De hete hel van Eindhoven

Voorin de historische novelle waarmee zanger/theatermaker Stijn van der Loo (1963) eerder dit jaar debuteerde, staan twee aanwijzingen dat dit verhaal over een Brabantse gemeenschap in crisistijd een basis heeft in de werkelijkheid. De eerste is een dankwoord aan zijn schoonvader, een `meestergalvaniseur die alles weet van gif mengen, zuurbaden en de smerige gevaren in de galvanische industrie'. De novelle speelt zich af in de onder de rook van Eindhoven gevestigde fabriek De Galvano, waar hoofdpersoon Moz tijdens de Eerste Wereldoorlog begint als leerling galvaniseur. Hij maakt mee dat directeur Van Herwaerd door een verdwaalde kogel in de fabriek om het leven komt en wordt opgevolgd door zijn zoon.

De tweede hint dat het verhaal wortels in de werkelijkheid heeft, betreft een aantekening uit het dagboek van Norbert van Reuth van zondag 23 januari 1916, die als motto aan de novelle voorafgaat. In het dagboek staat onder andere: `Gelezen in: Italiaansche Renaissance Bekentenissen van den H. Augustinus.' En verder: `Het schieten aan het Westerfront is heden zoo hevig, dat het op mijn gaan van huis naar de fabriek, hoek Willemstraat Eindhoven naar Strijp, duidelijk hoorbaar was.'

Wie is deze Norbert van Reuth? Zeker is dat er in 1928 op de hoek van de Willemstraat in Eindhoven een huis stond dat `het pand van Reuth' heette. De naam komt verder in het verhaal van Van der Loo niet meer terug. Wel is de nieuwe directeur van De Galvano, Van Herwaerd jr., iemand die de godganse dag de Confessiones van Augustinus leest of in zijn dagboeken (veelal antisemitische) aantekeningen maakt. Moz, die uitgroeit tot de belangrijkste man van het bedrijf, heeft een joodse vader die zich katholiek heeft laten dopen. Veel profijt brengt dat hem en zijn zoon niet. Antisemitisme is er mede de oorzaak van dat de rederij van de vader begin jaren dertig failliet gaat.

Zelf wordt Moz in de fabriek het slachtoffer van zowel de jodenhaat van zijn medearbeiders als die van zijn directeur. In 1933 wil deze de fabriek aan de Duitsers, `een edel volk', verkopen en alle arbeiders ontslaan behalve `het slimme joodje' Moz, de enige die alle ins en outs van het galvaniseren kent. Het maakt de verhouding tussen hem en zijn collega's er niet beter op en het dwingt hem in een onmogelijk situatie, waarin hij van alle kanten wordt bedreigd.

Thuis, bij zijn geknakte joodse vader en zijn dominante, met antisemitische vooroordelen behepte moeder, is zijn positie niet veel florissanter. Zijn enige troost is zijn geliefde Emma, het Duitse dienstmeisje dat sinds 1920 bij hen inwoont. Zij wijst hem in welgekozen bewoordingen op de gevaren die hem bedreigen, raadt hem aan zich gedeisd te houden en vooral verre te blijven van de macht in de fabriek. In haar lyrische uitweidingen zet Emma het thema neer van het boek: hoe te overleven in tijden van nood?

Maar Emma overleeft zelf niet, ze sterft aan leukemie. Dankzij haar levenslessen redt Moz het – op het nippertje – wél. Als hij op het punt staat zich ten koste van zijn medearbeiders te schikken in de wensen van zijn directeur en als enige voor de Duitsers te gaan werken, vindt hij Van Herwaerds antisemitische dagboekaantekeningen en weet hij wat hem te doen staat.

Of Moz het in de barre jaren die volgen ook zal redden is een vraag die onbeantwoord blijft. Als hij na zijn laatste dag op de fabriek `de lange weg van Strijp naar hoek Willemstraat Eindhoven' loopt, denkt hij: `Het komt erop aan me gedeisd te houden. (...) Dan zien ze me misschien over het hoofd, met hun beschuldigingen, hun krachtsvertoon, hun machtsverlangen, hun angst, hun haat. Wie niet opvalt overleeft.'

Debutant Stijn van der Loo heeft in deze strak gecomponeerde en fraai gestileerde novelle in krachtige streken Dantes hel opgeroepen, niet alleen gesitueerd in de walmende fabriekhal vol levensgevaarlijke giftige stoffen, maar ook in het hoofd van zijn geprangde hoofdpersoon.

Stijn van der Loo: De Galvano. Querido, 93 blz. €11,95