Balkenende in Peking

De Chinese Muur, de Verboden Stad en de Grote Hal van het Volk in Peking maakten deze week kennis met de premier van Nederland. Het was voor het eerst sinds negen jaar dat een Nederlandse regeringsleider een bezoek bracht aan China. Jan Peter Balkenende zelf benadrukte dit feit de afgelopen dagen in zijn gesprekken met de Chinese premier Wen Jiabao en president Hu Jintao.

Doel van het bezoek was officieel het bevorderen van de vriendschappelijke betrekkingen met het Rijk van het Midden, zowel bilateraal als namens de Europese Unie, waarvan Nederland vanaf 1 juni voorzitter is. De reis, overigens ook de eerste naar China van Balkenende persoonlijk, diende voorts ter voorbereiding van de EU-China top in december in Den Haag en van een `bussiness-summit', daags daarna. Want zoals altijd staan de diplomatieke contacten met China, met zijn immense potentiële markt, vooral in het teken van de economische betrekkingen.

Deze week stelde Balkenende ook de mensenrechten aan de orde en hij hield onder meer een pleidooi voor de afschaffing van de doodstraf in China. De minister-president waardeerde met name de open houding van de Chinese leiders over dit onderwerp. De Chinese wens tot opheffing van het wapenembargo dat de EU instelde tegen Peking nadat het leger in 1989 op bloedige wijze de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede had onderdrukt, kwam eveneens aan de orde. De directe aanleiding voor het bezoek was evenwel min of meer toevallig: het feit dat de Chinese autoriteiten zeer onlangs ingingen op een Nederlands aanbod om in China een demonstratieproject op het gebied van duurzame landbouw op te zetten. Dit impromptu-karakter van het werkbezoek leidde ertoe dat de Nederlandse premier de afgelopen dagen vaker te vinden was in tempels, pagodes en paleizen, dan aan onderhandelingstafels.

In 1995 ging premier Kok Balkenende voor. Toen betrof het een officieel staatsbezoek, waarbij in China behalve Peking ook Shanghai en Guangzhou (Kanton) werden aangedaan. Kok werd vergezeld door de toenmalige minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken, D66) en in hun gevolg bevond zich een uitgebreide economische delegatie, bestaande uit zwaargewichten van de Nederlandse multinationals. Kok keerde destijds hooggestemd huiswaarts: ook toen waren de mensenrechten besproken, er was een ontwikkelingssamenwerkingsovereenkomst gesloten en hij had het economisch wonder gezien van Shanghai, destijds bijgenaamd de grootste bouwput van de wereld, waar op dat moment een glanzende nieuwe stad, Pudong, verrees.

Eenzelfde soort begeestering lijkt zich nu meester gemaakt te hebben van Balkenende. Hij heeft met eigen ogen kennis genomen van de formidabele ontwikkelingen in Peking, een stad die het afgelopen decennium een extreme makeover heeft ondergaan. Balkenende zei ervan overtuigd te zijn dat economische openstelling van China bijna wetmatig zal leiden tot verbeteringen op het gebied van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten. Tot nu toe lijkt dit vooral een kwestie van woorden. Zo wezen Jintao en Jiabao er deze week op dat bescherming van de mensenrechten sinds kort is opgenomen in de grondwet en dat VN-rapporteurs inzake mensenrechten tegenwoordig welkom zijn. Daar staat tegenover dat Peking op de rem trapt ten aanzien van democratisering. Dat bleek afgelopen week weer eens door de uitspraak van de Chinese autoriteiten dat de inwoners van de voormalige Britse kroonkolonie Hongkong niet zelf mogen uitmaken of en wanneer zijn hun lokale leiders kiezen. Aan het slot van het bezoek zei Balkenende dat China een prioriteit is op de Europese agenda. Dat klinkt goed, maar het is zaak die woorden om te zetten in concrete resultaten. En dan gaat het niet alleen om contracten voor het Europese bedrijfsleven, maar ook om verbetering van de naleving van de mensenrechten.