waardoor een mechanisme in werking wordt gezet waarbij de eigendom van de tunnel wordt overgedragen aan een door de banken beheerd bedrijf, totdat de schulden zijn afbetaald. Daardoor zouden de aandeelhouders op een zijspoor belanden.

Er zijn twee redenen waarom dit zou kunnen gebeuren. De eerste is dat het belang van de banken groter is dan dat van de aandeelhouders. De marktwaarde van Eurotunnel van 1,4 miljard pond verdwijnt in het niet bij de schuldenlast van 6,4 miljard pond. Een tweede reden is dat Nicolas Miguet, de leider van de aandeelhoudersopstand, door de Franse regering wordt gezien als een politiek gevaar. Parijs heeft dus weinig redenen om hem te hulp te schieten, ook al maakt de regering zich ongetwijfeld zorgen over de problemen van de aandeelhouders. De Britse overheid heeft zelfs nog minder aanleiding om naar de rebellerende aandeelhouders te luisteren, omdat er nog maar weinig Britse aandeelhouders over zijn.

De banken zouden uiteraard bereid gevonden kunnen worden een stap terug te doen als de aandeelhouders met een samenhangend reddingsplan komen.

Maar dat lijkt onwaarschijnlijk, en er is niet veel tijd meer. De banken kunnen hun zin doordrukken als ze denken dat een surseance onvermijdelijk is. De aandeelhouders doen er beter aan te profiteren van de recente koerswinst dan aan hun belang vast te houden.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.